Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Oratie

Toekomstbestendige resocialisatie

Hoe bestraffen we crimineel gedrag en hoe gaan we om met diegenen die we bestraffen? Dit zijn de vragen waarmee Pauline Schuyt, hoogleraar ‘Sanctierecht en Straftoemeting’ bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie zich bezighoudt.

Auteur Pauline Schuyt
Datum

Op 12 februari 2016 houdt zij haar oratie met de titel: ‘Toekomstbestendige resocialisatie’. Hierin gaat zij in op de ontwikkeling van de manier waarop gevangenen in Nederland tijdens hun detentie worden voorbereid op terugkeer in de samenleving.

Resocialisatiebeginsel

Al eeuwenlang worden veroordeelden opgesloten, oorspronkelijk met als belangrijkste doelen afschrikking en vergelding. Vanaf het begin van de twintigste eeuw groeit in de westerse wereld het besef dat het eenzaam opsluiten van veroordeelden inhumaan is en dat het in het belang is van zowel de veroordeelde als de samenleving om tijdens de detentietijd te werken aan de ‘zedelijke verbetering’ of ‘opvoeding’ van de gedetineerde. In 1953 werd dit idee in Nederland opgenomen in de nieuwe Beginselenwet Gevangeniswezen in de vorm van het zogenaamde ‘resocialisatiebeginsel’, de opdracht aan de overheid om de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf zo veel mogelijk te benutten om de gedetineerde voor te bereiden op zijn terugkeer in de samenleving.

Nieuwe ontwikkelingen

Sinds 1953 is de invulling van het resocialisatiebeginsel sterk veranderd, onder invloed van gewijzigde ideeën over het strafrecht en bestraffing, ontwikkelingen in de gevangenispopulatie en bezuinigingen. Kenmerkend daarbij zijn het streven naar een veiliger samenleving en de verschuiving in verantwoordelijkheid voor de uitvoering van resocialisatie: van de overheid naar de gedetineerde. De overheid investeert steeds minder in de voorbereiding op de terugkeer tijdens de detentie. In plaats daarvan worden regelingen opgetuigd die het voor ex-gedetineerden vrijwel onmogelijk maken om – na het ondergaan van de straf – als een volwaardig burger deel uit te maken van de samenleving. Zij worden bij hun invrijheidstelling gebonden aan ingrijpende voorwaarden, waaronder langdurig (en binnenkort zelfs levenslang) toezicht en mensen met een strafblad komen moeilijk aan een baan.

Centrale vraag

Daarom staat Schuyt in haar oratie stil bij de vraag: wat is tegenwoordig nog de betekenis van resocialisatie? En hoe kan resocialisatie op zinvolle wijze worden vormgegeven, in het belang van de veroordeelde, maar zeker ook in het belang van de samenleving?