Nieuwe EU-regels voor batterijen reiken verder dan Europa
Duurzaamheid beeld: Roberto Sorin / Unsplash
Nieuwe Europese regels moeten batterijen duurzamer maken. Maar om te bewijzen dat producenten aan die eisen voldoen, is een controlesysteem nodig dat wereldwijd werkt, schrijven onderzoekers van onder meer de Universiteit Leiden in Science.
De nieuwe Europese batterijregels vragen om een nieuw controlesysteem dat zowel grondig als uitvoerbaar is. Dat stellen onderzoekers van de Universiteit Leiden, het International Institute for Applied Systems Analysis (IIASA), Ecoinvent en de Universiteit van Nanjing in Science.
De EU stelt duurzaamheidseisen aan batterijen die op de Europese markt worden verkocht. Die gaan onder meer over de CO₂-voetafdruk, circulariteit, verantwoorde winning van grondstoffen en digitale productinformatie.
Nieuw is dat Brussel ook voorschrijft hoe bedrijven moeten aantonen dat zij aan die eisen voldoen. Omdat batterijketens wereldwijd zijn georganiseerd, kunnen deze regels ver buiten Europa doorwerken.
Uitdaging: strenge regels die wel wereldwijd toepasbaar zijn
‘De uitdaging is niet een keuze tussen grondigheid en representativiteit’, zegt Ranran Wang, mede-auteur van het artikel. Wang werkte bij het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML, Universiteit Leiden) en is nu onderzoeker aan de Universiteit van Nanjing. ‘We hebben strenge duurzaamheidsregels nodig, maar die moeten ook werken in heel verschillende productieomstandigheden. Als we nu de goede keuzes maken, kunnen die gevolgen hebben die verder reiken dan alleen de batterijsector.’
‘De meeste stappen in de batterijproductie vinden plaats buiten de EU. De EU moet er dus voor zorgen dat de hele wereld met haar regels kan werken.’
Die goede keuzes moeten rekening houden met de omstandigheden buiten Europa. ‘De meeste stappen in de productie van batterijen vinden plaats buiten de EU. Om de uitstoot terug te dringen, moet de EU er dus voor zorgen dat wereldwijde toeleveringsketens bereid en in staat zijn om met haar boekhoudkundige regels te werken’, zegt Edgar Hertwich, mede-auteur van het artikel en principal research scholar bij IIASA.
Duurzame productie batterijen: niet alleen regels, maar ook bewijs
Op het eerste gezicht klinkt een duurzaamheidsclaim eenvoudig: een batterij heeft een bepaalde CO₂-voetafdruk, bevat gerecyclede materialen of is gemaakt met grondstoffen die op verantwoorde wijze zijn gewonnen. Maar hoe toon je dat aan?
Daarvoor zijn gegevens, rekenmethodes en verificaties nodig. Ook die zijn vastgelegd in de Europese regelgeving. En juist daarop richten de auteurs zich in hun artikel. Want regels zijn maar zo effectief als het systeem waarmee de naleving wordt bewezen.
Het Brussels Effect krijgt een nieuwe dimensie
De invloed van Europese regelgeving buiten de EU staat ook wel bekend als het Brussels Effect. Multinationale bedrijven passen hun productie of bedrijfsvoering wereldwijd aan, omdat het voordelig is om aan Europese regels te voldoen. ‘In het geval van batterijen kan dat effect aanzienlijk zijn’, zegt de Leidse milieuwetenschapper Yanan Liang, hoofdauteur van het artikel.
Een gezamelijke meetlat
Een streng gemeenschappelijk systeem om duurzaamheid te verifiëren heeft voordelen. Zo worden duurzaamheidsclaims beter vergelijkbaar. Het wordt moeilijker om aan greenwashing te doen. En toezichthouders kunnen eenvoudiger controleren of bedrijven zich aan de regels houden.
Tegelijkertijd is de batterijsector complex. Productieketens lopen door meerdere landen. De beschikbare gegevens kunnen per land of bedrijf verschillen. Ook zijn technische kennis, digitale infrastructuur en de capaciteit om controles uit te voeren niet overal hetzelfde.
Wanneer betere prestaties niet worden beloond
De huidige regels proberen rekening te houden met die verschillen door algemene gegevens te gebruiken. Neem bijvoorbeeld het gebruik van groene elektriciteit. De EU gaat uit van het gemiddelde van het nationale elektriciteitsnet. Maar sommige regio’s of fabrieken presteren veel beter. ‘Als een producent geloofwaardig kan aantonen dat zijn elektriciteit schoner is dan het nationale gemiddelde, zou dat moeten worden meegenomen in de CO₂-voetafdruk’, zegt Robert Istrate, mede-auteur van het artikel en universitair docent bij het CML.
Het gaat de auteurs er niet om de lat lager te leggen. Het gaat erom dat er geen goed beeld ontstaat van hoe de batterij daadwerkelijk is geproduceerd. En dat er geen stimulans is voor producenten om het beter te doen, als dat niet wordt gezien.
Wat geldt als geloofwaardig bewijs?
Liang: ‘Als duurzaamheidsregels wereldwijd moeten werken, moeten ook de systemen waarmee de bewijzen worden verzameld en beoordeeld wereldwijd kunnen functioneren.’
‘En niet elk verschil in gegevens of verificatie is even belangrijk voor het uiteindelijke resultaat’, zegt Hertwich. De industriële ecologie kan helpen om te bepalen waar bewijsregels strikt moeten zijn en waar enige flexibiliteit mogelijk is, zonder de vergelijkbaarheid aan te tasten. Zo gaat de inspanning naar de zaken die daadwerkelijk van invloed zijn op de CO₂-voetafdruk van de batterij.’
Wetenschappelijke publicatie
Liang, Y. et al. A Brussels effect for battery sustainability. Science. https://doi.org/10.1126/science.aed8133