Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

VLA-radiotelescoop onthult nieuwe details over ontstaan sterren en planeten

Sterrenkundigen onder leiding van John Tobin hebben dankzij nieuwe waarnemingen, verricht met de Amerikaanse Very Large Array-radiotelescoop (VLA), meer inzicht verkregen in het geboorteproces van meervoudige sterren.

Drielingsterren

Drielingen komen bij mensen niet zo vaak voor, maar in het heelal zijn ze veel talrijker: drie sterren die door hun onderlinge zwaartekracht bijeengehouden worden. Twee van de sterren in zo'n meervoudig systeem staan altijd dicht bij elkaar; de derde ster draait er op grotere afstand omheen. 

Twee groepen meervoudige sterren

In het kader van de VANDAM-survey (VLA Nascent Disk And Multiplicity) zijn een kleine honderd pasgeboren sterren bestudeerd in een groot stervormingsgebied op 750 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Perseus. Een internationaal team van astronomen onder leiding van John Tobin van de Leidse Sterrewacht heeft nu ontdekt dat meervoudige sterren in twee groepen uiteenvallen. In de ene groep staat het nauwe dubbelpaar op relatief kleine afstand van de derde ster; in de andere groep is die afstand veel groter.

Protoplanetaire schijven

Tobin en zijn collega's denken dat de eerste groep ontstaat doordat de samentrekkende schijf van gas en stof rond de zich vormende ster fragmenteert, zodat er in die schijf een dubbelster kan ontstaan. De tweede groep zou ontstaan doordat de oorspronkelijke uitgestrekte wolk al in een eerder stadium fragmenteert onder invloed van turbulentie. In dat geval is er dus sprake van twee schijven, waarbij in de ene een dubbelster ontstaat en in de andere een enkelvoudige ster. Het lijkt erop dat zulke 'wijde' meervoudige sterren minder lang bij elkaar blijven: ze komen in verhouding vaker voor onder jongere protosterren dan onder de oudere exemplaren.

Magnetisch veld

Een andere groep onderzoekers heeft in de resultaten van de VANDAM-survey ontdekt dat deze protoplanetaire schijven in veel gevallen groter zijn dan verwacht. Dat heeft mogelijk te maken met de oriƫntatie van het magnetisch veld in zo'n schijf - als dat niet goed is 'uitgelijnd' met de rotatieas van de schijf, is de invloed op de rotatiesnelheid van de ster en op de afmetingen van de schijf minder sterk.

De nieuwe resultaten zijn op 5 januari 2016 gepresenteerd op de 227ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Kissimmee, Florida. (GS)

Bron: www.allesoversterrenkunde.nl

Projectleider John Tobin is positief over de resultaten: 'De schijven zijn moeilijk waar te nemen doordat ze verstopt zitten in de wolken waarin ze ontstaan. Maar met deze VLA-data hebben we een schat aan informatie binnengehaald. We hebben niet eerder zoveel jonge sterren in zo groot detail onderzocht, inclusief zwakke exemplaren die we voorheen niet konden zien. We zijn hiermee echt een stap verder gekomen.'