Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

30 miljoen voor Nederlands Centrum Biodiversiteit

De Universiteit Leiden richt samen met Naturalis en de universiteiten van Amsterdam (UvA) en Wageningen één centrum voor biodiversiteit op. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) stelt 30 miljoen euro uit de aardgasbaten beschikbaar voor dit initiatief.

Top 5

De darwinvinken van de Galápagoseilanden vormen een schoolvoorbeeld van biodiversiteit en evolutie.

 
Met het geld wordt een zeer omvangrijke, gezamenlijke collectie gevormd van 37 miljoen planten, gesteenten, opgezette dieren en fossielen, waarmee het Nederlands Centrum voor Biodiversiteit (NCB) wereldwijd in de top 5 binnenkomt. Bovendien wordt met het Centraalbureau voor Schimmelcultures een gezamenlijk laboratorium voor DNA-barcoding opgezet, met vestigingen in Leiden en Utrecht.

Biodiversiteitsjaar

Het bedrag van 30 miljoen euro uit het Fonds voor Economische Structuurversterking (FES) is een belangrijke impuls voor de kwaliteit van het Nederlandse natuurhistorische erfgoed en voor het integreren van de inhoudelijke kennis op het gebied van biodiversiteit. De toekenning op dit moment sluit goed aan bij de ambitie van het bestuur van het NCB om in 2010 – het Biodiversiteitsjaar – te starten met de integratie van de diverse collecties. In het centrum komen laboratoriumfaciliteiten zoals een DNA-lab met voorzieningen voor DNA-barcoding, een ancient-DNA-lab, een Geolab, faciliteiten voor anatomie en morfologie en moderne GIS- en IT-voorzieningen.

Kenniscentrum

De oprichting van het NCB wordt mogelijk gemaakt door de toekenning door het kabinet van een structureel bedrag van 5 miljoen euro per jaar. Met dit geld kan nieuwbouw gerealiseerd worden om de grootste natuurhistorische collectie van Nederland te huisvesten op de locatie van museum Naturalis in Leiden. Naturalis, het Zoölogisch Museum Amsterdam en het Nationaal Herbarium Nederland gaan geheel in het NCB op waardoor een natuurhistorisch museum ontstaat met een nog grotere en bredere collectie voor het publiek dan nu het geval is.

Bovendien wordt een gemeenschappelijk programma ontwikkeld voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Hierdoor ontstaat één nationaal kenniscentrum waarin alle kennis over soortenrijkdom en evolutie is gebundeld.

(15 september 2009/SH)