Universiteit Leiden

nl en

Trammelant in de koloniale rechtszaal

Niet eerder werd onderzoek gedaan naar de gang van zaken in de koloniale rechtbanken op Java tijdens de negentiende eeuw. Sanne Ravensbergen biedt met haar proefschrift Courtrooms of Conflict inzicht in de werking van het koloniaal strafrecht. Haar promotie vond plaats op 27 februari.

Zodra de VOC ‘arriveerde’ op Java, in de zeventiende eeuw, begonnen de Nederlanders zich te bemoeien met de bestaande Javaanse rechtssystemen. Dit leidde in de negentiende eeuw tot een koloniaal strafrechtsysteem met aparte rechtbanken en wetten voor verschillende bevolkingsgroepen. Er waren rechtbanken voor Europeanen, en er waren andere rechtbanken voor de overwegend Javaanse en Chinese bevolking. In de rechtbanken waar de niet-Europese bevolking berecht werd (de landraden en ommegaande rechtbanken) velden Javaanse en Nederlandse rechtbankleden gezamenlijk het vonnis. Islamitische en Chinese leiders gaven advies over religieuze en lokale rechtstradities.

Aan het begin van de negentiende eeuw bestonden er twee landraden op Java, rond 1874 waren er maar liefst 89. Hoe ging het eraan toe in de landraden en in hoeverre werden de koloniale rechtbanken geaccepteerd door de lokale bevolking? Om die vragen te beantwoorden, dook Sanne Ravensbergen de archieven in Jakarta en Den Haag in om processtukken te bestuderen. Ze stuitte op een wereld vol dagelijkse conflicten, ongelijkheid, onzekerheid en onrechtvaardigheid.

Sanne Ravensbergen

Wat weten we dankzij jouw onderzoek nu over deze koloniale rechtbanken?

‘We wisten al dat er  in Nederlands-Indië een gescheiden en ongelijk rechtssysteem bestond. Terwijl de Europese rechtbanken bijvoorbeeld werden geleid door juristen, werd in de niet-Europese rechtbanken  lange tijd rechtgesproken door bestuursambtenaren met belangen in de regio. Hierdoor was de onpartijdigheid van de strafrechtsbedeling daar ver te zoeken. Er was echter nog weinig tot geen onderzoek gedaan naar de daadwerkelijke praktijk en gevolgen van dit ongelijke rechtssysteem. Daarnaast waren de rechtbanken waar de lokale bevolking werd berecht heel bijzondere rechtbanken. Ze bestonden uit diverse actoren, zoals de Javaanse aanklager, de islamitische adviseur, de Chinese kapitein, Javaanse rechtbankleden en de Nederlandse voorzitter. Ik onderzocht de samenwerking en conflicten tussen deze verschillende actoren in de koloniale rechtszaal, en het effect daarvan op de lokale bevolking.’

Wat voor conflicten vonden er plaats tussen de actoren?

‘Conflicten in de rechtszaal vonden plaats op juridisch, politiek en ook persoonlijk vlak. Er vonden bijvoorbeeld conflicten plaats tussen de Nederlandse resident  - de voorzitter van de rechtbank - , de Javaanse aanklager (jaksa) en Javaanse rechters (priyayi, tevens regionale bestuurders uit adellijke Javaanse families) en de islamitische religieuze adviseur (penghulu). Zo was het bijvoorbeeld de vraag wat voor soort rechtspraak in een bepaalde zaak moest worden toegepast: lokaal, Nederlands, of religieus recht?

Superioriteitsgevoel, raciale vooroordelen en achterdocht over de islam onder de Nederlanders leidden tot onwetendheid en wantrouwen ten opzichte van bijvoorbeeld de penghulus, naar wie  nauwelijks geluisterd werd. De Nederlanders beweerden dat de islamitische penghulus in diefstalzaken altijd zouden adviseren tot het afhakken van de rechterhand. Mijn archiefonderzoek laat zien dat deze karikatuur niet klopt — de penghulus gaven allerlei soorten adviezen en zeker niet altijd ‘wreder’ dan het uiteindelijke vonnis –  maar dat er toch nauwelijks naar ze geluisterd werd.’

Ondanks het feit dat de rechtbanken een middel waren om het repressieve koloniale bestuur te handhaven, en geplaagd werden door conflicten, bleven de rechtbanken twee eeuwen bestaan en werden ze geaccepteerd door de bevolking. Hoe verklaar je dat?

‘Kort gezegd komt omdat de rechtbank een afspiegeling was van de koloniale staat, die gebaseerd was op duaal Nederlands en Javaans bestuur, waarin hooggeplaatste vertegenwoordigers van de elite zaten. Strafrecht was belangrijk voor de koloniale machtsuitoefening. Alhoewel het pluralisme in de toegepaste wetten verdween in de loop der tijd, bleef het pluralisme in de vorm van lokale rechtbankleden en medewerkers bestaan. Alle lokale actoren bleven aanwezig in de rechtbank om de lokale machtsstructuren te vertegenwoordigen waarvan de koloniale staat afhankelijk was.’

Na haar promotie gaat Sanne Ravensbergen werken als postdoctoraal onderzoeker bij het Instituut voor Geschiedenis (Universiteit Leiden). Ze gaat zich dan richten op de Nederlandse koloniale mentaliteit en de wijzen waarop Nederlanders voor zichzelf hun aanwezigheid in koloniën legitimeerden.