Universiteit Leiden

nl en

Bergasceet ideaalbeeld voor Koreaanse stedelingen

Om beter om te kunnen gaan met de druk van het moderne leven doen Koreanen aan GiCheon: intensieve oefeningen voor lichaam en geest. Rondom deze bewegingsleer is de uitgevonden traditie van bergasceten ontstaan, maar GiCheon is vooral een modern stedelijk fenomeen. Dat concludeert promovendus Victoria Ten. Promotie op 6 juli.

GiCheon is een van de meest invloedrijke 20-eeuwse Koreaanse varianten van ki suryŏn (‘praktijken ter bevordering van levensenergie’). Het ontstond in de vroege jaren ’70 toen de Koreaanse leraar Taeyang Chinin een serie oefeningen ontwikkelde om het lichaam en de geest te vitaliseren. Taeyang Chinin, nog altijd in leven, verklaart zich te baseren op de oude oefeningen van bergasceten. Het ultieme doel van GiCheon is dan ook de transformatie van het lichaam naar een ideaal lichaam, het lichaam van een ‘bergonsterfelijke’.

Beoefenaars zeer divers

Over het aantal beoefenaars lopen de schattingen uiteen; van enige honderden tot vele duizenden. Victoria Ten - haar Koreaanse naam is Yeonhwa Jeon - onderzocht welke betekenis deze oefeningen hebben voor de huidige aanhangers in Korea. Ze interviewde ruim 60 Koreaanse trainers en beoefenaars en concludeert dat zij zeer divers zijn. Zo verklaren christelijke aanhangers dat ze betere christenen worden: na hun GiCheon-oefeningen bidden ze intenser, luisteren met meer aandacht naar de priester en bezoeken vaker de kerk. Boeddhisten zeggen dat ze zich door de oefeningen beter kunnen concentreren tijdens boeddhistische meditatiesessies.

Afstand jachtige moderne leven

Het ervaren van pijn is een belangrijk element in GiCheon. De statische posities zijn pijnlijk maar hebben een helend effect op lichaam en geest, zo geven de geïnterviewden aan. ‘Het helpt hen afstand te nemen van het jachtige moderne leven, meer in contact te staan met hun emoties, hun ratio, het lichaam, de familie, de ander en de kosmos.’

Moderne variant Aziatische technieken

GiCheon bevat gymnastiekoefeningen, statische posities, massage, ademhalingstechnieken en meditatie. Ten concludeert: de oefeningen en ideeën zijn een moderne variant van oude Aziatische technieken en niet een exacte kopie van eeuwenoude oefeningen van kluizenaars die zich in de bergen terugtrokken. Maar deze bergasceten vormen wel een grote inspiratiebron voor moderne stedelingen. Veel beoefenaars houden in de weekends retraites in de bergen. Ten: 'De oefeningen in de zuivere ruimte van de bergen worden voorgesteld en uitgevoerd als een tegenwicht tegen de vervuiling van de moderne stedelijke ruimtes.' 

Victoria Ten is niet verbonden aan de universiteit en heeft zelf haar proefschrift gefinancierd. Ze doet al 17 jaar aan GiCheon en geeft er ook les in. In het Amsterdamse Vondelpark traint ze met haar haar leerlingen. Met dit proefschrift wil ze haar kennis delen over de betekenis en effecten van deze bewegingsleer. Bezoek voor meer informatie de website GiCheon.com