Universiteit Leiden

nl en

De stelling van Welmer Molenmaker

‘Het is een misvatting dat de altruïstische aard van de mens is geëvolueerd door selectie op het niveau van de groep’

Eigen resultaten niet in lijn met groepsselectie

Sociaal en organisatiepsycholoog Welmer Molenmaker

De stelling van Welmer Molenmaker past in een discussie die momenteel wordt gevoerd in de sociale wetenschappen: kan onze altruïstische aard evolutionair worden verklaard doordat er selectie op groepsniveau heeft plaatsvinden? Met zijn stelling beweert Molenmaker van niet. ‘Het is in conflict met het evolutionair basisprincipe van natuurlijke selectie. En de resultaten van mijn eigen promotieonderzoek zijn ook niet in lijn met groepsselectie als verklaring voor de mate van samenwerking dat we zien bij mensen.’

Sociale dillema’s

Molenmaker onderzocht de bereidheid van mensen om te belonen en straffen in zogenoemde sociale dilemma’s. Sociale dilemma’s zijn situaties waarin mensen onderling van elkaar afhankelijk zijn: wiens belang laat iemand prevaleren, het eigenbelang of het belang van de groep? Veel keuzes die mensen dagelijks maken worden gekenmerkt door een dergelijke afweging tussen het eigenbelang en het groepsbelang. Zo is bijvoorbeeld het persoonlijk gemak bij het gebruik van de auto in plaats van de fiets in strijd met het gemeenschappelijk milieubelang, en het individuele belang van een minimale inzet op een groepstaak in strijd met het groepsbelang om de taak te volbrengen. Als teveel mensen ervoor kiezen om het eigenbelang na te streven kan dit desastreuze gevolgen hebben voor groepen, organisaties of de maatschappij. Neem bijvoorbeeld het scenario dat de mensheid niet in staat blijkt te zijn om haar huidige leefgewoonten aan te passen ten gunste van de toekomstige generaties, en natuurlijke hulpbronnen op aarde zoals aardolie, hout, drinkwater uiteindelijk uitgeput raken. ‘Om grootschalige samenwerking in sociale dilemma’s te garanderen is een vorm van straffen en belonen vaak noodzakelijk’, aldus Molenmaker.

Public good game

‘Sociale dilemma’s werden in ons laboratorium nagebootst met economische games’, vertelt Molenmaker. ‘Een van die games was een public good game. Dat draait om de investeringen van individuen in een groepsbelang ten koste van het eigen belang. Vier deelnemers hadden bijvoorbeeld ieder 10 euro tot hun beschikking. Als ze deze tien euro doneerden aan een gezamenlijke pot werd dat bedrag verdubbeld en gelijk verdeeld over alle groepsleden, ongeacht of andere groepsleden zelf ook geld hadden gedoneerd aan de gezamenlijke pot. Met andere woorden, groepsleden konden het groepsbelang dienen door hun 10 euro te doneren aan de gezamenlijke pot. Iedereen profiteerde daar tenslotte van mee. Maar juist omdat iedereen meeprofiteert konden groepsleden er ook voor kiezen om hun eigenbelang te dienen. Dit deden ze door de 10 euro zelf te houden en uitsluitend ‘mee te liften’ op de donaties van anderen.’

De uitkomsten van games, ge-
speeld in rijke en arme landen,
komen overeen

Hoe reageren men op anderen?

Waar het Molenmaker om ging waren de reacties op andermans keuzegedrag in deze public good game. In hoeverre waren mensen bereid een ander groepslid financieel te belonen (voor donaties ten gunste van de groep) of te straffen (als iemand het eigenbelang boven het groepsbelang stelde)? ‘Uit ons onderzoek kwam naar voren dat mensen minder vaak en in mindere mate straften dan beloonden. Van deelnemers die zowel konden belonen als straffen, had de overgrote meerderheid zelfs de neiging om af te zien van straffen – waardoor meelifters ongestraft bleven – en kozen ze er liever voor om te belonen. De geringe bereidheid om te straffen kwam deels voort uit de persoonlijke verantwoordelijkheid die men voelde voor de schade die aan de ander door het straffen werd toegebracht.’

Straffers niet populair

Molenmaker legt uit dat zijn onderzoeksresultaten in lijn zijn met ander recent onderzoek naar de reputatie van mensen die belonen en straffen. Daaruit is gebleken dat mensen die meelifters straffen op weinig sympathie van anderen kunnen rekenen. ‘Straffers zijn doorgaans niet erg populair. De rol van straffer gaat ten koste van de persoon zelf, die daardoor een zwakkere positie krijgt in de groep. Wat het risico van isolement en uitstoting groter maakt. Dit treedt overigens niet op bij de rol van beloner.’

Anderen het vuile werk laten opknappen

‘De impopulariteit van straffen bewijst wat mij betreft dat selectie op het niveau van de groep geen verklaring kan zijn voor de bereidheid van mensen om met elkaar samen te werken. Juist degene die er door middel van het straffen van meelifters voor zorgt dat de groep als geheel sterker wordt en bereid is daarvoor individuele kosten op zich te nemen, heeft extra te lijden. Terwijl selectie op het niveau van de groep zou betekenen dat zo iemand juist wordt omarmd en groepsleden zelf ook graag deze rol van ‘groepsweldoener’ op zich willen nemen. De reden dat dit niet gebeurt, is dat natuurlijke selectie ervoor zorgt dat individuen in de groep meer overlevingskansen hebben als ze anderen het ‘vuile werk’ laten opknappen. Er moet dus een andere verklaring zijn voor onze altruïstische aard.‘

Vergelijkbaar gedrag bij arm en rijk

Tot slot nog één vraag aan Molenmaker: 10 euro is niet veel, dus er staat ook niet veel op het spel. Was het niet beter geweest om een ton als basisbedrag te nemen? Daarmee kun je een flinke aanbetaling doen voor een huis, je kinderen laten studeren of een wereldreis maken. ‘Nee’, zegt Molenmaker’, dat maakt voor de conclusies van mijn onderzoek niet veel uit. Uit ander onderzoek is gebleken dat dit type studie met 10 euro vergelijkbaar gedrag oplevert, of je het nu doet in het rijke westen of in een arm land waar 10 euro een maandsalaris is.’

(CH)