Universiteit Leiden

nl en

Het belang van verbinding: waarom we rond ons 4e jaar anderen leren begrijpen

Als een kind ongeveer vier is, begint het ineens te begrijpen dat andere mensen denken en dat hun kijk op de wereld vaak anders is dan die van onszelf. Onderzoekers in Leipzig en Leiden zochten uit hoe dat in zijn werk gaat. Publicatie in Nature Communications op 21 maart.

Rond ons vierde jaar gaan we ineens doen wat driejarigen nog niet kunnen: in iemand anders’ schoenen staan. Onderzoekers van het Max Planck Institute for Human Cognitive and Brain Sciences (MPI CBS) in Leipzig en de Universiteit Leiden hebben aangetoond hoe deze enorme stap in de ontwikkeling er komt: een kritische ‘glasvezelverbinding’ in de hersenen komt tot volgroeiing. Senior onderzoeker en Leids ontwikkelingspsycholoog Nikolaus Steinbeis, co-auteur, participeerde in het onderzoek. Eerste auteur, promovenda Charlotte Grosse-Wiesmann, werkte onder zijn supervisie.

Kleine Maxi

Als je een kind van drie het volgende verhaal over kleine Maxi vertelt, zal het dat verhaal niet begrijpen: Maxi legt zijn chocolaatje op de keukentafel, en gaat dan buiten spelen. Als hij weg is, legt zijn moeder het chocolaatje in de kast. Waar kijkt Maxi als hij na terugkomst zijn chocolaatje zoekt? Een driejarige zal niet begrijpen waarom Maxi verbaasd is dat zijn chocolaatje niet meer op de tafel ligt. Want hoe kun je verbaasd zijn over iets dat er niet is? Maar een kind van vier kan correct voorspellen dat Maxi naar zijn chocolaatje zoekt waar hij het heeft achtergelaten, en niet in de kast waar het is neergelegd.

Theorie of Mind

De onderzoekers hebben iets soortgelijks waargenomen toen ze een driejarige een chocoladedoosje gaven waarin geen chocolaatjes zaten maar potloden. Nadat het kind het doosje had geopend en had gezien wat erin zat, vroegen de onderzoekers aan het kind wat een ander kind zou zeggen als dat gevraagd zou worden wat er in de doos zat. ‘Potloden’, antwoordde het kind. Slechts een jaar later, rond de leeftijd van vier jaar, begrijpt het dat het andere kind gehoopt had er chocolaatjes in het doosje zouden zitten. Tussen het derde en het vierde levensjaar vindt er dus een cruciale doorbraak plaats in de hersenen: we beginnen te zien dat anderen gedachten en overtuigingen hebben die anders kunnen zijn dan die van onszelf. Daarvóór lijken gedachten niet onafhankelijk te kunnen bestaan van wat we daadwerkelijk zien en weten over onze omgeving. Wat er gebeurt is dat we een Theory of Mind ontwikkelen.

Op de afbeelding is te zien hoe de groene fasciculus arcuatus het gebied aan de achterkant van de temporale kwab (rood) verbindt met de temporale kwab (bruin). Op de afbeelding bovenaan deze pagina is de fasciculus arcuatus ook groen. Beide afbeeldingen: © MPI CBS

Onafhankelijke ontwikkeling

De onderzoekers hebben nu ontdekt waar die doorbraak mee samenhangt. Door de volgroeiing van de zenuwvezelstructuur fasciculus arcuatus in de hersenen, tussen het derde en vierde levensjaar, ontstaat een verbinding tussen twee kritische breingebieden. Enerzijds is dat een gebied aan de achterkant van de temporale kwab dat er bij volwassenen voor zorgt dat ze over anderen en hun gedachten kunnen nadenken. Anderzijds betreft het een gebied in de frontale kwab dat betrokken is bij het onderscheiden van abstractieniveaus. Dit helpt ons verschil te maken tussen de ‘echte’ wereld en de gedachtewereld van anderen. Pas als deze twee gebieden met elkaar in contact staan via de fasciculus arcuatus, beginnen we te begrijpen volgens welke lijnen andere mensen denken. Daardoor kunnen we ons voorstellen waar Maxi naar zijn chocolaatje gaat zoeken. Interessant is dat deze vaardigheid zich onafhankelijk van andere cognitieve vaardigheden, zoals intelligentie, taalvaardigheid en impulsbeheersing, aandient.

White matter maturation is associated with the emergence of Theory of Mind in early childhood. Grosse Wiesmann, C., Schreiber, J., Singer, T., Steinbeis, N., & Friederici, A. D. (in press). Nature Communications, March 21, 2017