Nieuws vormde de zeventiende-eeuwse Atlantische wereld
Boek
Wie aan de Atlantische handel denkt, denkt vaak aan suiker, tabak en katoen. Aan boord van de zeventiende-eeuwse schepen bevond zich echter nog iets cruciaals: verse informatie over verre gebieden. In zijn boek An Ocean of Rumours reconstrueert hoogleraar Zeegeschiedenis Michiel van Groesen deze mondiale vorm van nieuwsvoorziening.
Van Groesens boek begint met de geschiedenis van Sir Francis Drake, een gevreesde Engelse piraat. ‘Op den duur gaat over hem in Noord-Europa het gerucht dat hij Havana heeft ingenomen, op dat moment de kern van het Spaanse Rijk’, vertelt hij. ‘Tegelijkertijd doet in Zuid-Europa het verhaal de ronde dat het juist helemaal niet goed gaat. Drake zou na een mislukte aanval op Puerto Rico zijn afgedropen naar Panama.’
Het tweede verhaal blijkt waar, maar de kooplieden in Augsburg waarop Van Groesen zich focust, hebben geen enkele mogelijkheid om dat te achterhalen. ‘Het grote probleem met nieuws en informatie in de Atlantische wereld, is dat het niet te verifiëren was’, zegt Van Groesen. ‘Als er vandaag een schip aanlegde in Middelburg, duurde het door alle winden en stromingen negen weken voor het volgende kwam. Daar moest je op wachten voor nieuwe informatie, en dan was het nog maar de vraag hoe betrouwbaar die nieuwe informatie was.’
Tegelijkertijd doet de informatie uit overzeese gebieden er wel degelijk toe voor het leven in Europa. Van Groesen: ‘Als Havana wél was gevallen, zou de jaarlijkse Spaanse zilvervloot er niet meer zijn geweest. Dat had een enorme kapitaalinjectie op de Europese slagvelden gescheeld.’
Culture of anticipation
Van Groesen dook in Nederlands-, Frans-, Portugees- en Italiaanstalige kranten om te achterhalen hoe Europeanen omgingen met deze voortdurende onzekerheid. ‘Je ziet dat er een culture of anticipation ontstaat,’ vertelt hij. ‘Mensen zitten te wachten op goed nieuws en dus wordt er optimistisch gespeculeerd. Als je in Noord-Europa suggereert dat Havana nu wel zal zijn ingenomen, verkoop je meer kranten dan wanneer je het tegenovergestelde zegt.’
Positieve insteek
Daarbij staat een precieze weergave van de feiten niet altijd voorop. ‘In Engelse kranten worden nieuws en advertising soms door elkaar gevlochten, waardoor je niet altijd weet of je daadwerkelijk nieuws leest of dat het een reclamepraatje is om mensen naar Carolina, Virginia en Pennsylvania te lokken,’ zegt Van Groesen.
Andere onderwerpen worden volledig genegeerd. Van Groesen: Portugal zat al honderd jaar in de transatlantische slavenhandel, maar in de weinige kranten die er waren, wordt daar niet over geschreven. Het enige wat af en toe voorbijkomt, is een neergeslagen slavenopstand.’
Die positieve weergave komt de reputatie van de kranten niet altijd ten goede. ‘In mijn laatste hoofdstuk laat ik zien dat in Spanje een onderstroom aan handgeschreven nieuwsbrieven aan populariteit wint’, zegt Van Groesen. ‘Gedrukte media worden als onbetrouwbaar gezien, omdat ze zouden worden gemonitord door de overheid.’
Informatiesamenleving
Betrouwbaar of niet, Europa had duidelijk al een professionele nieuwscultuur in de zeventiende eeuw. ‘Dat nuanceert het beeld dat de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog de eerste mediaoorlog zou zijn geweest’, zegt Van Groesen. ‘Media worden in die tijd inderdaad gebruikt om Noord-Amerikanen op te zetten tegen de Britse koning, maar dat is geen vondst uit 1750. Net zo goed als wij, hadden mensen in de zeventiende eeuw het gevoel dat ze in een informatiesamenleving leefden.’