Universiteit Leiden

nl en

Radicalisering leidt niet per se tot geweld

Bart Schuurman licht een van de stellingen bij zijn proefschrift toe: There exists a ‘radicalization industry’ in the Netherlands that is as dubious as the concept on which it is based.

Kranten en radio

Wie het nieuws heeft gevolgd kon moeilijk om Bart Schuurman heen. Zijn proefschrift over de Hofstadgroep (een van de leden bracht Theo van Gogh om) was onderwerp van diverse krantenartikelen en Schuurman was ook in radio-interviews te horen. Het interessante van het proefschrift is vooral dat er lessen uit te trekken zijn. Daar heeft Schuurmans stelling betrekking op. ‘Prikkelend’, noemt hij zelf de stelling. En dat is hij ook. Prikkelend én intrigerend.

Bart Schuurman

Wat bedoel je met ‘radicaliseringsindustrie’?

‘Gemeenten, bijvoorbeeld, hebben behoefte aan antwoord op de vraag hoe ze met radicaliserende inwoners (niet alleen om moslims, ook aanhangers van extreem rechts) om moeten gaan. Daardoor is een groot aanbod van cursussen ontstaan die daaraan tegemoetkomen. Vaak zijn het kleine bureautjes en zzp’ers die daar brood in zien. Begrijpelijk, want er gaat best veel geld in om.’

Wat is daar dubieus aan?

‘Er zijn goede aanbieders maar ook slechte. Het is belangrijk, en daar kan een gemeente op letten, dat een cursus gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek of expertise. Dat is lang niet altijd het geval.’

Wat uit jouw onderzoek zou er zeker in moeten?

‘Wat is radicalisering precies, en wat terrorisme? Die begrippen zijn vaak niet helder gedefinieerd, tenminste niet zoals ze in het publieke domein worden gebruikt. Zo wordt een vijand al snel als terrorist weggezet. En neem Che Guevara. In de ogen van de een was hij een terrorist, in de ogen van de ander een vrijheidsstrijder. Net als radicalisering is terrorisme een subjectief begrip. En wat is het verband tussen beide? Dat is helemaal niet sterk. Uit mijn onderzoek komt naar voren dat je aan iemand geen terroristische neigingen kunt aflezen. Het komt inderdaad voor dat iemand ineens of in korte tijd erg gelovig wordt. Dat een jonge moslim zijn baard laat groeien en zijn spijkerbroek verruilt voor een lang gewaad. En er zelfs zeer radicale ideeën op na gaat houden. Maar dat zegt weinig over al of niet neigen naar terrorisme. Verreweg de meeste radicale moslims gaan niet over tot geweld. Andersom worden terroristen niet allemaal per se door radicale ideeën gedreven.’

Door wat dan wel?

‘Andere aspecten zijn van even groot belang. Bijvoorbeeld de rol van de groep. 96% van het terrorisme komt voort uit groepen. Die groepen ontstaan vaak min of meer toevallig en iemand kan er ook toevallig aansluiting bij vinden. In zo’n groep kunnen hechte vriendschappen ontstaan en erg sterke banden. En er kan een proces in op gang komen dat tot terrorisme leidt. Ja, je kunt zelf doodgaan, of worden gearresteerd. Maar dat staat veel tegenover. Je hebt status binnen de groep, je wordt gewaardeerd. En je draagt bij aan een hoger doel, bijvoorbeeld het vestigen van een Islamitische Staat. En mocht je zelf het leven laten, dan leeft dat hogere doel voort.’

Wat je bedoelt te zeggen is dus: er is een dubieuze radicaliseringsindustrie ontstaan die uitgaat van dubieuze want verkeerde aannames en dubieuze want niet getoetste theorieën.

‘Precies.’

Het Centre for Professional Learning van de Universiteit Leiden in Den Haag biedt leergangen aan die wél gebaseerd zijn op onderzoek en expertise: