Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Rapport

Analyse van imidacloprid in het oppervlaktewater tot en met februari 2016

Rapport in opdracht van het ministerie van Economische Zaken

Auteur Tamis W.L.M., Zelfde M. van 't & Vijver M.G.
Datum
Links Download rapport (PDF)

Samenvatting

Het Ministerie van Economische Zaken heeft in 2014 de Universiteit Leiden (UL – CML) verzocht onderzoek te doen naar het voorkomen van imidacloprid in het Nederlandse oppervlaktewater op basis van metingen tot en met maart 2015. Hiervan is CML-rapport 185 verschenen in augustus 2015: "Analyse van imidacloprid in het oppervlaktewater gebruikmakend van recente meetgegevens uit de Bestrijdingsmiddelenatlas". Eind 2015 heeft het Ministerie van Economische Zaken verzocht om een vervolgstudie op basis van metingen tot en met februari 2016 voor de twee kassenregio’s, Westland en Oostland in de provincie Zuid-Holland. Hierbij moest speciaal aandacht worden besteed aan recente wijzigingen in de toelatingsvoorwaarden voor middelen met imidacloprid: verplichte zuivering voor kasteelten (1 mei 2014), gecontroleerde distributie (9 juli 2015) en een aanscherping van het etiket (25 november 2015). Voor dit project wordt gebruik gemaakt van de meetresultaten in de Bestrijdingsmiddelenatlas aangevuld met de nieuwste meetgegevens direct verkregen van de waterschappen.

In beide kassenregio’s is er in 2015 een beperkte daling van de gemiddelde concentraties (statistisch significant) en de 75-percentielen in vergelijking met 2014 en 2013. In de regio Oostland vindt in dezelfde periode een sterke daling van de hoogste concentraties (90-percentiel) plaats. De gemiddelde concentraties voor januari en februari van 2016 zijn lager voor beide regio’s dan voor 2015, maar op ongeveer hetzelfde niveau als in 2014 en 2013. Voor het Westland zijn de maandgemiddelden in sommige periodes van het jaar in 2014 en 2015 lager dan voor de eerdere jaren. Voor het Oostland vallen de maandgemiddelden voor 2014 en 2015 binnen de range van de voorgaande jaren. Voor beide regio’s geldt dat na het ingaan van de zuiveringsmaatregel op 1 mei 2014 de maandelijkse gemiddelden een stijgende lijn vertonen in 2014. Ten aanzien van de beide maatregelen op 9 juli en 25 november 2015 liggen de concentraties van de maanden juli en november op een vergelijkbaar niveau.

De concentraties zijn getoetst aan drie milieunormen: het Toelatingscriterium, de JaarGemiddelde MilieuKwaliteitsNorm (JG-MKN) en de Maximaal Aanvaardbare Concentratie MilieuKwaliteitsNorm(MAC-MKN). Samengevat lijken er voor deze normen in 2015 nog steeds hoge percentages normoverschrijdingen voor te komen bij alle drie in beschouwing genomen normen. Voor het Toelatingscriterium en de JG-MKN ligt het percentage normoverschrijdende meetpunten tussen de 90 en 100%. Voor de MAC-MKN ligt dit rond de 50%. Er zijn geen significante verschillen in de percentages normoverschrijdende meetpunten in 2015 in vergelijking met 2014 of 2013. In 2015 is de mate van normoverschrijding voor het Toelatingscriterium voor beide regio’s een factor vijf boven de norm, dit is lager dan in 2014 en 2013. Echter is dit alleen voor de regio Oostland statistisch significant verschillend van 2013. Voor januari en februari 2016 geldt voor beide regio’s dat de percentages metingen met waarden hoger dan de drie normen geen of een beperkte daling lijken te tonen ten opzichte van de voorgaande jaren. Een uitzondering hierop vormt de MAC-MKN waarbij in 2016 een daling lijkt te zijn ten opzichte van de vorige jaren.

Samengevat is er over 2014, 2015 en begin 2016 een beperkte tot sterke daling van de hoogste concentraties (90-percentiel) te zien en is de daling van de gemiddelde concentraties en 75-percentiel waarden beperkt. In het maandelijks verloop is geen duidelijke trendbreuk te zien in relatie tot de momenten dat de verschillende maatregelen voor kassen vanaf 1 mei 2014 van kracht werden. De afgenomen concentraties in 2015 zorgen echter niet of maar in zeer beperkte mate voor een daling in de percentages normoverschrijdingen. De percentages normoverschrijdende meetpunten voor het oppervlaktewater blijven onverminderd hoog.