Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

West- en Centraal-Afrikaanse leeuw genetisch anders dan andere leeuwen

Leeuwen in West- en Centraal Afrika verschillen opvallend van leeuwen in het oosten en zuiden van Afrika. Dat blijkt uit genetisch onderzoek door wetenschappers van het Institute of Environmental Sciences en het Instituut Biologie Leiden. Ze werkten samen met onderzoekers van verschillende universiteiten. De resultaten staan in het Journal of Biogeography.

Genetische verschillen

 De uitkomsten van hun onderzoek wijzen erop dat leeuwen in West- en Centraal Afrika andere genen bezitten dan leeuwen uit Oost- en Zuidelijk Afrika. De onderzoekers analyseerden een deel van het mitochondriale DNA van leeuwen uit heel Afrika en uit India. (Mitochondriaal DNA wordt overgeërfd via de moeder.) Ze onderzochten ook DNA-reeksen van uitgestorven soorten, zoals de Atlasleeuwen in Marokko. Verrassend genoeg bleken de leeuwen uit West- en Centraal Afrika sterker verwant te zijn aan de Aziatische ondersoort, dan aan hun soortgenoten in Oost- en Zuidelijk Afrika. Eerder onderzoek had al gewezen op onderlinge verschillen. Zo zijn West- en Centraal-Afrikaanse leeuwen kleiner en lichter dan leeuwen in het oosten van zuiden van Afrika. Ze hebben kleinere manen, leven in kleinere groepen en eten kleinere prooien. Ook kan hun schedel anders van vorm zijn dan die van leeuwen in Oost- en Zuidelijk Afrika. Dit onderzoek werd echter niet bevestigd door overtuigend wetenschappelijk bewijs. De huidige onderzoeksresultaten geven aan dat de genen van de leeuwen ook verschillen in samenstelling.

Barrières voor verspreiding

Voor een deel kunnen deze onderlinge verschillen worden verklaard door landschapselementen die natuurlijke barrières vormen voor de verspreiding van leeuwen. Denk bijvoorbeeld aan de Centraal-Afrikaanse regenwouden en de Grote Slenk, die zich uitstrekt van Ethiopië tot Tanzania en van de Democratische Republiek Congo tot Mozambique. Een andere verklaring voor de unieke genetische positie van de West- en Centraal-Afrikaanse leeuw heeft te maken met de klimaatgeschiedenis van dit deel van het continent. Naar wordt verondersteld, is de leeuw plaatselijk uitgestorven na ernstige droogteperiodes in het late Pleistoceen, 40 tot 8 duizend jaar geleden. Tijdens dit tijdperk trokken leeuwen diep Azië in. Waarschijnlijk waren de omstandigheden in het Midden-Oosten toen nog gunstig genoeg om leeuwenpopulaties in leven te houden. De uitkomsten die in het Journal of Biogeography zijn gepubliceerd, duiden erop dat leeuwen zich vanuit de omgeving van India in West- en Centraal Afrika hebben verspreid. Dat verklaart de nauwe genetische band tussen leeuwen uit deze twee gebieden.

Dalende populatie

Naar schatting leven er in West- en Centraal Afrika nog ongeveer 1700 leeuwen. Dat is nog geen 10% van de totale geschatte leeuwenpopulatie in Afrika. Er blijven in West- en Centraal Afrika steeds minder leeuwen over. Ze worden ernstig bedreigd door de versplintering van de savannen, hun natuurlijke habitat en vermindering van prooidierdieren. Ook worden veel leeuwen afgeschoten door veeboeren. Op basis van criteria van de IUCN heeft de West- en Centraal-Afrikaanse leeuw nu de status van ‘Regionaal Bedreigd’. Tijdens recent onderzoek kon de aanwezigheid van leeuwen in een groot aantal reservaten in deze regio niet worden bevestigd. Andere roofdieren, zoals de wilde hond en het jachtluipaard, zijn in dit deel van Afrika al bijna uitgestorven. Alleen in Niger, Benin en Burkina Faso leven nog kleine populaties. Deze populaties hebben het eveneens erg moeilijk, als gevolg van het verlies en de verslechtering van hun habitat en confrontaties met de plaatselijke bevolking.

Bescherming

Om de laatst overgebleven roofdieren in dit deel van Afrika te behouden, is het ‘Large Carnivore Initiative for West and Central Africa’ opgezet. Dit nieuwe initiatief wordt gesteund door een groot aantal natuurbeschermingsorganisaties. Meer begrip van het geografische patroon van genetische variatie kan een belangrijke bijdrage leveren aan wildbescherming. De patronen die in dit artikel worden beschreven, zouden niet alleen gevolgen moeten hebben voor wildbeheer ter plaatse, maar ook voor het beheer van dierentuinen en fokprogramma’s in gevangenschap.

Artikel in Journal of Biogeography

Online-artikel  
  
Het artikel is ook op te vragen bij Laura Bertola: laura.bertola@gmail.com