Universiteit Leiden

nl en

Waarom rijke Romeinen met hun hele stad dineerden

In sommige delen van het Romeinse Rijk waren publieke maaltijden aan de orde van de dag: welgestelden trakteerden de hele stad op een maaltijd. Het plotseling ontstaan én het verdwijnen van dit fenomeen had alles te maken met politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, stelt historica Shanshan Wen. Promotie 6 september.

Gezamenlijk eten populair in de tweede eeuw

In steden in de westelijke helft van het Romeinse Rijk waren gezamenlijke maaltijden aan de orde van de dag de eerste drie eeuwen van de Romeinse keizertijd. Deze publieke etentjes, waarvoor vaak de hele bevolking werd uitgenodigd, hadden hun hoogtepunt in de tweede eeuw, om in de derde en vroege vierde eeuw weer te verdwijnen. Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar waarom deze maaltijden zo populair zijn geweest, verteltde uit China afkomstige Shanshan Wen. In haar proefschrift concludeert de historica dat de politieke en maatschappelijke veranderingen een grote rol hebben gespeeld bij zowel de opkomst van de gemeenschappelijke diners als het verdwijnen ervan.

Verkiezingen verloren betekenis

Aan de hand van inscripties onderzocht Wen gemeenschappelijke maaltijden in steden in Italië, Romeins Spanje en delen van Noord-Afrika. Ze ontdekte dat de weldoeners die deze diners organiseerden en betaalden vooral vooraanstaande burgers waren, zoals leden van de lokale elite en bekleders van publieke ambten. Wen: ‘ De lokale elite gaf de diners om hun politieke macht bij hun medeburgers te legitimeren.’ Ze legt uit: toen het Romeinse Rijk een republiek was, werden nog (lokale) verkiezingen gehouden. Maar doordat in de keizertijd de hoogste lokale ambten steeds meer in handen van een kleine groep families waren, verloren de verkiezingen aan betekenis. Met het organiseren van de maaltijden toonde de lokale elite dat zij nog steeds veel waarde hechtte aan de lokale burgergemeenschap.

Een inscriptie uit de Romeinse provincie Hispania Tarraconensis, in het huidige Spanje, verwijst naar weldoenster Cornelia Marullina die regelmatig gemeenschappelijke diners mogelijk maakte.
Een inscriptie uit de Romeinse provincie Hispania Tarraconensis, in het huidige Spanje, verwijst naar weldoenster Cornelia Marullina die regelmatig gemeenschappelijke diners mogelijk maakte.

Etentjes waren niet meer nodig

Zo plotseling als de gemeenschappelijke maaltijden opkwamen, zo snel verdwenen ze ook weer. In de late derde en vroege vierde eeuw nam het aantal gemeenschappelijke maaltijden snel af. De keizerlijke bureaucratie werd toen uitgebreid, verklaart Wen. Dit ondermijnde de oude politieke cultuur waarin de elite haar rijkdom ten goede liet komen aan lokale burgerschappen. ‘Er ontstonden nieuwe mogelijkheden om carrière te maken in een van de keizerlijke departementen. De lokale burgergemeenschappen waren niet langer de belangrijkste bron van maatschappelijke status, en dat maakte de gemeenschappelijke etentjes niet langer nodig.’

Maaltijden waren regiogebonden

Het was al bekend dat de maaltijden niet in het hele Romeinse Rijk werden georganiseerd, maar de vraag waarom dit zo is, is nog maar zelden gesteld. In Brittannië en Germanië kom je de diners niet tegen. Vermoedelijk komt dit doordat hier een heel andere politiek werd bedreven, zegt Wen. ‘Onder weldoenerij werd in de noordwestelijke provincies vooral het neerzetten van publieke gebouwen of heiligdommen verstaan. Waarschijnlijk zaten de lokale elites hier zo stevig in het zadel dat hun positie tegenover de burgers niet hoefden te legitimeren door het organiseren van maaltijden.’

Meer Chinese aandacht voor oude beschavingen

Wen haar onderzoek is mogelijk gemaakt door China Scholarship Council, en dat is bijzonder: het gebeurt niet vaak dat een Chinese financier onderzoek naar westerse geschiedenis steunt. ‘In China komt steeds meer aandacht voor oude beschavingen buiten China,’ verklaart Wen. ‘Studenten worden aangemoedigd om daar meer over te leren. Ik schreef een voorstel en kreeg de beurs. Hierna ga ik terug naar de Universiteit van Shanghai, waar ik mijn master deed, om daar te gaan lesgeven. Dat ik weer naar China terug zou keren, was een voorwaarde die de financier stelde.’

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie