Logo Universiteit Leiden.

nl en

Empathisch supplement in Recht en Literatuur

Deze week verscheen een nieuw deel in de reeks Kritische Studies in Recht en Literatuur, onder redactie van Timo Slootweg en Claudia Bouteligier: Het empathisch supplement in recht en literatuur. Het is derde boek in deze serie.

Eerder dit jaar verschenen al Dialoog in recht en literatuur, Kritiek van de narratieve rede (Deel I) van Claudia Bouteligier en Recht en existentie in filosofie en literatuur (Deel II) van Timo Slootweg en Claudia Bouteligier. Zojuist is dan ook Deel III van de reeks verschenen. 

Sinds wijlen prof. Nieuwenhuis zich daar in Leiden zo sterk voor heeft ingezet, betekent de presentatie van deze reeks Kritische Studies een nieuwe mijlpaal voor het vakgebied van Recht en Literatuur.

De artikelen in de nieuwe bundel (van o.a. Jeanne Gaakeer en Frans-Willem Korsten) bieden kritische reflecties op het belang van empathie voor recht en rechtsvinding. Het vertrekpunt van deze beschouwingen wordt steeds aan de literatuur zélf ontleend. Langs literaire weg onderzoeken de auteurs (filosofen, juristen rechtsgeleerden en literatuurwetenschappers) het bereik – de mogelijkheden én onmogelijkheden beperkingen – van het ‘empathisch supplement’.

Claudia Bouteligier is als universitair docent verbonden aan de sectie Sociologie, Theorie en Methodologie van de Rechtswetenschap van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Timo Slootweg doceert Rechtsfilosofie en Ethiek aan de Universiteit Leiden.

De link naar de drie delen Kritische Studies vindt u hier. Ditzelfde nieuwsbericht verscheen eerder op de website van de Universiteit Leiden

Over 'Het empathisch supplement'

Het belang van literatuur voor het recht en de rechtsvinding is op uiteenlopende wijzen geduid. Door het lezen van literatuur leren wij de abstracte en levenloze categorieën, wetten en principes van het juridisch systeem te overstijgen. Dat zou noodzakelijk zijn, uit oogpunt van de rechtvaardigheid.

Lezen cultiveert een ontvankelijkheid voor de concrete, tragische werkelijkheid áchter het geordende systeem van het recht. Voor de ontwikkeling van het besef dat er óók of juist in het recht ruimte moet zijn voor de ander en het andere, lijkt literatuur onmisbaar te zijn.

Inlevingsvermogen, verbeelding en empathie worden essentieel geacht om te ervaren hoe het is om een ander te zijn. Dankzij kunst en literatuur, niet door de geleerdheid van wetenschap en logica alleen, hoeven recht en politiek de ander niet - ‘als bij verstek’ - te veronachtzamen en te veroordelen. 

Door literatuur en de verbeeldingskracht die we daaraan ontwikkelen, leren wij recht te doen aan een altijd weerbarstige, veranderlijke werkelijkheid van concrete personen en situaties.

Vooral in de huidige tijd, in een wereld ná de metafysica en het natuurrecht, zou een dergelijk, door literatuur gevormd oordeelsvermogen een zogenaamde ‘literaire gerechtigheid’ moeten bevorderen. Vooral in de hedendaagse democratie zou deze vormende rol van literatuur van onmisbare waarde kunnen zijn. Deze verbeeldingskracht zou een sterk panacee kunnen bieden tegen (het gevaar van) zachte dictatuur en politieke religie.

De artikelen in deze bundel bieden kritische reflecties op deze aannames en intuïties omtrent empathie en recht. Het vertrekpunt van deze beschouwingen wordt steeds aan de literatuur zélf ontleend. Langs literaire weg onderzoeken de auteurs (filosofen, rechtsgeleerden en literatuurwetenschappers) het bereik – de mogelijkheden én beperkingen – van het ‘empathisch supplement’.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie