Universiteit Leiden

nl en

Proefschrift

Agression and emotions

Cultural and individual differences

Auteur
Naqi Dahamat Azam
Datum
18 december 2019

Samenvatting

Agressie onder adolescenten is schadelijk voor het welzijn van alle betrokkenen, zowel voor plegers als slachtoffers. Onderzoek onder adolescenten in Westerse landen toont aan dat de ervaring, regulatie en uiting van negatieve emoties zoals boosheid, angst, schaamte en schuld belangrijke oorzaken zijn van agressie en bijbehorend gedrag (zoals pesten) bij adolescenten. Ten aanzien van adolescenten uit Aziatische landen ontbreekt nog veel kennis over dit onderwerp. Toch is het aannemelijk dat culturele context en waarden invloeden hebben op emoties en agressief gedrag. Deze kennis is belangrijk, omdat een beter inzicht kan helpen bij het ontwikkelen van cultureel sensitieve strategieën om agressie bij adolescenten te voorkomen of te verminderen.

Het doel van dit proefschrift was om bij adolescenten agressief gedrag te onderzoeken in relatie tot hun onderliggend emotioneel functioneren, waarbij de vraag centraal stond in hoeverre cultuur hier invloed op heeft. De invloed van cultuur is op twee manieren meegenomen in het proefschrift. Het proefschrift hanteert ten eerste de meer traditionele benadering in de literatuur waarbij twee groepen adolescenten worden vergeleken op basis van het land waar zij wonen en zijn opgegroeid (Maleisië of Nederland). Ten tweede werd gekeken naar de invloed van cultuur op individueel niveau, waarbij werd gekeken naar de mate waarin de adolescenten culturele waarden onderschreven.

Om aan deze doelstellingen te voldoen, was de eerste stap ervoor te zorgen dat alle instrumenten die werden gebruikt in de onderzoeken toepasbaar waren voor zowel de Nederlandse als de Maleisische adolescenten. Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3 van dit proefschrift beschrijven het vertaal-proces en validatie van twee psychologische vragenlijsten in Nederland en Maleisië: Instrument for Reactive and Proactive Aggression of IRPA en de Individualistic-Collectivistic Value Questionnaire for Youth. De bevindingen toonden aan dat de psychometrische eigenschappen van de vragenlijsten (respectievelijk) goed en adequaat waren. Bovendien was de inhoudelijke structuur van beide vragenlijsten in Nederland en Maleisië zeer vergelijkbaar.

Schuldgevoel en zijn relatie tot agressie en pesten

In onderzoeken onder populaties uit Westerse culturen of landen wordt schuld beschouwd als een adaptieve sociale emotie die oproept tot excuses en compensaties na wangedrag. Schuldgevoelens dragen dus bij aan het herstellen van beschadigde relaties. Deze positieve gevolgen van schuld zorgen ervoor dat mensen minder de neiging hebben zich agressief te gedragen (Caprara, Barbaranelli, Pastorelli, Cermak, & Rosza, 2002). Echter, schuld is een cultureel bepaalde emotie en veel wetenschappers beweren dat schuldgevoelens meer voorkomen en zichtbaarder zijn in Westerse, individualistische samenlevingen dan in Oosterse, collectivistische samenlevingen (Realo, Koido, Ceulemans, & Allik, 2002; Triandis, Bontempo, Villareal, Asai, & Lucca, 1988). Echter, de relatie tussen schuld en agressie in populaties uit Oosterse landen was vooralsnog onbekend. In dit proefschrift wordt daarom de associatie tussen schuld en agressie onderzocht in Maleisië, een representatief Oosters land dat sterk collectivistisch georiënteerd is.

De bevindingen in de Maleisische groep bleek vergelijkbaar met wat eerder in Westerse populaties werd gevonden. Het onderzoek zoals beschreven in hoofdstuk 2 geeft aan dat minder schuldgevoel gerelateerd is sterkere proactieve agressie (weloverwogen vorm van agressie om een doel te bereiken) bij Maleisische jonge adolescenten, terwijl er geen verband werd gevonden tussen schuld en reactieve agressie (impulsieve vorm van agressie dat een reactie is op een bedreigende situatie). In het onderzoek in hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op deze relaties door de rol van cultuur te onderzoeken. De resultaten toonden aan dat op macro-niveau (landniveau) er geen verschillen tussen de culturele groepen waren: in beide landen was meer schuld gerelateerd aan minder reactieve agressie en minder proactieve agressie. Echter, op microniveau (individueele niveau) bleken culturele waarden een rol te spelen: meer schuld was alleen gerelateerd aan minder proactieve agressie bij adolescenten die individualistische waarden sterk onderschreven. Hoofdstuk 5 onderzoekt de relatie tussen schuld en pesten. Pesten is een vorm van agressie die een persoon opzettelijk en herhaaldelijk uitvoert naar een andere persoon die zich in een zwakkere positie bevindt (Camodeca & Goossens, 2005; Salmivalli & Nieminen, 2002). Een vergelijking tussen landen bevestigde dat meer schuld gerelateerd was aan minder pesten in beide landen, hoewel deze invloed van schuld duidelijker was bij de Nederlandse adolescenten. Op individueel niveau bleek een hogere mate van schuld gerelateerd aan minder pesten bij adolescenten die sterker de collectivistische waarden onderschreven.

Schaamte en de relatie tot agressie en pesten

Naast schuld is schaamte een belangrijke emotie om mee te nemen in het onderzoek naar agressief gedrag van adolescenten. Schaamte en schuld hebben overeenkomsten, maar ook de nodige verschillen. Terwijl schuld wordt veroorzaakt door het eigen wangedrag, wordt schaamte veroorzaakt door negatieve oordelen van anderen (Baumeister, Stillwell, & Heatherton, 1994). Daarnaast is schaamte een emotie die vluchten en terugtrekken uit sociale relaties indiceert, terwijl schuld juist leidt tot herstel en prosociale acties (de Hooge, Zeelenberg, & Breugelmans, 2007). Maar net als schuld, is schaamte een cultureel ingebed psychologisch construct. Zo evalueren mensen in Westerse samenlevingen schaamte vaak als een negatieve, aversieve en pijnlijke emotie, terwijl mensen in niet-Westerse samenlevingen, zoals in Oost-Azië, schaamte meer positief labellen. Vanwege beperkt onderzoek in Oosterse populaties, was het echter onbekend of schaamte in Oosterse samenlevingen gerelateerd is aan meer of minder agressief gedrag en pesten.

Drie hoofdstukken van dit proefschrift richten zich op de relatie tussen schaamte, schuld en agressie, rekening houdend met de verschillende culturele context waarin deze plaatsvindt. In hoofdstuk 2 vonden we dat schaamte, net als schuld, niet gerelateerd was aan reactieve agressie, maar zoals verwacht, wel gerelateerd was aan minder proactieve agressie bij Maleisische adolescenten. In hoofdstuk 4 vonden we opnieuw dat meer schaamte gerelateerd is aan minder proactieve agressie bij de Maleisische adolescenten, maar inderdaad, ook zoals verwacht, aan meer reactieve agressie bij de Nederlandse adolescenten. Bovendien was meer schaamte gerelateerd aan minder proactieve agressie bij adolescenten die de individualistische culturele waarden onderschreven. In hoofdstuk 5 wordt schaamte onderzocht in relatie tot pesten. Het bleek dat meer schaamte gerelateerd was aan meer pesten bij Nederlandse adolescenten. Daarnaast bleek dat minder schaamte gerelateerd was aan minder pesten bij adolescenten die de collectivistische waarden sterker onderschreven. In het algemeen onthullen de hoofdstukken 2, 4 en 5 beschermende en schadelijke rollen voor schaamte, in relatie tot agressief gedrag. Waarbij de richting van deze rollen afhankelijk bleek te zijn van de culturele waarden op land- en individueel niveau.

Woede en angst en hun relatie tot agressie en pesten

Woede en angst kunnen vergeleken worden met twee kanten van dezelfde medaille (Lazarus, 1991): beide zijn basisemoties die negatief gewaardeerd worden, maar de één zet aan tot het zoeken van toenadering en de andere tot vermijding. Wanneer een persoon bijvoorbeeld wordt geschaad, kan hij of zij kiezen om de situatie te benaderen door te reageren vanuit woede en daarmee de aanval in te zetten of te reageren vanuit angst en zich daarmee terug te trekken uit de situatie, te vluchten. Echter angst kan ook een defensieve reactie teweegbrengen, zoals agressieve wraakreacties (Crick, Ostrov, & Werner, 2006; Pulkkinen, 1996). Hoewel basisemoties zoals woede en angst wereldwijd op dezelfde manier worden herkend en ervaren (Ekman & Friesen, 2003; Huang, 1997), is het de vraag of de wereldwijde overeenkomsten van woede en angst wereldwijd ook leiden tot dezelfde reacties op deze emoties, in termen van agressie en pesten in verschillende culturen, of dat deze verschillen afhankelijk de mate waarin individuen bepaalde culturele waarden onderschrijven.

In dit proefschrift wordt in twee hoofdstukken (hoofdstuk 2 en 5) getracht de literatuur op dit gebied aan te vullen. Met betrekking tot woede wordt in hoofdstuk 2 besproken dat meer woede gerelateerd was aan meer reactieve agressie bij de Maleisische adolescenten. Hoofdstuk 5 bespreekt hoe intercultureel onderzoek de overeenkomst in de Nederlandse en Maleisische steekproeven zichtbaar maakte, waar meer woede gerelateerd was aan meer pesten; de effecten waren echter duidelijker voor Maleisische adolescenten.

Wat betreft angst, laat hoofdstuk 5 zien dat er geen verschil tussen de landen wordt waargenomen in de relatie tussen angst en pesten. Over het algemeen pestten adolescenten die de collectivistische waarden minder onderschreven meer, bij het ervaren van meer angst. Collectivistische waarden lijken groepsharmonie te bevorderen en kunnen daarmee dus leiden tot het verminderen van agressie. Bij afwezigheid van deze collectivistische waarden kan angst een defensief mechanisme uitlokken dat agressie verhoogt.

Omgaan met stijlen in agressie en vriendschap

Copingstrategieën, bestaande uit toenaderings- en ontwijkingsstrategieën, en hoe deze worden toegepast om met stressoren in het leven om te gaan zijn uitgebreid onderzocht (Folkman & Moskowitz, 2004; Lazarus & Folkman, 1984; Windle & Windle, 1996). Het huidige onderzoek richt zich ook op hoe deze copingmechanismes de benadering van adolescenten beïnvloeden in conflicten met vrienden, evenals bij agressie en pesten. Echter het merendeel van eerdere studies is uitgevoerd onder populaties in Westerse culturen, en informatie over de vraag of verschillende copingstrategieën agressie of pesten in oosterse culturen zouden kunnen stimuleren of juist verminderen, is schaars. Daarom was het lastig om een culturele vergelijking te maken.

In dit proefschrift behandelen twee hoofdstukken de rol van copingstrategieën  bij agressie van adolescenten. Daarbij wordt rekening gehouden met culturele verschillen op land- en individueel niveau. We hadden de hypothese dat bepaalde copingstrategieën nuttiger en effectiever kunnen zijn in de ene culturele context dan de andere. Bijvoorbeeld in Westerse samenlevingen die individualisme benadrukken (dat wil zeggen dat individuele autonomie en zelfontplooiing voorop staat), wordt het bijvoorbeeld als effectiever beschouwd om conflicten op te lossen door toenaderingsstrategieën te gebruiken, zoals het direct confronteren van de andere persoon of het vragen van hulp. Dit wordt ook geassocieerd met betere resultaten (met positievere vriendschapskwaliteiten) (Eschenbeck, Kohlmann, & Lohaus, 2007; Wright, Banerjee, Hoek, Rieffe, & Novin, 2010). Daarentegen in Oosterse samenlevingen, waarbij meer nadruk ligt op het collectivisme (dat wil zeggen dat prioriteit wordt geven aan sociale harmonie en stabiliteit), wordt vermijdende coping als effectiever beschouwd om conflicten te verminderen. Vermijdende coping bestaat bijvoorbeeld uit zichzelf terugtrekken uit een conflictsituatie of zich af leiden van de nare gedachtes die uit het conflict zijn voortgekomen (French, Pidada, Denoma, McDonald, & Lawton, 2005; Haar & Krahé, 1999; Novin, Rieffe, Banerjee, Miers, & Cheung, 2011). Hoewel eerder onderzoek op landniveau verschillen in copingstrategieën (d.w.z. aanpakken versus ontwijken) heeft aangetoond, blijft de vraag of de ‘actieve aanpak’-copingstijl beter werkt bij individualistisch georiënteerde adolescenten, terwijl een vermijdende-copingstijl beter werkt bij collectivistisch georiënteerde adolescenten, ongeacht het land waar de adolescenten wonen?

Hoofdstuk 4 bespreekt de onverwachte uitkomsten die uit dit onderzoek naar voren kwamen. Het bleek dat vermijdende coping gerelateerd was aan meer proactieve agressie bij Maleisische adolescenten. Daarnaast bleek dat ongeacht het land, de ‘actieve-aanpak’ en vermijdende copingstijl gerelateerd waren aan meer proactieve agressie, vooral bij adolescenten die individualistische waarden onderschreven. Mogelijk komt dit doordat vermijdende strategieën zoals het terugtrekken en afstand nemen, tussen vrienden niet alleen mogelijke oplossingen voor het conflict vertragen, maar ook een weerspiegeling kunnen zijn van onverantwoordelijkheid. Dit kan ook een probleem vormen voor adolescenten die individualistische waarden onderschrijven. Hun focus op het conflict met leeftijdsgenoten kan het risico op instrumentele agressie vergroten. In hoofdstuk 6 bespreken we hoe culturele waarden de relatie tussen copingstrategieën en vriendschapskwaliteit kunnen modereren. De resultaten toonden aan dat actief aanpakken gerelateerd was aan meer positieve vriendschappen in zowel de Nederlandse als Maleisische steekproeven, maar de effecten waren zichtbaarder in de Maleisische adolescenten. Daarnaast bleek dat meer vermijding gerelateerd was aan meer negatieve vriendschappen bij Maleisische adolescenten. Ook voor adolescenten die dichter bij hun vrienden stonden, was een onaangepaste coping en minder actief aanpakken gerelateerd aan negatieve vriendschapsgevoelens.

Conclusie

We zijn dit proefschrift begonnen met veel vragen in ons hoofd: is schaamte een risicofactor voor reactieve agressie bij Maleisische adolescenten? Kan schuld een beschermende rol spelen bij pesten voor Maleisische adolescenten? Kan een vermijdende coping leiden tot meer positieve vriendschap bij Maleisische adolescenten? Heeft cultuur invloed op gedrags- en emotionele reacties bij adolescenten? Zo ja, hoe? Het was voor ons van groot belang om deze vragen te beantwoorden. Dit heeft ons gemotiveerd om dit onderzoek in Maleisië en Nederland uit te voeren.

Sommige resultaten waren overeenkomstig in de verschillende landen. We vonden bijvoorbeeld dat emotionele ervaringen zoals schuldgevoelens en adaptieve copingstrategieën belangrijk waren bij het verminderen van agressief gedrag en het opbouwen van harmonieuze relaties met leeftijdsgenoten in zowel Maleisië als Nederland. Toch waren sommige resultaten specifiek voor een bepaald land. Schaamte speelde bijvoorbeeld een beschermende rol voor agressief gedrag binnen de Maleisische groep, terwijl het een risicofactor was voor agressie binnen de Nederlandse groep. Wat echter opvallender is, is dat we nu weten dat de verschillende uitingen van gedrag tussen Maleisische en Nederlandse adolescenten niet alleen afhangen van hun culturele achtergrond (d.w.z. het land waar ze wonen). Het hangt ook af van de manier waarop ze bepaalde culturele waarden onderschrijven, en de mate waarin ze zich verwant voelen aan anderen. Al met al zijn we van mening dat dit proefschrift een belangrijk begin is in het opvullen van gaten in de literatuur door agressief gedrag van adolescenten in relatie tot verschillende emoties/copingstijlen, niet slechts te bekijken in een Westerse steekproef maar daarnaast ook een niet-Westerse steekproef te onderzoeken.

Referenties

Baumeister, R. F., Stillwell, A. M., & Heatherton, T. F. (1994). Guilt: An interpersonal approach. Psychological Bulletin, 115, 243–267. doi:10.1037/0033-2909.115.2.243

Camodeca, M., & Goossens, F. A. (2005). Aggression, social cognitions, anger and sadness in bullies and victims. Journal of Child Psychology and Psychiatry and Allied Disciplines, 46(2), 186–197. doi:10.1111/j.1469-7610.2004.00347.x

Caprara, G. V., Barbaranelli, C., Pastorelli, C., Cermak, I., & Rosza, S. (2002). Facing guilt: Role of negative affectivity, need for reparation, and fear of punishment in leading to prosocial behaviour and aggression. European Journal of Personality, 15(3), 219–237. doi:10.1002/per.402.abs

Crick, N. R., Ostrov, J. M., & Werner, N. E. (2006). A longitudinal study of relational aggression, physical aggression, and children’s social-psychological adjustment. Journal of Abnormal Child Psychology, 34(2), 131–142. doi:10.1007/s10802-005-9009-4

de Hooge, I. E., Zeelenberg, M., & Breugelmans, S. M. (2007). Moral sentiments and cooperation : Differential influences of shame and guilt. Cognition & Emotion, 21(5), 37–41. doi:10.1080/02699930600980874

Ekman, P., & Friesen, W. V. (2003). Unmasking the face: A guide to recognizing emotions from facial expression. Los Altos, CA: Malor Book.

Eschenbeck, H., Kohlmann, C.-W., & Lohaus, A. (2007). Gender differences in coping strategies in children and adolescents. Journal of Individual Differences, 28(1), 18–26. doi:10.1027/1614-0001.28.1.18

Folkman, S., & Moskowitz, J. T. (2004). Coping: Pitfalls and promise. Annual Review of Psychology, 55(1), 745–774. doi:10.1146/annurev.psych.55.090902.141456

French, D. C., Pidada, S., Denoma, J., McDonald, K., & Lawton, A. (2005). Reported peer conflicts of children in the United States and Indonesia. Social Development, 14(3), 458–472. doi:10.1111/j.1467-9507.2005.00311.x

Haar, B. F., & Krahé, B. (1999). Strategies for resolving interpersonal conflicts in adolescence: A German-Indonesian comparison. Journal of Cross-Cultural Psychology, 30(6), 667–683. doi:10.1177/0022022199030006001

Huang, M. H. (1997). Exploring a new typology of emotional appeals: Basic, versus social, emotional advertising. Journal of Current Issues and Research in Advertising, 19, 23–37. doi:10.1080/10641734.1997.10524435

Lazarus, R. S. (1991). Cognition and motivation in emotion. American Psychologist, 46(4), 352–367. doi:10.1037/0003-066X.46.4.352

Lazarus, R. S., & Folkman, S. (1984). Stress, Appraisal, and Coping. New York: Springer Publishing Company.

Novin, S., Rieffe, C., Banerjee, R., Miers, A. C., & Cheung, J. (2011). Anger response styles in Chinese and Dutch children: A sociocultural perspective on anger regulation. British Journal of Developmental Psychology, 29(4), 806–822. doi:10.1348/2044-835X.002010

Pulkkinen, L. (1996). Proactive and reactive aggression in early adolescence as precursors to anti- and prosocial behavior in young adults. Aggressive Behavior, 22(4), 241–257. doi:10.1002/(SICI)1098-2337(1996)22:4<241::AID-AB1>3.0.CO;2-O

Realo, A., Koido, K., Ceulemans, E., & Allik, J. (2002). Three components of individualism. European Journal of Personality, 16, 163–184. doi:10.1002/per.437

Salmivalli, C., & Nieminen, E. (2002). Proactive and Reactive Aggression among School Bullies, Victims, and Bully-Victims. Aggressive Behavior. doi:10.1002/ab.90004

Triandis, H. C., Bontempo, R., Villareal, M. J., Asai, M., & Lucca, N. (1988). Individualism and collectivism: Cross-cultural perspectives on self-ingroup relationships. Journal of Personality and Social Psychology, 54, 323–38. doi:10.1037/0022-3514.54.2.323

Windle, M., & Windle, R. C. (1996). Coping strategies, drinking motives, and stressful life events among middle adolescents: Associations with emotional and behavioral problems and with academic functioning. Journal of Abnormal Psychology, 105, 551–560. doi:10.1037/0021-843X.105.4.551

Wright, M., Banerjee, R., Hoek, W., Rieffe, C., & Novin, S. (2010). Depression and social anxiety in children: Differential links with coping strategies. Journal of Abnormal Child Psychology, 38(3), 405–419. doi:10.1007/s10802-009-9375-4

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie