Universiteit Leiden

nl en

Geen verval maar springlevende tempelcultuur in Ptolemeïsch Egypte

De Egyptische tempelcultuur zou in de Ptolemeïsche periode, na de dood van Alexander de Grote in 323 v. Chr., op zijn retour zijn. Niets is minder waar, stelt egyptoloog Carina van den Hoven. Die cultuur bleef springlevend. Promotie op 16 februari.

Vernieuwingen

Carina van den Hoven reisde voor haar promotie jaarlijks naar Egypte om ter plekke tempels te bestuderen en nauwgezet te fotograferen wat ze zag. Na bestudering van de rituele scenes, aangebracht op de muren van de tempels, en ontcijfering van de teksten in hiërogliefenschrift, ontdekte ze dat in de tempelcultuur vernieuwingen werden doorgevoerd die wortelden in de oude tradities. Die vernieuwingen pasten in een veel bredere context van innovaties die in Egypte al veel langer aan de gang waren.

De naos (het heilige der heiligen) van de
tempel van Edfu

Bloedige oorlogen

Het waren roerige tijden na het plotseling overlijden in 323 v. Chr. van Alexander de Grote. Diens Macedonische rijk strekte zich uit over 4000 kilometer, van de Ionische Zee tot de Himalaya. Bij gebrek aan een capabele opvolger werden zijn voormalige veldheren als bestuurder aangesteld over de verschillende delen van het rijk. Maar al snel probeerden ze in bloedige oorlogen elkaar land afhandig te maken. Ex-veldheer Ptolemaeus (volledige naam: Ptolemaeus I Soter) kreeg in 322 v. Chr. het gezag over Egypte. In 305 v. Chr. riep Ptolemaeus zichzelf uit tot koning. Na zijn dood in 283 v.Chr.  werd hij opgevolgd door zoon Ptolemaeus II Philadelphus.

Overal vernieuwing

Van den Hoven geeft aan dat er in de hele maatschappij sprake was van vernieuwing. Dat gebeurde mede onder invloed van de vele Grieken die naar Alexandrië trokken, de aan de noordkust gelegen nieuwe hoofdstad van Egypte, om handel te drijven of zich elders in het land vestigden.  De economie bloeide. Er werden nieuwe gewassen geïntroduceerd, zoals nieuwe soorten graan. Een andere vernieuwing op landbouwgebied was het waterwiel, dat werd ingezet voor de bevloeiing van akkers. En onder de Ptolemeeën werden munten ingevoerd als betaalmiddel, waarmee deels een einde kwam aan de ruilhandel. Het is dan goed mogelijk dat er ook innovaties plaatsvonden in de inheemse tempels.  

Detail uit het kroningsritueel van de Levende Heilige Valk in Edfu

Rituele teksten gemoderniseerd

‘De tempels lijken erg traditioneel, alsof er sinds de faraonische tijd niets was veranderd’, zegt Van den Hoven, ‘maar als je beter kijkt, zie je ook in hun architectuur en decoratie innovaties. Zo zijn er in de Ptolemeïsche periode zo’n 2000 nieuwe hiërogliefentekens bijgekomen. Ook de rituele tempelteksten ondergingen een verandering. En er kwamen nieuwe bij. In deze nieuwe composities zijn oudere, traditionele teksten hergebruikt. Er is dus geen sprake van vervanging.  De bewering dat in deze periode de Oud-Egyptische cultuur op zijn einde liep, klopt dus niet.  

Beeld van de valkgod Horus in de tempel
van Edfu

Kroning van een levende valk

Van den Hoven onderzocht met name de tempels van Edfu en Dendera. Ze stammen uit de Ptolemeïsche en Romeinse perioden en zijn goed bewaard gebleven. Aan de hand van de inscripties en decoratie reconstrueerde Van den Hoven het nieuwe ritueel van de Kroning van de Levende Heilige Valk, een jaarlijks terugkerende ceremonie die plaatsvond op het tempelterrein. Ze ontdekte waar op het terrein specifieke rituelen plaatsvonden door af te gaan op de teksten en de scenes op de muren. ‘In 1954 heeft de Franse egyptoloog Maurice Alliot een aantal rituelen uit de tempel van Edfu beschreven. Volgens hem zouden de scenes op de tempelwanden van buiten naar binnen gelezen moeten worden, en  van beneden naar boven.  Uit mijn onderzoek blijkt echter dat de ordening van de scenes op de tempelwanden niets zegt over de gang van zaken bij de daadwerkelijke uitvoering van de rituelen. Ik heb die ordening dus losgelaten en kwam tot andere bevindingen, wat leidde tot een compleet nieuwe reconstructie van het ritueel.’

Geen vernieuwing zonder traditie

Van den Hoven: ‘Het belang van de tradities zie je vaak uitgelegd als reactie op de marginalisatie van de inheemse Egyptische priesters in de Ptolemeïsche periode. De priesters zouden vasthouden aan tradities om op deze manier te proberen hun culturele identiteit te behouden en om het verlies van hun status te compenseren. Die indruk heb ik helemaal niet. De tempels waren nog springlevend. Mijn bevinding is juist dat er niet zozeer sprake was van het behouden van de eigen culturele identiteit, maar eerder van een herdefinitie van de Egyptische culturele identiteit op basis van traditie. Heel belangrijk voor de acceptatie van de veranderingen en innovaties die plaatsvonden. Veranderingen worden nu eenmaal makkelijker geaccepteerd als ze zijn verankerd zijn traditie.’

(CH)
 

Bijzondere promotie

Carina van den Hoven

Van den Hovens promotie is bijzonder, namelijk een coproductie van de Universiteit Leiden en de École Pratique des Hautes Études in Parijs. Van den Hoven verdedigt haar proefschrift in Leiden, maar krijgt naast de Leidse ook een Parijse bul. Het onderzoek werd financieel gesteund door het Leiden University Institute for Area Studies, de Conseil Régional Île-de-France, het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Dr. Catharine van Tussenbroek Fonds en het Leids Universiteits Fonds.

16 februari
The coronation ritual of the falcon at Edfu: tradition and innovation in ancient Egyptian ritual composition

Op 1 maart begint Van den Hoven aan een research fellowship bij het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten.