Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

UNESCO Werelderfgoed als rookgordijn voor culturele en politieke strijd?

We hechten collectief aan het behouden van ons natuurlijke en culturele erfgoed, zo lijkt het - wanneer historische plekken verloren gaan door oorlogs- of natuurgeweld wordt daar vaak op grote schaal om gerouwd. Maar wat nu als Werelderfgoed niet alleen een keurmerk is, maar ook een rookgordijn voor sociale en politieke conflicten?

De afgelopen zes jaar onderzocht antropologe Marlous van den Akker de UNESCO Werelderfgoed benoeming van Mt. Kenya, een hooggebergte in Centraal Kenia. Eind jaren ’90 vergaarde dit gebergte Werelderfgoed status vanwege haar bijzondere flora en fauna en haar unieke landschap. Vijftien jaar later werd er een naburig natuurreservaat aan Mt. Kenya’s benoeming toegevoegd. Beide evenementen stonden in het teken van Mt. Kenya’s ecologische en geologische kwaliteiten.

Tijdens haar promotieonderzoek ontdekte Van den Akker echter dat er nog veel meer speelde, en dat Mt. Kenya Werelderfgoed eigenlijk het product is van een aantal verschillende ontwikkelingen en omstandigheden; een langlopend conflict tussen twee Keniaanse overheidsorganen; Kenia’s politieke klimaat; de precaire positie van blanke landeigenaren in Kenia’s postkoloniale samenleving; en UNESCO’s rigide scheiding tussen cultureel en natuurlijk erfgoed.

Ingang van Nationaal Park Mt. Kenya

The White Highlands

De uitbreiding van Mt. Kenya Werelderfgoed met een aangrenzend natuurreservaat is het meest in het oog springende voorbeeld. Van den Akker beschrijft hoe de eigenaren van dit reservaat in Werelderfgoed een mogelijkheid zagen om eigendomsrechten over land te verstevigen.  “Het reservaat in kwestie is gelegen aan de rand van een gebied dat in de twintigste eeuw een groot aantal Europese kolonisten aantrok, waardoor de regio in de volksmond bekend werd als 'The White Highlands'. Na de onafhankelijkheid in 1963 vertrokken een groot aantal van deze Europese kolonisten weer uit  Kenia om hun heil elders te zoeken. Het land dat zij achterlieten werd  toegeëigend door de Europeanen die achterbleven, ingezet voor Afrikaanse hervestigingsprogramma's, of in beslag genomen door leden van Kenia’s opkomende elite.” 

“Door deze ontwikkelingen is dit gebied vandaag de dag van gemengde samenstelling, het is allang geen exclusief blank gebied meer. Toch is het de voormalige ‘White Highlands’ niet gelukt om het imago van een Europese kolonie af te werpen. Dit vertaalt zich onder meer in een regionale politiek die wordt gekenmerkt door een retoriek van wit-zwart tegenstellingen. Deze retoriek maakt de blanke grootgrondbezitters die na onafhankelijkheid zijn gebleven voorzichtig en pessimistisch over hun toekomst. De meesten vrezen, in meer of mindere mate, voor landhervormingen of gedwongen uitzetting en er is weinig vertrouwen dat de Keniaanse regering eigendomsrechten van blanke burgers zal beschermen."

Tegen de achtergrond van zulke onzekerheid grijpen deze grootgrondbezitters alle mogelijkheden aan om hun landbezit te legitimeren en consolideren. Zo benadrukken zij bijvoorbeeld hun bijdrage aan de nationale voedselvoorziening of aan het BNP, of presenteren zichzelf als onmisbare werkgevers en sponsoren van ontwikkelingsinitiatieven.

Uitzicht op de Mt. Kenya.

Behoudt Mt. Kenya Werelderfgoed Kenia’s koloniale verleden?

In dit klimaat van onzekerheid realiseerde ten minste één grootgrondbezitter zich dat Werelderfgoed mogelijk een bijdrage kon leveren aan het veiligstellen van landrechten. “Hij en zijn adviseurs beredeneerden dat wanneer de Keniaanse overheid zou besluiten het grondgebied van zijn familie te confisqueren, Werelderfgoed status wellicht zoveel internationale commotie zou genereren dat uitzetting kon worden voorkomen. Hij en zijn mensen ontwierpen een actieplan en lobbyden op de hoogste politieke niveaus. Zo’n vier jaar later was alles in kannen en kruiken en werd het reservaat van zijn familie opgenomen in Mt. Kenya’s Werelderfgoed benoeming.”

UNESCO presenteert Werelderfgoed als een louter professionele aangelegenheid in de handen van historici, archeologen, biologen, ecologen en andere experts. Maar uit dit en andere voorbeelden uit Van den Akker’s proefschrift blijkt dat een dergelijke voorstelling maskeert hoe Werelderfgoed eigenlijk tot stand komt. “Werelderfgoed komt met een enorm bureaucratisch apparaat. Dit apparaat verhult dat er steeds mensen, oftewel individuen met belangen, met netwerken, met ambities enzovoorts aan zet zijn. En in het geval van Mt. Kenya verhult het bovendien dat Mt. Kenya Werelderfgoed toch in elk geval deels Kenia’s koloniale verleden belichaamt.”

Van proefschrift tot roman

Het proefschrift van Van den Akker wordt gepubliceerd in de African Studies Collection van het African Studies Centre Leiden en de antropologe staat inmiddels ook alweer te popelen om een nieuw onderzoeksvoorstel te ontwerpen. Maar na de promotie is het eerst tijd voor het verwezenlijken van een heel andere ambitie. “Ik heb het plan opgevat om fictie te schrijven. Ik ben van mening dat de roman een heel effectief medium kan zijn om maatschappelijke kwesties aan te snijden en ik zou hier graag mee experimenteren.”

Promotie

Op woensdag 25 mei verdedigd Marlous van den Akker in het Academiegebouw haar proefschrift Monument of Nature? An Ethnography of the World Heritage of Mt. Kenya.