Universiteit Leiden

nl en

Wat weet een piloot nou van vliegangst?

Als psycholoog én piloot is Bert Busscher geïnteresseerd in het fenomeen vliegangst. Busscher ontdekte dat aan de hartslag van mensen tijdens een therapeutische vlucht is af te lezen hoeveel last zij nog van hun vliegangst hebben. De hartslag na de vlucht voorspelt zelfs of de vliegangst op lange termijn weg zal blijven. Promotie op 7 september.

‘Vliegangst is vaak anticipatieangst’, legt Busscher uit. ‘Wij hadden mensen in ons onderzoek die uit Noord-Holland kwamen, maar omrijden over Utrecht om maar niet langs Schiphol te hoeven.’ Gelukkig kan vliegangst behandeld worden. Met cognitieve gedragstherapie pak je het vermijden van en piekeren over de situatie aan. ‘Dergelijke niet-adaptieve coping strategieën zijn vaak de boosdoeners, die het zo moeilijk maken om met de angst om te gaan,’ zegt Busscher. ‘Wat uiteindelijk het beste helpt, is patiënten blootstellen aan de situatie, dwars tegen vermijdingsgedrag in. Dus hup het vliegtuig in.’

Effect op de lange termijn

Busscher werkte tijdens zijn onderzoek nauw samen met Stichting VALK, een organisatie die therapie tegen vliegangst aanbiedt. ‘Nagenoeg iedereen gaat wel mee op een retourlijnvlucht als slotstuk van het hele behandeltraject. Als patiënten mee gaan op deze vlucht, wordt de therapie als geslaagd beschouwd,’ aldus Busscher. ‘Maar hoe ziet het er dan na drie jaar uit, vliegen ze dan nog steeds? Want dat is gek genoeg nog nooit onderzocht.’ Voor zijn promotieonderzoek heeft Busscher daarom een grote groep mensen met ernstige vliegangst gevolgd tot drie jaar na afloop van de therapie. Hoeveel hebben ze gevlogen in die jaren? En hoe reageren de deelnemers op video’s van vliegtuigen, hoe tijdens twee gesimuleerde vluchten en twee echte lijnvluchten?

Hele behandeltraject onderzoeken

Dit is voor het eerst dat er onderzoek wordt gedaan naar het effect van deze therapie tegen vliegangst op de lange termijn. Busscher keek zowel tijdens als na afloop van de gedragstherapie naar de mate van vliegangst. Zo laat een deelnemer vlak voor de slotvlucht met scores op vragenlijsten over angstgevoelens zien, of hij eigenlijk al aan die vlucht toe is. Busscher: ‘Zo kunnen we meten of de patiënt inmiddels genoeg bagage heeft meegekregen om het maximale effect uit deze ‘exposure’ vlucht te halen.’ Dat bleek voor alle onderzoeksdeelnemers het geval, en iedereen stapte het vliegtuig in. ‘Wel bleek na drie jaar dat een aantal van hen een terugval had, dat de angst weer terug was.’

Meten in het vliegtuig

Ook keek Busscher voor het eerst naar de lichaamsfuncties van de mensen met vliegangst, specifiek naar de reactie van het autonome zenuwstelsel. ‘Want fobische angst gaat samen met fysiologische reacties, zoals veranderingen in hartslag. Kunnen deze gegevens helpen bij het stellen van de diagnose van vliegangst, of bij het voorspellen van het behandelingsresultaat?’ vroeg Busscher zich af. Als man van de praktijk wilde gezagvoerder Busscher dit dan ook meten in de praktijk: in het vliegtuig mat hij de lichamelijke reacties van de deelnemers op het vliegen. Dat is technisch veel lastiger dan in een laboratorium, waar je de omstandigheden beter onder controle hebt.

Hartslag na vlucht voorspeller voor succesvolle therapie

Busscher: ‘Eenduidig zijn de uitkomsten niet. Wel blijkt de reactie van de hartslag tijdens en na de vlucht een belangrijke fysiologische voorspeller voor succes van de therapie, ook op termijn van drie jaar.’ Afname van de reactiviteit van de hartslag tijdens de vlucht was een indicatie voor de mate van vliegangst op de korte termijn: een grotere afname ging samen met minder vliegangst na de vlucht. Een lagere hartslagreactiviteit na de vlucht bleek een voorspellen voor het succes op lange termijn: deze patiënten hadden minder vliegangst drie jaar na afsluiten van de therapie. ‘De mensen die een terugval hadden gehad, verschilden dus in hartslagreactiviteit van de groep die geen terugval had gehad.’ Het meten van de activatie van het autonome zenuwstelsel kan dus bijdragen aan het diagnosticeren van vliegangst, en aan de prognose van het behandelresultaat.

Psycholoog of piloot

Zit de psycholoog nu deels op de stoel van de piloot? Of brengt de piloot zijn onderzoeksresultaten uit de praktijk mee naar de bank van de psycholoog? Voor nu richt Busscher zich even alleen op het vliegen. ‘Ik neem voorlopig even geen laptop meer mee op mijn reizen als KLM Boeing 747 gezagvoerder, en ga ongestoord genieten van het moois op alle bestemmingen.’