Universiteit Leiden

nl en

‘Oorlogsgeschiedenis Eduard Meijers verdient plek in herdenkingscultuur’

Een groep vertrouwelingen waaronder een oud-student van Meijers voorkwam zijn deportatie naar een vernietigingskamp. Cleveringahoogleraar Marjan Schwegman openbaarde in haar oratie op 27 november de vervolgingsgeschiedenis van de Joodse hoogleraar Eduard Meijers.

‘In de herinneringscultuur is Rudolph Cleveringa terecht een lichtende figuur die wist dat hij met zijn protest vervolging riskeerde’, zei Schwegman in een vol Academiegebouw. Op 26 november 1940 protesteerde de rechtendecaan op precies dezelfde plek tegen het ontslag van zijn leermeester Eduard Meijers, hoogleraar Burgerlijk recht in Leiden. Meijers werd net als 29 andere Joodse medewerkers door de nazi’s ontslagen. De dag na de protestrede werd Cleveringa gearresteerd en daarna tot in de zomer van 1941 opgesloten in de gevangenis van Scheveningen.

Het publiek in het Academiegebouw met op de eerste rij familie van Meijers.

Eren als wetenschapper

Cleveringa’s protestrede wordt nog altijd herdacht maar wat er met Meijers tijdens de oorlog gebeurde is nauwelijks bekend, merkte Schwegman op. ‘Hij werd en wordt vooral geëerd als de naoorlogse grondlegger van het Burgerlijk Wetboek.’ Collega’s wilden Meijers, die atheïst was, vooral eren als wetenschapper en niet als Joodse vervolgde, verklaarde ze. Schwegman vermoedt ook dat er sprake was van een zekere ongemakkelijkheid. ‘Overlevers van kampen werden in de eerste naoorlogse periode dikwijls met wantrouwen begroet. Wat hadden zij gedaan om te overleven?’

Veel Leidse hoogleraren waren aanwezig bij de oratie in het Groot Auditorium.

Protestrede had ook ongunstig effect

De historica stipte een ander gevoelig punt aan: Cleveringa’s rede, waar Meijers vooraf mee instemde, zorgde voor een groot gevoel van onderlinge solidariteit maar had onbedoeld ook een ongunstig effect. ‘De Duitse autoriteiten waren zo in hun eer aangetast dat zij daarna moeilijk te bewegen waren tot het verlenen van gunsten aan Meijers. In Westerbork bleek dat Meijers status als strafgeval zelfs de sluis openzette voor herhaalde bevelen om hem en zijn gezin nach Osten te transporteren.’

Marjan Schwegman verwees in haar oratie ook naar de oorlogsgeschiedenis van de familie van Job Cohen, bijzonder hoogleraar in Leiden.

Vertrouwelingen redden Meijers

Toch wisten Meijers, zijn vrouw en hun jongste dochter Clara (twee dochters overleefden de oorlog in Nederlands-Indië en één dook onder) de oorlog te overleven in Westerbork en later Theresienstadt. Hoe kon dat? Voor een Parlementaire Enquêtecommissie verklaarde Meijers na de oorlog dat dat geluk en toeval een grote rol speelden. Schwegman constateerde iets anders: ‘Achter de schermen heeft een groep vertrouwelingen veel voor hem gedaan waardoor hij niet naar een vernietigingskamp is gestuurd.’

Status van prominent

Vooral Meijers advocaat Lucie van Taalingen-Dols, een oud-student van hem, spande zich enorm in. Ze werd geholpen door Willem van Eysinga, Leids hoogleraar volkerenrecht en Petrus Idenburg, secretaris van de universiteit. Van Taalingen ging zelfs naar Berlijn waar het ‘geval Meijers’ ook door SS-leider Adolf Eichmann werd besproken. De groep kreeg voor elkaar dat de familie Meijers de status van ‘prominent’ kreeg en niet gedeporteerd werd zolang hun emigratieprocedure naar Zwitserland liep. Ook Cleveringa hielp mee. ‘Hij schreef een deel van een memorandum van Van Taalingen waarin de verdiensten van Meijers, ook voor Duitsland, breed werden uitgemeten.’

Rector Carel Stolker begroet na afloop familie van Cleveringa waaronder diens dochter Hiltje en haar echtgenoot.

Beslissingen over leven en dood

De status van prominent zorgde ervoor dat Meijers in Westerbork en Theresienstadt geen zware lichamelijke arbeid hoefde te verrichten. Hij moest administratief werk doen en kon gevangenen in Westerbork aan Sperren helpen door ze een andere nationaliteit te bezorgen. Ondertussen onderhield hij via zijn advocaat contact met collega’s in Leiden zoals met ‘Ruben’, codenaam voor Rudolph Cleveringa en Ben Telders. Zijn Leidse vrienden probeerden hem ook te helpen door studiemateriaal op te sturen. Dankzij alle inspanningen wist Meijers te overleven en keerde hij na de oorlog weer terug naar de Leidse universiteit.

Vernieuwing Leidse herinneringscultuur

Schwegman besloot haar oratie met een wens. ‘Ik hoop dat de kennis over de geschiedenis van Meijers bijdraagt aan een vernieuwing van de Leidse herinneringscultuur. Een simpele toevoeging van zijn verhaal aan dat van Cleveringa is niet bevredigend. Dan zetten we een geschiedenis vol geploeter en strijd om het naakte bestaan tegenover een loepzuivere geschiedenis waarin Cleveringa het vooroorlogse recht hooghoudt.’

Daan Samkalden (links) met Hiltje ten Kate-Cleveringa, Eduard Vermeulen (Meijers was ook zijn grootvader) en Theo ten Kate, de echtgenoot van Hiltje.

Familie Meijers is ontroerd

Na afloop zeiden diverse aanwezige nazaten van Meijers, zoals zijn kleinzoon Daan Samkalden, onder de indruk te zijn van de oratie. ‘Het was ontroerend. Zeker ook omdat Schwegman veel familiefoto’s liet zien. Bovendien heb ik nieuwe informatie gehoord, zo wist ik niet dat hij dat juridische werk deed in Westerbork.’ Achterkleindochter Mette voegde daar aan toe: ‘Ook wij weten nu beter hoe de oorlog voor de familie verliep.’


(LvP/foto's Monique Shaw)