Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Wat hield Euraziatische imperia bijeen?

Hoe integreer je minderheden in een samenleving, en wat heeft dat voor invloed op de collectieve identiteit? Het lijken moderne vraagstukken, maar ze zijn niet alleen van deze tijd. De nieuwe onderzoeksgroep Eurasian Empires bekijkt hoe integratie en identiteitsvorming verliepen in Euraziatische dynastieën tussen 1300 en 1800.

Andere insteek

Op deze kaart van Ptolemeus is niet Europa, maar Azië het middelpunt van de wereld

De onderzoeksgroep Eurasian Empires is een nieuw samenwerkingsverband van de Universiteit Leiden, de UvA en de Radboud Universiteit. ‘We willen Azië in samenhang met Europa bestuderen’, vertelt Jos Gommans, hoogleraar Colonial and Global History in Leiden en een van de projectleiders. ‘En dan niet vanuit eurocentrisch perspectief, maar veel  onbevangener. Historici stelden zich vroeger bijvoorbeeld de vraag: waarom heeft Azië geen industriële revolutie gekend? Met andere woorden: wat is er mis gegaan? Onze insteek is heel anders.’

Soft power

In de vroegmoderne tijd bestonden in grote delen van Europa en Azië enorme rijken die complexe identiteiten in zich verenigden. De onderzoeksprojectgroep stelt de vraag hoe die grote eenheden bij elkaar werden gehouden. ‘We veronderstellen dat dat niet alleen met militaire of economische middelen mogelijk was’, zegt Gommans. ‘Er  was ook zoiets als soft power.’ Zes promovendi en twee postdocs, allen regiospecialisten, gaan daarom uitzoeken op welke manieren aan de hoven van deze rijken geprobeerd werd om macht te legitimeren en sociale cohesie te bewerkstelligen.

Machtstraditie

Een goed voorbeeld is het onderzoek van Willem Flinterman, die als promovendus verbonden is aan het project. Hij houdt zich bezig met het Mamelukse Sultanaat, een dynastie van Turkse slaaf-soldaten, die tussen 1250 en 1517 vanuit Cairo een groot stuk van het Midden-Oosten regeerden. ‘Ze kenden geen machtstraditie, maar slaagden er toch in bijna drie eeuwen aan de macht te blijven’, zegt Flinterman. ‘Hoe kregen ze dat voor elkaar?’

Propaganda

Koepel en minaret van de Madrasa-Khanqah van Barquq, de eerste sultan van de Mamelukse Burji-dynastie in Cairo.

De arabist en historicus veronderstelt dat deze sultans een soort propaganda voerden via architectuur en historiografische werken. Beide namen namelijk een enorme vlucht in die periode. ‘Een kleine elite werd getrakteerd op biografieën met daarin de grootse daden van de sultans. Aan het volk presenteerden de sultans zich als overtuigende heersers door middel van bouwwerken die leken op die van het voorafgaande regime, maar dan groter en mooier’, zegt Flinterman.

Verschillende achtergronden

Originele bronnen zijn het uitgangspunt van alle onderzoekers, die verschillende culturele achtergronden hebben, en meerdere talen spreken. ‘Vergelijkende geschiedwetenschap is veelal gericht op secundaire literatuur. Regiospecialisten gaan vaak weer voorbij aan de bredere context’, zegt Gommans. ‘We proberen dat gat te dichten. Specialisten richten zich op één gebied, maar we laten niet het idee los dat er zoiets bestaat als een geïntegreerde wereldgeschiedenis. Onderzoekers werken daarom intensief samen. Alleen dan kun je zien wat een bepaalde regio zo uniek maakt.’