Universiteit Leiden

nl en

Brandgevaarlijke boeken: boeken in Utopie/Dystopie

Gideon de Jong, masterstudent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid, doet verslag van de eerste lezing in de nieuwe reeks van Recht en Literatuur. In zijn openingslezing weidde Ger Groot uit over de rol van het boek in Utopische en dystopische werelden.

Op 28 september opende Ger Groot de nieuwe reeks lezingen van Recht en Literatuur Leiden, waar het thema ‘Utopie en Dystopie’ als een rode draad doorheen loopt. Aan de grondslag van alle literatuur ligt het fysieke boek als object. Op inzichtelijke en welsprekende wijze schetst Groot hoe het boek zelf ook op een spectrum van utopie en dystopie moet worden geschaard.

Zoals het boek aan de basis staat van literatuur, zo vormt deze lezing de bewegwijzering van het komende jaar.  Groot’s vertoog werpt niet alleen een visie op hoe utopistische werken moeten worden gelezen, ook doorspekte hij zijn lezing met referenties aan werken van dat genre. De toehoorders konden goed uitgerust op pad door de utopische en dystopische werelden die dit jaar de revue passeren.

Groot begon zijn lezing met een waarschuwing. Boeken verdwijnen als ruimte voor dissonantie, en de eenzaamheid van het lezen wordt voor veel mensen onverdraaglijk, zo stelt althans Sandra Kegel met een column in de Frankfurter Algemeine. Dit betekent echter ook dat mensen (en soms hele landen) niet meer in de ban zijn van één boek, en dat de ‘brandgevaarlijke inhoud’ van een werk minder risico’s oplevert.

Gevaarlijke boeken

Boeken, en zeker utopieën, zijn niet ongevaarlijk. Zowel de utopie als de dystopie bieden in eerste instantie een heuristisch beeld, een ‘literaire kieteling’ om na te denken over de werkelijkheid. Het werktuig hiervoor is afstand in tijd of ruimte. Veel utopieën nemen daarom de vorm aan van een reisverhaal met exotische bestemming, zoals het Utopia van Thomas More. Anderen zoeken de afstand in tijd, waarmee vaak science fiction gepaard gaat. Bij de utopie wordt er een positieve blauwdruk gegeven die tot nadenken aanzet, bij de dystopie een negatieve. Het literaire en filosofische effect zijn echter hetzelfde; zij zetten aan tot maatschappelijk commentaar.

Het genre van de utopie heeft echter onverwachte tekortkomingen. De voorrang van het ‘zijnde’ op het bedachte wil nog weleens ondergesneeuwd raken: door de literaire kwaliteit van het boek neemt het boek de plek in van de werkelijkheid. De utopie wordt dan een dwingende blauwdruk, met gevaarlijke gevolgen. Zelfs ‘Utopia’ van Thomas More kan omslaan in een dystopie van atheïsme, maatschappelijke dwang en privébezit, waar communistisch Rusland van getuigd. Utopieën kunnen ‘brandgevaarlijk’ zijn. Neemt men de bedachte utopie voor waar aan, dan verliest men niet alleen het middel om het falen van de utopische samenleving te begrijpen, maar is dit mislukken uitsluitend aan kwade opzet te wijten. Goelags en concentratiekampen zijn het gevolg.

Waar zijn de boeken in utopieën en dystopieën?

Aan het lezen van utopieën zitten dus haken en ogen. Dat roept de vraag op hoe we deze werken moeten lezen? Groot kijkt ter instructie naar de rol van boeken in de utopische werelden zelf. Wat lezen de utopianen? Zowel bij More als bij Karl Marx, een andere sociaal utopist, wordt veel waarde gehecht aan lezen. In de klasseloze samenleving van Marx wordt er, ‘s ochtends gejaagd, ’s middags gevist en ’s avonds gelezen. In de utopische werelden zijn boeken echter zeldzaam. In sommige dystopieën zelfs verboden en compleet afwezig.

De Utopianen bij More hebben slechts ouderwetse boeken van perkament en geen eigen literatuur, al hebben ze wel een aantal klassieke werken die door de reiziger Hytholdaeus geïmporteerd zijn. Meer dan lezen luisteren ze echter naar toespraken, die alleen voor de Utopiaanse intellectuelen verplicht zijn. De eenzaamheid van het lezen lijkt de Utopianen niet gegund.  Ook de volgers van Karl Marx kwamen in hun sociale utopieën niet verder dan de Marx-Engels-Gesamtausgabe.

De bibliotheek als utopie

Zijn er utopieën waar boeken er wel toe doen?  Er is één genre van zogenaamde bibliotheek-utopieën waarin een (voor de lezer althans) ideale bibliotheek een belangrijke rol speelt. Een voorbeeld is de Bibliotheek van Babel, van Jorge Luis Borges. Deze bibliotheek omvat het hele universum: alle denkbare en ondenkbare boeken, met alle mogelijke lettercombinaties zijn opgesteld in oneindige zeshoekige galerijen met kasten.  In Borges’ bibliotheek zoeken zogenaamde Inquisiteurs naarstig naar de boeken die wel leesbaar zijn. Ook deze utopie is tot een dystopie verworden: wat totale leesbaarheid leek, wordt totale onleesbaarheid.

De filosoof en schrijver Umberto Eco voert ook een bibliotheek ten tonele. In ‘De Naam van de Roos’ beschrijft hij de bibliotheek van de abdij van Melk, met daarin de monnik Jorge van Burgos (met referentie aan Borges). De hoofdpersonen William van Baskerville en Adso van Melk zijn in die bibliotheek op zoek naar een verloren boek, dat tussen nietsbetekenende werken en onzin-boeken is verborgen. De bibliotheek blijkt bovendien een labyrint.

Tijdens de verfilming van ‘De Naam van de Roos’ zette cineast Jean-Jacques Annaud deze lijn verder voort, door de bibliotheek in beeld te brengen door middel van Giovanni-Battista Piranesi’s ‘Carceri’. Piranesi maakte dystopische schetsen van gangstelsels, bogen en architectonische elementen die eindeloos in elkaar overlopen. De schetsen worden daarom ‘Carceri’, gevangenissen, genoemd.

De bibliotheek is veranderd in een kerker.

Zoals we uit de voorbeelden merken, draagt de utopie dus haar eigen negatiefbeeld met zich mee. In het verlengde van Borges en Eco ligt ‘De Schaduw van de Wind’ van Carlos Ruiz Zafon. Zijn Kerkhof van Vergeten Boeken is een ‘basiliek van duisternis’ met een onmogelijke geometrie. Op het kerkhof wachten bezielde boeken op nieuwe lezers. Een geheim genootschap van bibliothecarissen heeft de taak om ieder een boek `te adopteren. Door de aandacht en verdieping van de lezers leeft de ziel van het boek dan opnieuw op.

Censuur en boekverbrandingen

Waar bij Zafon de boeken vergeten zijn geraakt, worden ze in dystopische romans vaak actief de vergetelheid in geholpen door middel van censuur. De brandweerlui van Ray Bradbury’s Fahrenheit 451 (232 graden Celsius, de spontane ontbrandingstempratuur van papier) rijden met kerosine-wagens rond om alle boeken te verbanden. Boeken zijn immers verwateringen, fabeltjes over mensen en dingen die niet bestaan. Nadenken is voor de dystopiërs van Fahrenheit 451 niet nodig, de entertainmentindustrie houdt de burgerij vermaakt en apathisch. Het boek is hier zwartgalliger dan de verfilming van Francois Truffaut uit 1966. Een groepje van ‘lezers’ verzet zich tegen het boekverbod. Zij leren allemaal een boek uit het hoofd (cf. Zafon), om het vervolgens alsnog te verbranden; dat voorkomt het risico betrapt te worden.  Bradbury zelf eindigt met de apocalyptische vernietiging van zijn dystopische wereld.

De dystopie van Bradbury uit 1953 vertoont angstvallige trekken met onze werkelijkheid. De boekenvervolging gebeurde niet uit dwang. Onder druk van de entertainmentindustrie en de onvrede van minderheden over splijtende en beledigende boeken, ruilen de mensen hun leesplezier eenvoudigweg in voor ‘fun’ en ‘events’.  De redding van de hoofdpersoon, Guy Montag, bestaat uit zijn besef dat boeken door mensen zijn bedacht, en uitingen zijn van de geest van de schrijver. Net als bij Zafon ontwaakt de geest van een boek door de eerste lezer.

Zoeken naar waarheid in de bibliotheek

Boeken bieden echter geen onfeilbare wegen naar de waarheid. Het leven kan uitsluitend worden gedragen door fantasie en fictie over een waarheid die met ieder nieuw boek van de plank anders kan zijn. Alleen in de kakofonie van de bibliotheek zijn deze wegen vindbaar.Ergens tussen de kaften in de universele bibliotheek zijn aanzetten tot de waarheid te vinden.
Tijd dus om met utopieën en dystopieën in de hand een jaar lang die paden te bewandelen.

Met die woorden eindige de lezing van Groot. Vele lezingen en nog meer utopieën zullen dit jaar op het pad komen. Een aantal prachtige voorbeelden zijn nu al langsgekomen. De lezing van Groot in ons achterhoofd biedt hierbij niet alleen maar waardevolle reisinstructies, maar ook een schitterend vertrekpunt.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie