Eerherstel voor de Javaanse traditie van de Uttarakāṇḍa: ‘Als je een van de tradities negeert, negeer je informatie over de overlevering’
Promotie
Bijna een millennium werd het steeds opnieuw opgeschreven: het Oudjavaanse literaire prozawerk Uttarakāṇḍa. Al snel viel de overlevering uiteen in twee grote tradities: een Javaanse en een Balinese. In wetenschappelijke edities was tot nu toe echter alleen aandacht voor de Balinese versie. Onterecht, betoogt promovenda Yosephin Apriastuti Rahayu.
De Uttarakāṇḍa is het zevende en laatste boek van het hindoeïstische epos Rāmāyaṇa van Vālmīki, waarin het leven van Rāma na zijn kroning wordt beschreven. Aan het einde van de tiende eeuw werd het werk voor het eerst bewerkt naar het Oudjavaans. ‘Het werd destijds genoteerd in het zogenaamde Bunda-schrift, een oud schrift dat vooral werd gebruikt in de bergen, vertelt Apriastuti Rahayu. ‘Tegenwoordig kunnen nog maar weinig mensen dat lezen.’
Dat is meteen een van de redenen waarom de Javaanse traditie tot nu toe weinig aandacht heeft gekregen, al zijn er ook inhoudelijke bezwaren. ‘De Javaanse bewerker zou het Oudjavaans minder goed hebben begrepen dan de Balinese, waardoor de Balinese traditie in hoger aanzien staat en wetenschappers zich meestal daarop baseren’, legt Apriastuti Rahayu uit.
Brede interpretatie
Daarmee missen die onderzoekers wel het een en ander, stelt ze. ‘Soms zijn er kleine verschillen, dan heet een personage in de Javaanse versie anders dan in de Balinese of verandert een vertaling de interpretatie van de tekst, maar soms verandert de volledige focus. Zo ligt in de Javaanse versie de nadruk op de verslagen reuzenfamilie Lanka, terwijl de Balinese versie focust op Rama die zijn vijand verslaat.’
Met haar proefschrift draagt Apriastuti Rahayu daarom bij aan een bredere interpretatie van de tekst. ‘Zeker als filoloog is het belangrijk om de geschiedenis van de tekst in kaart te brengen. Als je dan een van de tradities negeert, negeer je informatie over de overlevering van de tekst. Juist door de bewerkers te volgen, hun accuraatheid en precisie te registreren, wordt duidelijk hoe hun eigen creativiteit het soms wint van de trouw aan het origineel en daarmee de traditie verandert.’