Universiteit Leiden

nl en

Promoveren met een NWO Promotiebeurs voor Leraren: Eline Rademakers en Peter Postma

Eline Rademakers en Peter Postma ontvingen de NWO Promotiebeurs voor Leraren. Hieronder vertellen ze hun ervaring.

Eline Rademakers

Een week uit het leven van een beurspromovendus is waanzinnig interessant, hectisch, afwisselend en niet in de laatste plaats leerzaam. Zowel voor mijzelf als voor mijn leerlingen. Sinds september combineer ik mijn baan als docent geschiedenis en maatschappijleer op een middelbare school met een promotietraject, mogelijk gemaakt door de NWO Promotiebeurs voor Leraren. De eerste helft van de week geef ik les aan 4havo, 4vwo en 6vwo en ben ik mentor van de examenklas. De tweede helft van de week zit ik met mijn neus in de boeken en spit ik archiefmateriaal door als iedere andere PhD-er op het Huizinga.

Al is het in deze tijd van digitaal lesgeven en thuiswerken een flinke uitdaging, het doen van onderzoek is een mooie toevoeging op het lesgeven. Na vijf jaar ervaring voor de klas vond ik met het promotietraject een nieuwe manier om mijzelf uit te dagen en weer de historische diepte in te duiken. Tegelijkertijd ligt mijn passie nog altijd bij het delen van kennis en het aanwakkeren van nieuwsgierigheid bij anderen, een passie die ik door de combinatie van promoveren en lesgeven de komende jaren kan blijven koesteren.

Waar lesgeven op de middelbare school ver af lijkt te staan van het doen van onderzoek, valt het in de praktijk vaak te combineren. Mijn onderzoek doe ik naar negotiaties: plantageleningen die werden uitgeschreven in de tweede helft van de achttiende eeuw in Suriname. Ik onderzoek wie de mensen waren achter- en in dit financieringsinstrument, hoe deze personen door middel van die negotiaties van invloed zijn geweest op een veranderende relatie tussen Suriname en de Republiek aan het einde van de achttiende eeuw, en hoe die verandering van invloed was op de tot slaaf gemaakten op de plantages.

De inhoud van dit onderzoek kan ik in uitgeklede vorm kwijt in bijvoorbeeld mijn lessen aan 4havo. Doordat de achttiende-eeuwse handschriften vaak goed leesbaar zijn kan ik de leerlingen leren werken met primair bronmateriaal. Op die manier wordt oefenen met causaliteit en standplaatsgebondenheid voor de leerlingen opeens een stuk interessanter en gaat het verleden meer spreken. Ook al lijkt het op het Huizinga vaak wel zo, niet iedereen heeft een aangeboren passie voor geschiedenis. Maar door met voorbeelden uit mijn eigen onderzoekspraktijk de klas in te gaan, wil zelfs de meest stoïcijnse puber nog wel eens geïnteresseerd raken.

Ook het doen van onderzoek is iets dat ik kan delen met de leerlingen. Onder het mom van ‘gedeelde smart is halve smart’ bedenk ik samen met mijn 4vwo strategieën om het schrijven van een paper slim aan te pakken. Daarnaast heb ik nog altijd het nobele streven om bij te dragen aan het verkleinen van de stap tussen de middelbare school en de universiteit. Door deel uit te maken van beide werelden en ervaringen te delen hoop ik, in ieder geval toch voor mijn eigen mentorleerlingen van 6v, dat gapende gat toch iets te dichten.

Dus wat uiteindelijk het leukst is uit het leven van een beurspromovendus? De combinatie van lesgeven en onderzoek doen. Ik zou het beiden voor geen goud willen missen!

Deze video kan niet worden getoond omdat u geen cookies heeft geaccepteerd.

Verlaat onze website om deze video te bekijken.


 

Peter Postma

In september 2019 heb ik een NWO-promotiebeurs voor leraren ingediend, die in februari van dit jaar gehonoreerd is. Naast mijn baan als docent op de Hanze Hogeschool in Groningen is het schrijven hiervan een intensief traject geweest, waar ik vooral in mijn vrije uurtjes aan heb geschreven. In het dagelijkse leven werk ik bij een internationale business opleiding, waar ik internationale politieke-economie en culturele vakken doceer. En alhoewel promoveren steeds gebruikelijker is onder hogeschool docenten, is het nog steeds niet heel erg ingeburgerd. Primair ben ik voor mijn studenten dan ook vooral docent, maar met hulp van het NWO vanaf september dus ook officieel beurspromovendus in Leiden.   

De ambitie om te promoveren heb ik altijd gehad, ook al tijdens mijn master American Studies, die ik in Groningen afgerond heb. Na mijn studietijd heb ik eerst twee jaar de wereld rondgevaren aan boord van een zeilschip, maar toen ik niet lang daarna een baan vond in het hoger onderwijs, sloeg de honger naar kennis en verdieping weer toe. De ambitie en de wil om te promoveren is overigens ook ingegeven door mijn dagelijkse werkomgeving, waar mijn promotie-idee geboren werd. Op deze manier zijn werk, inspiratie, en uiteindelijk motivatie ook samengekomen, en dat is erg prettig.

Initieel raakte ik geïnteresseerd in de sterk veramerikaniseerde kennis die wordt onderwezen in het internationale business onderwijs, en de geschiedenis hiervan. Zo stuitte ik bijvoorbeeld tijdens het voortraject op de rol die het Nederlandse multinationale bedrijfsleven heeft gespeeld in het opzetten van dit type onderwijs in Nederland, direct na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens dit traject boorde ik ook nauwelijks bestudeerde archieven aan, waaruit vooral de politieke ideeën en diplomatieke activiteiten van deze bedrijven duidelijk werd. Uiteindelijk is dit overeind gebleven, en het centrale aandachtspunt in mijn proefschrift geworden (de werktitel van mijn proefschrift luidt “Nothing Matters but the Future: Dutch Multinationals and their Visions of the Netherlands in a Changing World Order, 1938-1948”). Met mijn voorwerk heb ik professor Giles Scott-Smith in Leiden benaderd, die mij later ook met dr. Anne-Isabelle Richard heeft geholpen de NWO-aanvraag tot een goed einde te brengen. Samen vormen zij nu mijn begeleidingsteam.  

Mijn onderzoek richt zich op een netwerk van studiegroepen, opgezet door bestuurders van Nederlandse multinationale ondernemingen, zoals Philips, Shell en Unilever, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Net zoals de Nederlandse regering die zich tijdens de oorlog in Londen bevond, bogen ook zij zich over de toekomstige positie van Nederland in de wereld, en adviseerden ook beleidsmakers en politici hierover. Deze studiegroepen vormden een internationaal netwerk, en bevonden zich naast Londen, ook in New York, Zuid-Afrika, Nederlands-Indië, op Curaçao, en zelfs in Argentinië. Maar gek genoeg zijn deze groepen en hun ideeën tot nu heel erg onder de radar gebleven.

Alhoewel mijn onderzoek officieel nog niet van start is gegaan, probeer ik toch stap voor stap elementen uit mijn onderzoek in mijn onderwijs te introduceren. Zo motiveer ik mijn studenten tegenwoordig vaker een tijdschrift als de Economist open te slaan, en via deze weg zich te verdiepen in internationale politieke ontwikkelingen, en de betekenis hiervan voor hun toekomstige werkveld. Ik vind dat mijn studenten te vaak nog een eenzijdig wereldbeeld voorgehouden wordt, waarin het lijkt alsof bedrijven in een vacuüm opereren, en economie een natuurfenomeen is. Maar zoals ik ook in mijn onderzoek zie, gaan handel, economie en politiek juist hand in hand, en kent het bovendien een geschiedenis. Ik vind het ontzettend belangrijk dat mijn studenten, de managers van morgen, hier meer over weten.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.