Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Communicatiestudent Jeroen Admiraal vandaag in ‘De Pers’

Jeroen staat in De Pers met zijn werk aan communicatie over de bescherming van bedreigde krokodillen. Hij deed dit werk in de Filippijnen, tijdens zijn afstudeerstage in de Wetenschapscommunicatie

Jeroen ontwerpt een handleiding voor het behoud van de Filippijnse krokodil. De handleiding die hij schrijft is bedoeld voor de locale Filippijnse bestuurders, dorpsleiders, gemeenteambtenaren, provincieambtenaren, politieagenten en boswachters in wiens handen de bescherming van de krokodil valt.

Hieronder staat een verslag van zijn reis, dat Jeroen schreef op zijn website: http://jeroenadmiraal.waarbenjij.nu

Op zoek naar ´s werelds zeldzaamste krokodil

Het is eindelijk zover! Ik ga op zoek naar krokodillen in het wild. Voor een week trekken we naar de bergen, die ik tot nu toe alleen nog maar heb gezien als blauwe schimmen aan de horizon. Ik ga samen met Willem, die daar zijn onderzoek gaat verrichten, onze Filippijnse compagnon Edmund en gids/krokodillenvanger Jun-jun (hij heeft het beroep van zijn vader geleerd die een geprezen vanger was).
Dit is allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. De heenreis bestaat uit vele stappen, en elke stap brengt ons verder van de “beschaafde wereld” vandaan.

Sierra Madre

We moeten eerst met de bus naar de locale gemeente, waar we schriftelijk toestemming moeten vragen aan de burgemeester achter zijn dikke bureau, aan de locale politie en aan de locale legereenheid. (De politiesergeant zag me aan voor een missionaris van de Mormonen. Ik ben voor veel dingen uitgemaakt, maar nooit…) Vervolgens gaan we met een jeepney naar een kleiner dorpje. Hier houden alle wegen op en begint de Sierra Madre, een van de meest onontdekte plekken van Zuidoost Azië.

twee uur door de bergen hiken

Aangezien de jeep al helemaal vol zat met kinderen, rijst, varkens en kippen, heb ik 1,5 uur op het dak gezeten. Halverwege hield de weg op en veranderde in een rivier. De jeep slingerde wild heen en weer met ravijnen naast zich. Ik heb geen foto’s want ik had het te druk met in leven blijven.

Maar we zijn er nog niet. Om de krokodillenplekken te bereiken moeten we twee uur door de bergen hiken. Heuvel op heuvel af heuvel op heuvel af met 15 kilo op je rug en de zon op 30 graden. Er zijn geen wegen, alleen gladde modder en stenen. Soms moet je tot je middel door een rivier waden (naakt) met je bagage boven je hoofd. Er zwemmen krokodillen in deze rivieren en grote bloedzuigers.

Ik slip op de gladde stenen bij elke oever. Het is erg frustrerend en beschamend, want Ed en Jun-jun banjeren gewoon door op hun slippers. Maar het land is heel erg mooi, een eindeloos landschap van kleine valleitjes met rijstvelden en huisjes van bamboe en stro. De mensen zien er anders uit, donkerder. Dit is het land van de Acta en Kalinga, inheemse stammen. We overnachten in houten hutten met daken van stro en de rivieren zijn onze badkamers en wastrommels. Soms verdwijnt Jun met zijn machete en komt hij terug met kokosnoten om uit te drinken.

Zo vang je een krokodil

Je wacht tot de zon ondergaat. (Jep, we gaan ’s nachts het oerwoud in, want dan worden de krokodillen actief. Er is ’s nachts verder niet veel te zien als je niet weet waar je moet zoeken, behalve sommige bomen die vuurvliegjes aantrekken. Soms zitten er honderden in een boom en is het net een kerstboom.)
Met een felle zaklamp schijn je langs de oevers. Krokodillenoogjes reflecteren als rode lichtjes boven het water. Zodra je dichterbij komt, denkt hij: ‘stront aan de knikker’ en de oogjes duiken onder. Dan springt Jun de rivier in en met zijn lange armen en grote handen doet hij GRIJP en we hebben hem. Simpel. (Er bestaan veel verhalen over JunJun. Hij heeft ooit een krokodil gevangen tijdens het pissen. En tijdens het scheren heeft ie een hert gevangen en omgelegd met zijn scheermesje.)
Gefrustreerde krokodillen maken een heel raar geluid. Alsof je een draai geeft aan een fietsdynamo, gecombineerd met het glijden van vingers over een tafel. Iuw! Iuw! We vallen de krokodillen zo min mogelijk lastig. We noteren zijn code en nemen enkele metingen van zijn lengte en gewicht en laten ze weer gaan.

De op een na laatste dag arriveerde de rest van het krokodillenteam met twee belangrijke personen, een Australiër genaamd Tom en een Filippino genaamd Glenn. Ze bleven kijken terwijl ik met de rest op pad ging als professioneel krokodillenvanger.

De terugweg

De terugweg was nog veel zwaarder dan de heenweg. ’s Ochtends bleek dat het de hele nacht had geregend en het water viel nog steeds met bakken uit de hemel (en zou de rest van de dag aanhouden). Alle grond was nu modderige, glibberige klei, en bij elke stap die je zette gleed je voet weg. De rivieren stroomden hard en waren gevaarlijk gezwollen. Hoewel we doodop waren van de afgelopen dagen, moesten we wel lopen.

Na twee uur lang ploeteren over de bergen kwamen we bij een verzameling huisjes. Vanaf hier zou ’s ochtends een jeep vertrekken naar de bewoonde wereld, maar we waren net te laat. We moesten lopend verder naar het volgende dorpje. Op dit punt kon ik mijn bergschoenen niet meer zien. Alles onder mijn knieën was bedekt met een dikke laag modder. Ik gleed weg bij elke stap, en met 15 kilo op je rug sta je heel erg wankel en er is nergens houvast.

Een uur later was al het water op dat we mee hadden. Ik stond met mijn T-shirt in de stromende regen, compleet besmeurd met modder, drijfnat tot mijn tenen, en zonder water. Om op de been te blijven moest ik druppels likken van bananenbladeren en het vocht uit mijn shirt zuigen, en tegelijkertijd goed blijven concentreren bij elke stap, want anders val je en breek je al je botten op de stenen. Ik voelde me continu in levensgevaar. Nu ik terug denk, herinner ik me dat er momenten waren dat ik stil bleef staan, met mijn voeten in een moeilijke positie, en mij zo moe en verslagen voelde dat ik niet meer verder kon; op het randje van tranen. De hele tocht duurde een uur of vier, en uiteindelijk kwamen we in een dorpje waar een enorme truck klaar stond om naar de stad te rijden. We hebben drie uur lang rillend in een bushokje gestaan terwijl de truck stampvol werd geladen met bananen, maar we konden achterop en bovenop.

Ook voor een truck was de weg levensgevaarlijk, met diepe geulen en dikke keien. Soms helde de wagen zover over in een kuil dat de wielen bijna van de grond kwamen en zelfs de Filippino’s werden nerveus. Het komt regelmatig voor op deze wegen dat trucks verdwijnen in ravijnen en mensen ledematen verliezen. Maar na een bloedstollende rit hebben we het gehaald! De stad! Ik keek terug naar de belachelijke weg die we hadden afgelegd en ernaast hing een bordje: thank you come again. Ik waste alle modder van mijn armen en benen en ontdekte dat ik helemaal vol zat met insectensteken en blaren en sneetjes en kleine wondjes.

Ik ben de tel kwijt geraakt hoe vaak ik dacht dat ik wel dood had kunnen zijn. Ik heb gemerkt dat er een heel universum zit tussen bijna dood en dood. Maar ik voel me erg levend, gelukkig. Ik ben recht naar Jollibee’s gelopen en kon nu mijn recht opeisen om hun allergrootste hamburger te bestellen (alleen als je op veldwerk bent geweest), de “Champ”. Toen ik Jollibee’s binnenkwam, stootte ik mijn voet tegen een bordje dat waarschuwde voor een natte vloer. Om een of andere reden vond ik het extreem hilarisch.