Universiteit Leiden

nl en

Schuldig zonder de wet te breken: Kafka’s Voor de wet

Lizzy Augustinus, voorheen student Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden, doet verslag van de lezing over Kafka's Voor de wet door Timo Slootweg. De lezing vond plaats in het kader van de reeks Recht en Literatuur 2016/2017.

In de lezingenreeks van ‘Recht en Literatuur’ waarin het existentialisme een centrale rol speelt kan ‘Voor de wet’, onderdeel van de beroemde novelle ‘Het Proces’, van Franz Kafka niet ontbreken. Schuld en verantwoordelijkheid staan centraal in het werk van Kafka. Echter kan de vraag naar schuld en verantwoordelijkheid in dit verhaal niet slechts op een rationele en objectiverende wijze beantwoord worden, zoals Timo Slootweg in deze lezing bespreekt.

Na een kort introductiefilmpje uit The Trial (1962) werpt Slootweg direct een aantal vragen op. De vraag is hier, zo begint Slootweg, in hoeverre de parabel uit ‘Het Proces’ verder licht werpt op de ware aard van de rechtbank en het proces tegen Josef K. Wat wordt bedoeld met ‘de wet’? En voor welk gerechtshof staat de hoofdfiguur nu eigenlijk terecht?

De parabel ‘Voor de wet’ uit ‘Het proces’ van Franz Kafka

Slootweg begint de lezing met een beschouwing van ‘Het Proces’ om de vreemde en mysterieuze parabel enigszins begrijpelijk te maken. Het stuk begint met de arrestatie van Josef K. die op de ochtend van zijn dertigste verjaardag in zijn slaapkamer gearresteerd wordt. Waarvan Josef K. beschuldigd wordt is onbekend. Josef K. weet alleen dat het gerecht – dat anoniem blijft –  oordeelt op basis van een onbekende wet en door de schuld is aangetrokken. Josef K. is verbouwereerd en verontwaardigd over zijn arrestatie. Immers, is hij zich van geen overtreding bewust!

Zijn zoektocht naar de rechter, de ten laste gelegde feiten en zijn pogingen om de rechtszaak te beïnvloeden falen dan ook steeds. Voor K. is dit geen reden om zijn verbeten pogingen om in het proces enige rationele legitimiteit te ontdekken en zijn queeste naar inzicht en waarheid op te geven.

De mysterieuze geestelijke in het verhaal wijst K. op zijn eigen misleiding met betrekking tot de rechtbank. Met zijn zoektocht naar gerechtigheid brengt hij een veroordeling en terechtstelling juist dichterbij. Voor K. is het echter te laat. Een jaar naar dato wordt hij ‘als een hond’ geëxecuteerd.

De standaardinterpretatiewijze

Vervolgens komt één belangrijke en wijdverspreide interpretatiewijze, die Slootweg de standaardinterpretatiewijze noemt, aan bod. De anonimiteit van de ‘mechanische machinaties’ van onmenselijke bureaucratische instituties lijkt hier terecht te staan, zo stelt Slootweg. Een meedogenloze en onmenselijke bureaucratie zonder gezicht en compassie. Enerzijds is het recht door de mens zelf gemaakt, maar tegelijkertijd vernietigt het hem ook. Het individu gaat in zijn strijd tegenover de despotische en totalitaire macht van de instituties verloren. De bureaucratie maakt van dergelijke instituties grenzeloze labyrinten, waarin het dossier de hoofdrol speelt en het individu slechts een rechtssubject is.

Het is een begrijpelijke en aannemelijke interpretatiewijze. Tegelijkertijd laat Slootweg ons inzien dat dit proces van ‘de mens’ een abstractie maakt. Het individu staat in een rationele en objectiverende verhouding tot het recht en vormt slechts een onderdeel van het dossier. Het recht wordt hier slechts mechanisch toegepast. Begrijpelijk, want voor menig jurist biedt het recht en het rechtssysteem houvast en zekerheid. Maar waar is de mens in dat verhaal?

Moeten wij dit verhaal ook en wellicht bij voorkeur anders begrijpen?

Alternatieve of existentialistische interpretatiewijze

Van deze exoterische uitleg kunnen we volgens Slootweg een meer esoterische of existentialistische interpretatiewijze onderscheiden. Slootweg stelt dat het niet in essentie om een drama in uitwendige zin gaat. Een aanleiding hiervoor is de arrestatie van Josef K. in zijn slaapkamer. We kunnen het verhaal volgens Slootweg beter opvatten als een proces dat zich van binnen afspeelt. Het verhaal, wanneer we het zo bezien, gaat dan eigenlijk om een persoon die zichzelf aanklaagt.

“In een poging zichzelf vrij te pleiten, lijkt K. zichzelf eigenlijk te elimineren. Het proces draait eigenlijk om een innerlijke rechtszaak, voor een inwendig gerechtshof.”

Metamorfose

Vervolgens thematiseerde Slootweg de affiniteit van Kafka met het existentialisme. De moeilijkheid om verantwoordelijk te zijn en verantwoordelijkheid te nemen ten overstaan van een ongeregelde en beangstigende wereld waaraan alle metafysische en kosmologische zekerheid lijkt te ontbreken. Slootweg wijst ons erop dat ook de hoofdfiguren in Kafka’s verhalen, net als bij Kierkegaard, keuzes moeten maken en oordelen zonder op rationele wijze vast te kunnen stellen wat het goede is en zonder de gevolgen van hun handelen te overzien.

De mens moet zich bevrijden, het wagen om het bekende en vertrouwde ethische leven op te schorten, om eigenlijk mens te kunnen zijn of te worden. Zowel bij Kierkegaard als bij Kafka blijkt hoe moeilijk een dergelijke bevrijding – metamorfose – kan zijn.

Hij citeert vervolgens uit ‘Het begrip angst’ (1844) van Kierkegaard:

“Wie slechts door de eindigheid zijn schuld leert kennen, is aan de eindigheid verloren. Want met eindige categorieën is niet uit te maken of een mens schuldig is, tenzij dan op een uiterlijke, juridische en heel onvolmaakte manier. Wie dus door middel van analogieën met vonnissen van de politierechter en de Hoge Raad zijn schuld moet leren kennen, begrijpt eigenlijk nooit dat hij schuldig is.”

Schuld en verantwoordelijkheid

Slootweg laat ons inzien dat we steeds geneigd zijn de schuld ergens anders te zoeken. Overal, bij sociale conventies, bij de dwang van de vader, de bureaucratie of het recht, maar niet bij zichzelf. Men schrijft de verantwoordelijkheid voor ons bestaan toe aan de natuur, het lot, de omstandigheden, de wet of god, maar ontkent daarmee de vrijheid. Dit existentiële probleem, waarbij we onszelf trachten te verontschuldigen, leidt tot een ontkenning van de vrijheid die bij het leven hoort. Wij moeten dan ook proberen vrij te worden door de schuld op ons te nemen.

Schuld bekennen is vrij zijn

‘Vrij worden’ kan alleen als je erkent dat je schuldig bent ten aanzien van de wet vrij te zijn en het leven als een vrije kunst opvat. Je moet erkennen schuldig te zijn aan het blindelings onderwerpen aan de wet. Slootweg geeft ons vervolgens het antwoord op de vraag op grond van welke wet K. wordt beschuldigd. Anders dan in het gewone, analytische recht waar men bij het bekennen van schuld wordt veroordeeld, is de logica in ‘Het proces’ radicaal anders. Wanneer je terecht staat voor het innerlijke gerechtshof word je pas vrijgesproken als je schuld bekent.

De poortwachter in ‘Voor de wet’

De toegang tot vrijheid en rechtvaardigheid wordt geconstitueerd door een misdaad of een overtreding. Slootweg heeft ons laten zien dat rechtsvinding inderdaad een existentieel en literair proces impliceert. Deze existentialistische interpretatiewijze die Slootweg ons biedt, laat ons inzien dat het recht een vorm van kunst is. De weerzinwekkende confrontatie met de wet, zoals we ook hebben gezien in het verhaal van Josef K., vormt volgens Slootweg dan ook ‘de paradoxale aanstoot tot de ontwikkeling van een poëtische ethiek van rechtvaardigheid en meer persoonlijk en kunstzinnige vorm van rechtsvinding’.

De lezing wordt vervolgens afgesloten met een gedachtewisseling van Timo Slootweg met het publiek uit de zaal onder leiding van Marthe Goudsmit. Daarbij wordt onder andere ingegaan op de vraag waaraan we schuldig zijn als we nog nooit een wet hebben overtreden. Hoe kun je een volledig rechtssysteem afwentelen? We zullen ons kritisch moeten opstellen ten opzichte van de conventies en al die bepaaldheden van het rechtssysteem. In dit recht is niet alleen een belemmering gelegen, maar tegelijkertijd ook een uitnodiging. Nu zijn wij voor de opdracht gesteld om die vrijheid te nemen.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie