Scholen worstelen met AI: dialoog over opgroeien en leren in een digitale wereld
Dialoogsessie
Onderwijsinstellingen worstelen met de vraag hoe ze AI kunnen inzetten. Op 18 november gaan onderwijsprofessionals hierover in gesprek. Hoogleraar Marga Sikkema-de Jong en lector Theo Bakker geven vooraf antwoord op drie vragen over opgroeien en leren in een digitale wereld.
AI biedt nieuwe mogelijkheden voor het onderwijs, maar roept ook vragen op over leren, ontwikkeling en kansengelijkheid. Wat moeten kinderen blijven leren? Welke risico's verdienen aandacht? En hoe maak je als onderwijsinstelling keuzes met het oog op de lange termijn?
Aan dit soort vragen wordt gewerkt binnen de Hague Applied AI Campus (HAAI), die het initiatief neemt voor de dialoogsessie. HAAI is een samenwerking van mbo, hbo en wo en brengt kennis van onderwijs en stad bij elkaar om samen over AI te leren en AI verantwoord toe te passen. Marga Sikkema-de Jong (hoogleraar Onderwijs en Opvoeding in een Digitale Wereld aan de Universiteit Leiden) en Theo Bakker (lector Learning Technology and Analytics van De Haagse Hogeschool) werken samen binnen deze campus en geven alvast antwoord op vragen die leven.
Welke impact van AI verdient meer aandacht in het gesprek over onderwijs en opvoeding?
Volgens Bakker verdient verkeerd gebruik van AI aandacht, omdat hierdoor de vaardigheden van leerlingen kunnen afnemen. ‘Als ze te veel uitbesteden aan AI, vindt diep leren niet meer plaats. Snelle antwoorden kunnen het gevoel geven dat leren makkelijk gaat, maar uiteindelijk leren studenten er minder van. Op een toets kunnen de resultaten daardoor tegenvallen.’ Nog een belangrijk punt vindt Bakker dat AI kansengelijkheid kan verbeteren, hoewel die ook slechter kan worden als het niet zorgvuldig wordt ingezet (zie de Visie op de impact van AI op kansengelijkheid in het vervolgonderwijs).
Wie de impact van AI op onderwijs en opvoeding wil begrijpen, moet verder kijken dan AI alleen stelt Sikkema-de Jong. ‘AI raakt verweven met een bredere digitale omgeving van platforms, algoritmen en data en versterkt ontwikkelingen die al langer gaande zijn zoals personalisering en automatisering. Daarom spreek ik over digitaliteit. Wat vooral aandacht verdient, is wat het gebruik van AI op langere termijn betekent voor de manier waarop kinderen en studenten leren, kennis opbouwen en tot een oordeel komen.’
Dialoog op 18 november: Opgroeien en leren in een digitale wereld
Tijdens de dialoogsessie in gebouw Wijnhaven in Den Haag (15-17 uur) gaan deelnemers uit de hele onderwijsketen, van kinderopvang tot universiteit, in gesprek over onder andere de veranderende rol van onderwijsprofessionals, diep leren en persoonsvorming. Sikkema-de Jong en Bakker hopen dat hiermee de basis wordt gelegd voor samenwerking waarin sectoren gezamenlijk vraagstukken rond AI en digitaliteit verkennen en kennis ontwikkelen. Wil je bij de dialoogsessie aanwezig zijn? Meld je aan via onze website.
Wat moeten kinderen en jongeren zelf blijven leren en kunnen, juist nu AI steeds meer kan overnemen?
‘Dat hangt mede af van de ontwikkelingsfase en van wat we met onderwijs willen bereiken’, zegt Sikkema-de Jong. ‘Kennis, taalvaardigheid en oordeelsvermogen blijven fundamenteel en zijn misschien wel belangrijker dan ooit. Schrijven is daarvan een goed voorbeeld. Taal is niet alleen een middel om gedachten uit te drukken, maar ook gereedschap waarmee we denken. Door te formuleren, te ordenen en te herzien, ontwikkel je ook je denken. De vraag is óf en hoe AI het leren kan ondersteunen en welke cognitieve inspanning juist nodig blijft om tot leren te komen.’
Bakker kan zich vinden in het gedachtengoed van Tawhid Chtioui, een expert op het gebied van hoger onderwijs, AI en data. ‘Mensen moeten goede vragen kunnen stellen, kritisch zijn op antwoorden en verbindingen leggen tussen verschillende onderwerpen. Daarnaast blijft verantwoordelijkheid een menselijke taak: als je van AI een antwoord krijgt, moet je zelf beslissen of je dat wilt gebruiken.’
Welke vraag over AI zou iedere schoolleider of -bestuurder zich nu moeten stellen, met het oog op de ontwikkeling van kinderen op de lange termijn?
‘De vraag die ik hen zou willen meegeven, is welke ontwikkeling we bij leerlingen op langere termijn mogelijk willen maken en hoe onze keuzes rond AI daaraan bijdragen’, zegt Sikkema-de Jong. ‘Dat helpt om voorbij de waan van de dag te kijken. Nieuwe toepassingen volgen elkaar snel op, maar fundamentelere vragen over leren, ontwikkeling en vorming veranderen minder snel. Onderwijs en opvoeding hoeven zich dan ook niet eenvoudigweg te voegen naar wat technologisch mogelijk wordt.’
Volgens Bakker zouden zij zich moeten afvragen hoe ze docenten en onderwijs klaar kunnen stomen voor een wereld waarin AI dominant is. ‘Hoe passen we ons onderwijs zo aan dat leerlingen nog steeds leren, blijven leren, weer gaan leren?’