Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Proefschrift

Collaboration in groups during teacher education

In dit proefschrift wordt verslag gedaan van vier studies waarin het samenwerken tussen docenten in opleiding (dio’s) onderzocht is. Samenwerking in de lerarenopleiding is belangrijk, omdat dit het leerproces van de dio’s tijdens de lerarenopleiding kan stimuleren en omdat ze zo voorbereid kunnen worden op hun eigen sociale rol als collega op school.

Auteur Marjolein Dobber
Datum
Links Fulltext in Leiden University Repository

Docenten voelen zich vaak geïsoleerd in de school en hebben behoefte aan meer contact met collega’s. Een mogelijkheid hiertoe bieden leer- en werkgemeenschappen van docenten. Vanuit de literatuur (bijvoorbeeld Achinstein, 2002; Grossman, Wineberg, & Woolworth, 2001; Little, 2002, 2003; McLaughlin & Talbert, 2001; Stoll, Bolam, McMahon, Wallace, & Thomas, 2006) weten we dat dit soort gemeenschappen kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een gedeelde visie of collectieve capaciteit op school, professionele ontwikkeling van docenten en betere leerlingresultaten. Tegelijkertijd is het niet automatisch zo dat dit soort gemeenschappen succesvol zijn, dus een goede professionele voorbereiding is van belang. Binnen de lerarenopleiding kunnen dio’s voorbereid worden op hun toekomstige deelname aan deze groepen door al in soortgelijke groepen samen te werken. Uit onderzoek (Ruys, Van eer, & Aelterman, 2010; Timoštšuk & Ugaste, 2010) is gebleken dat in de lerarenopleiding niet veel samenwerking plaatsvindt.
Leer- en werkgemeenschappen maken het mogelijk om samen te werken en te leren binnen een betekenisvolle activiteit. Zij kenmerken zich door een groepsidentiteit (de aard van de groep), gedeeld domein (de inhoud van de samenwerking) en een gedeeld interactierepertoire (de manier waarop de groep functioneert). In de lerarenopleiding kunnen ook leer- en werkgemeenschappen gecreëerd worden. Deze verschillen echter van ‘professionele docentgemeenschappen’ doordat hier leren het doel is, en de gemeenschappen deel uitmaken van een relatief kort, vooraf bepaald en verplicht curriculum. Doordat deze leer- en werkgemeenschappen van dio’s voor een groot gedeelte gebonden zijn aan een vast curriculum, is er minder ruimte voor autonomie van de groepsleden. Omdat het de intentie is om dio’s voor te bereiden op professionele docentgemeenschappen is aandacht voor de rol van dio’s in het reguleren van de communicatie extra belangrijk. De vragen die centraal staan in dit proefschrift zijn: Hoe verloopt samenwerking in groepen docenten in opleiding? En: Hoe kunnen we de ontwikkeling van dit soort groepen als leer- en werkgemeenschappen bevorderen? Er zijn voor de beantwoording van deze vragen vier deelstudies gedaan.

Algemene conclusies

Er zijn vier overkoepelende conclusies op basis van de vier studies die worden besproken. De eerste is dat samenwerking door betrokkenen wel belangrijk wordt gevonden voor lerarenopleidingen, maar dat dit niet op een systematische en expliciete manier wordt ingezet in het curriculum. Er zijn wel allerlei activiteiten waarin wordt samengewerkt, maar samenwerking lijkt geen expliciet leerdoel. Hetzelfde geldt voor regulatie van samenwerking: er wordt van dio’s verwacht dat ze de samenwerking reguleren, maar dit krijgt geen expliciete aandacht.
De tweede algemene conclusie is dat er verschillende mogelijkheden zijn om in de lerarenopleiding de aandacht voor het ontwikkelen van leer- en werkgemeenschappen te vergroten. In dit proefschrift is hiertoe een eerste aanzet gegeven door het ontwikkelen van ontwerpprincipes die passend zijn binnen de al in de lerarenopleiding aanwezige typen groepen (hoofdstuk 3). Aanvullend geeft hoofdstuk 4 aanwijzingen voor een bewustere aanpak bij het bevorderen van een actieve rol van dio’s in regulatie van samenwerking en wordt in hoofdstuk 5 de aandacht gevestigd op het belang van zowel elaboratie als het nemen van beslissingen bij het gezamenlijk werken aan onderzoek.
De derde algemene conclusie is dat groepen in de lerarenopleiding sterk van elkaar verschillen en dat daar rekening mee gehouden moet worden bij beoogde bevordering van leer- en werkgemeenschappen. Diversiteit in typen groepen is wenselijk, omdat dit dio’s de kans biedt competenties op te doen waarmee zij aan verschillende typen groepen op school kunnen deelnemen.
De vierde algemene conclusie van dit proefschrift is dat er grote verschillen zijn in de mate waarin groepen ‘spontaan’ in staat zijn tot goede samenwerking en dat tijdens de lerarenopleiding gerichte aandacht nodig is voor het aanleren van die samenwerking. Daarbij is het voor toekomstige docenten extra belangrijk om te leren samenwerken, omdat het niet alleen om hun eigen leerproces gaat, maar ook dat van hun (toekomstige) leerlingen.