Universiteit Leiden

nl en

Een rariteitenkabinet voor het wetenschapsbeleid

Hoe weet de overheid of wetenschapsbeleid het gewenste effect heeft? Volgens hoogleraar Barend van der Meulen zijn een variëteit aan kennis over de effectiviteit en goed verzamelen ervan belangrijker dan een strikte wetenschappelijke methode. Oratie op 27 maart.

Wetenschapsbeleid is nog een relatief jong beleidsterrein. Pas in de jaren ’60 van de vorige eeuw begon de Nederlandse overheid zich af te vragen hoe het overheidsgeld in de wetenschap besteed werd en ging men werken aan wetenschapsbeleid. Daarmee ontstond de zoektocht naar goede meet- en verantwoordingsmethoden voor dat beleid. ‘Eigenlijk zoeken we naar evidence voor het wetenschapsbeleid, zodat we gefundeerd kunnen zeggen wat goed en effectief beleid is,’ zegt Barend van der Meulen, bijzonder hoogleraar Kennis voor wetenschapsbeleid.

Meten verandert het werk

Als voorbeeld noemt Van der Meulen het zoeken naar evidence voor de kwaliteit van onderzoek. ‘De overheid wilde – en wil nog steeds – weten of het Nederlandse publieke onderzoek wel goed is. Door commissies en wetenschapsonderzoekers is stap voor stap een praktijk ontwikkeld, waarin aantallen publicaties, citaties, impact factor en H-index nu als maat voor kwaliteit gelden.’ Maar deze bibliometrie inzetten als meetinstrument voor de kwaliteit van het onderzoek heeft ook zijn weerslag op het onderzoek. ‘Wetenschappers gaan hun onderzoekswerk zo inrichten, dat er publicaties en citaties komen. Deze kennis verbetert niet alleen het beleid maar verandert ook de onderzoekspraktijk. ’

Verloren kennis

Kunnen we naar goede vormen van kennis voor wetenschapsbeleid? ‘In een strikte evidence based-aanpak van wetenschapsbeleid wordt veel kennis over boord gegooid. Niet de ervaringen en beleving van de wetenschappelijke professional van wat goede wetenschap is en de maatschappelijke overwegingen van politici, maar de resultaten van een afstandelijke wetenschapsonderzoeker worden dan leidend voor het beleid.’ Dat is ongewenst, zeker bij thema’s als integriteit en financiering van onderzoek, Dat is ongewenst, zeker bij thema’s als integriteit en financiering van onderzoek, waar de professionele ervaring van onderzoekers zeker zo belangrijk is als beleidsdoelen van de overheid.

Rariteitenkabinet

De hoogleraar trekt een parallel met de rariteitenkabinetten die in de 17e eeuw zeer populair waren. Deze verzamelingen van bijzondere objecten zoals kunstig gemaakte gebruiksvoorwerpen, religieuze voorstellingen, bijzondere stenen, planten en dieren uit de hele wereld, werden gezien als een overzicht van de kennis van de wereld. ‘De bezitter van een rariteitenkabinet werd dan ook gezien als een man van de wetenschap.’

Variëteit aan kennis

Er zijn nog maar weinig van dergelijke kabinetten in hun geheel bewaard gebleven. ‘De variëteit aan kennis die eerst in één kabinet was verzameld, is opgedeeld en ondergebracht in kunstcollecties, natuurhistorische musea, antiquariaten en universiteiten. Door dat opsplitsen is veel kennis verloren gegaan: de beleving van het hele kabinet zien, de ervaring van mensen, en de kennis over het verzamelen van alle objecten.’ Precies dezelfde aspecten gaan ook verloren door de huidige kijk op kennis voor wetenschapsbeleid.

Totaalbeeld

De verzamelde informatie en kennis over de effectiviteit van wetenschapsbeleid moet weer net zo’n totaalbeeld van de wetenschap opleveren als een rariteitenkabinet dat deed, meent Van der Meulen. ‘De verzamelde kennis voor het wetenschapsbeleid moet de overheid voldoende informatie geven voor democratische besluitvorming, maar tegelijk de wetenschapper voldoende professionele ruimte laten om zijn vak goed in te kunnen vullen.’

Barend van der Meulen is bijzonder hoogleraar Kennis voor Wetenschapsbeleid bij het Centre for Science and Technology Studies (CWTS). Deze leerstoel is ingesteld door het Rathenau Instituut, waar Van der Meulen tevens werkzaam is als Hoofd Onderzoek. Het onderzoek naar de dynamiek van en instrumenten voor wetenschapsbeleid is een samenwerking tussen het CWTS en het Rathenau Instituut.