Universiteit Leiden

nl en

Shuai Guo wint International Insolvency Institute’s 2018 Prize

Shuai Guo, promovendus verbonden aan de afdelingen Ondernemingsrecht en het Hazelhoff Centre for Financial Law, heeft de Silver Medal gewonnen in de International Insolvency Institute (III) 2018 Prize in International Insolvency Studies. III is een prestigieuze, non-profit en members-only organisatie op het gebied van het bevorderen en promoten van internationaal insolventierecht.

De titel van Shuai’s winnende artikel is: ‘Cross-border Resolution of Financial Institutions: Perspectives from International Insolvency Law’.

Naast de prijs is Shuai ook uitgenodigd om de jaarlijkse conferentie van het International Insolvency Institute bij te wonen in New York in september2018, inclusief een lidmaatschap van Class VII van het III NextGen Leaderschip Program. 

Zijn paper onderzoekt de problematiek rondom grensoverschrijdende afwikkeling van financiële ondernemingen, en is gericht op de toebedeling van bevoegdheden tussen de ‘home’ en de ‘host’ afwikkelingsautoriteiten. Het gaat met andere woorden om jurisdictievraagstukken. Het onderzoek is uitgevoerd vanuit een internationaal insolventierechtelijk perspectief. Er is gekozen voor een aangepaste universaliteitsbenadering, waarbij de balans tussen de botsende belangen van effectieve afwikkeling en bescherming van lokale belangen in aanmerking is genomen. Wat betreft de ‘parent-branch’ afwikkeling, zou de ‘home’ autoriteit in staat moeten zijn om te beginnen met de hoofdprocedure, terwijl de ‘host’ autoriteit een ondersteunende secundaire afwikkelingsprocedure of een onafhankelijke secundaire afwikkelingsprocedure zou beginnen. Wat betreft de ‘parent-subsidiary’ afwikkeling, laat het huidige juridische systeem, ondanks de wens voor een wereldwijde afwikkelingsprocedure, slechts een ‘host’ afwikkelingsprocedure toe voor buitenlandse dochterondernemingen. Dit paper stelt de toepassing voor van de ‘head office functions test’ zoals ontwikkeld in het internationaal insolventierecht, zodat buitenlandse dochterondernemingen onderwerp kunnen worden van een ‘home’ afwikkelingsprocedure.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie