Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Wonen en studeren in de Anna van Buerentoren

Voor het Leiden University College ging bij de start van het studiejaar 2013 – 2014 een lang gekoesterde wens in vervulling: studeren en wonen in één complex. In 2013 heeft architect Ewoud Netten oud-collega Jasper Gramsma een rondleiding gegeven. Namens Studio RTM ontwierp hij het interieur van het onderwijsgedeelte.

Dagelijks lopen duizenden forenzen over het Anna van Buerenplein. De meesten van hen slaan in de hectiek geen acht op de toren aan de rand van het plein. Het 72 meter hoge gebouw heeft zich stilletjes gevoegd in het glazen landschap dat Den Haag Nieuw Centraal heet. Toch heeft de veelzijdige vorm van De Lampion, zoals de bijnaam luidt, een intrigerende eigenheid, bijvoorbeeld door de schakering van de gelige ramen die her en der de gevel kleuren. Van de 21 verdiepingen staan de onderste vijf in het teken van onderwijs.

Architect Ewoud Netten is verantwoordelijk voor het interieurontwerp van dit openbare woongedeelte van de toren. In de entree valt het oog direct op de enorme groenwand achter de receptie. Allerlei planten groeien er in verticale banen tegen de muur. Eén van de plantensoorten is de Calathea Burle Marx, vernoemd naar de Braziliaanse landschapsarchitect Roberto Burle Marx die veel samenwerkte met Oscar Niemeyer , één van Nettens grote voorbeelden. De architect maakt met de groenwand een statement voor het concept dat hij heeft toegepast. “Het verblijf van de studenten en de staf staat voorop”, legt hij uit. “Zij moeten zich comfortabel voelen en trots zijn op hun gebouw. Die trots komt optimaal tot uitdrukking als ze er identiteit aan kunnen ontlenen”.

Maretak

Om de vereenzelviging een handje te helpen, maakt Netten dankbaar gebruik van de drie pijlers van het onderwijs op het University College: vrede, recht en duurzaamheid.

De architect: “Naast de groenwand zijn er duurzame materialen toegepast, zoals bamboe. Omdat meubels vaak zwaar drukken op de duurzaamheid van een gebouw, hebben we voor ‘cradle-to-cradle’-stoelen gekozen die volledig herbruikbaar zijn. De tafels van polyurethaan zijn minder duurzaam vervaardigd, maar hebben daarentegen wel een heel lange  gebruiksduur”.

Om de thema’s vrede en recht tot uitdrukking te brengen, kiest Netten voor citaten in de plafonds en op de wanden. ‘THE HIGHEST ACTIVITY A HUMAN BEING CAN ATTAIN IS LEARNING FOR UNDERSTANDING, BECAUSE TO UNDERSTAND IS TO BE FREE – BARUCH SPINOZA –’, staat te lezen in het museaal aandoende trappenhuis. “Deze thema’s zijn niet in materialen uit te drukken, dus tonen we citaten van historische figuren. Daarnaast zijn met stippenfolie geabstraheerde portretten van Nobelprijswinnaars aangebracht op de glazen wanden. Aanvankelijk wilden we ook met symbolen werken, maar dan zou het een kakofonie worden”, vertelt architect Netten.

De enige beeldende verwijzing die hij gebruikt is een gevlochten maretak. Paradoxaal is dat dit symbool van vrede het hekwerk siert dat ’s nachts de entree van het gebouw scheidt van het onderwijsdeel. Het onderwijsdeel is niet vrij toegankelijk. Netten verdedigt: "Afsluitbaarheid van de onderwijsetages is ook nodig, omdat bewoners en bezoekers van de bovengelegen studentenwoningen anders ’s nachts vrij toegang zouden hebben”.

Eenmaal binnen wordt het noodzakelijk gesloten karakter van het hek en de toegangspoortjes ruimschoots gecompenseerd met vrije zichtlijnen van de begane grond tot de derde etage, witte wanden en transparant glas. Het kleurgebruik is minimaal  met zo nu en dan een zachtoranje lampenkap of diepblauwe stoel. De gelige ramen – volgens Netten het glas in lood van de  21steeeuw – breken wel de monotonie van de lichtinval, maar geven nauwelijks kleur. “Vooral de mensen die hier dagelijks binnenkomen geven het gebouw kleur, daarom heb ik speciaal dit rode overhemd aangetrokken”, grapt de architect.

Het subtiele verschil in meubilair en materiaal geeft elke ruimte een eigen karakter. Niet één leslokaal is hetzelfde en dat heeft een reden: “Om je prettig te voelen, is oriëntatie in een gebouw heel belangrijk. Doordat in elke ruimte een andere combinatie van deuren, vloeren en wanden is gebruikt, is de herkenbaarheid groter”.
In de ene ruimte is een met hout beklede wand toegepast en een deur met een keramische laag, terwijl in de andere het materiaalgebruik juist omgekeerd is.
De ligging van het gebouw, zo vlak naast een zwevende trambaan, maakt sommige ruimtes extra bijzonder. “Dit uitzicht is uniek”, zegt Netten als hij vanuit een lokaal uitkijkt op een aanstormende tram van de RandstadRail die rakelings langs het gebouw gaat. “Je kunt bijna instappen”. De tafels in deze lesruimte zijn op maat gemaakt, vanwege de ongebruikelijke vorm. “Door middel van speciale hoekstukken is alsnog een carréopstelling gerealiseerd, zoals de universiteitdat graag wil”.

Beenruimte

De kers op de taart is de collegezaal. Daaraan is veel aandacht besteed, ook omdat externe partijen van deze zaal gebruik  kunnen maken. Vanuit de overdaad aan wit licht op de centrale vide, stapt men ineens in een wereld van gemêleerd hout.

De panelen op de wanden zitten vol kleine gaatjes die het geluid absorberen voor de juiste akoestiek. “In een collegezaal is het allerbelangrijkste dat je goed kunt zitten en niet wordt afgeleid door geluid. Ik heb ook wel theaterzalen ontworpen, maar  daarvoor gelden weer heel andere criteria. Deze stoelen staan bijvoorbeeld behoorlijk rechtop, wat zorgt voor een actieve houding. Bovendien is er meer beenruimte en is het schrijven gemakkelijker”. Het ontwerp van het gebouw is ouder dan het idee om het University College erin te huisvesten, daardoor was voor een permanent podium in deze collegezaal geen ruimte. “We hebben wel een extra deur gemaakt, zodat het lokaal erachter eventueel dienst kan doen als coulisse”, zegt Netten.

Op de vierde en minst openbare laag van het onderwijsdeel hebben de docenten het rijk alleen. In tegenstelling tot de weidse indeling van de etages eronder, is deze verdieping nogal verkaveld. Glazen wanden zorgen voor een behoud van  transparantie, maar elke docent heeft een afgescheiden werkplek.

Netten had andere ideeën voor de kantoren, maar die vonden geen weerklank. “We hebben geprobeerd het nieuwe werken te introduceren door de ruimtes met flexplekken in te delen”, vertelt hij. “Gaandeweg merkten we echter dat er onder docenten een sterke voorkeur heerst voor eigen eenpersoons plekken. Dat hebben we gerespecteerd, omdat daar waarschijnlijk in de komende 15 jaar geen verandering in komt”. Ook al heeft Netten alles tot in detail uitgedacht, er is wat hem betreft ruimte voor eigen inbreng van de gebruikers: “Sommige docenten beplakken de glazen wanden met ansichtkaarten of zetten een extra plant in hun kamer, daar heb ik geen moeite mee. Mooi is niet zaligmakend, het gaat om functionaliteit. Ook de  magnetische wand op de andere verdiepingen is bedoeld om zelf dingen op te hangen”.

In de ontwerpopdracht van het University College zat voor Netten een extra laag: het versterken van het gemeenschapsgevoel in het selecte gezelschap van de getalenteerde internationale studenten die in dit gebouw wonen en studeren. Om invulling te geven aan dit ‘residentiële concept’, heeft hij de eerste verdieping voor de studenten gereserveerd. “Er is een bar die wordt beheerd door de studentenvereniging en in de ‘performing artsroom’ kan geoefend worden met muziek. Als de schuifwanden opzij gaan, verandert de ruimte in een klein podium. Het wachten is op de eerste die een drumstel vanuit zijn kamer naar beneden sleept om hier een miniconcert te geven. Nu is het vooral nog even aftasten”, aldus Netten.

Na drie jaar intensief samenwerken met de vastgoedafdeling van de Universiteit Leiden, komt Netten er steeds minder vaak. “We zijn al in een heel vroeg stadium bij dit project betrokken. Nu het af is, zit ik eigenlijk in een soort rouwperiode”, aldus de architect.