Universiteit Leiden

nl en

Lerarenopleiding

Praktijkdeel van de opleiding

De opleiding bestaat voor de helft uit onderwijspraktijk en voor de helft uit een instituutsdeel. Beide delen hangen nauw met elkaar samen en lopen parallel: op maandag volg je onderwijs op het instituut, de andere dagen sta je voor de klas op een middelbare school.

Het praktijkdeel kan zowel door middel van een, door het ICLON te regelen, stage als met een baan op een school voor voortgezet onderwijs worden ingevuld. Voor het leren in de praktijk werkt het ICLON nauw samen met een groot aantal scholen in Zuid-Holland.

Voor informatie over de invulling van het praktijkdeel en belangrijke data, is een factsheet beschikbaar. 

Studenten kunnen het praktijkdeel in de vorm van een stage op een school voor voortgezet onderwijs vervullen. Al vanaf het begin van de stage geeft de student (deel)lessen. Dat is van groot belang voor de activiteiten op het instituut, waar de praktijkervaring van de student steeds het uitgangspunt is. De stage wordt door het ICLON geregeld. Hierbij vindt het ICLON een reistijd van vijf kwartier (enkele reis op basis van openbaar vervoer) aanvaardbaar.   

Als een student het praktijkdeel gedurende de hele opleiding als stage vervult, kan in het tweede praktijkdeel de stage op een andere school plaatsvinden.

Een aanstelling op een school voor voortgezet onderwijs kan als praktijkdeel (mee)tellen als de baan aan een aantal voorwaarden voldoet:

  • Om aan de wettelijke eisen te kunnen voldoen, zullen voltijd studenten met een eigen baan ten minste 6-7 lesuren per week moeten invullen (waarvan minimaal 2 uur per week op eerstegraads niveau);
  • De baan heeft een minimale duur van drie maanden;
  • De school zorgt voor een adequate begeleiding van de student en staat lesbezoek door de instituutsbegeleider toe. 

Studenten met een baan op een mbo of hbo die hun uren op de school willen inzetten voor de invulling van het praktijkdeel, nemen hierover eerst contact op met de coördinator beroepspraktijk, Nelleke Belo

Het praktijkdeel bestaat uit minimaal 250 klascontacturen (voor de Educatieve minoren en module gelden andere voorwaarden, zie de link hieronder bij Regelingen en bepalingen). Studenten geven hiervan van ten minste 125 lesuren zelf, de rest kan ook worden ingevuld met observatie van de lessen van de schoolbegeleider(s) en andere schoolse zaken als vergaderingen et cetera. Studenten moeten tenminste 45 uur in het eerstegraads gebied les geven. 

Praktijk 1

Het eerste praktijkdeel start aan het begin van de opleiding (augustus/september of februari). Het omvat minimaal 120 klascontacturen, waarvan de student ten minste 60 uren zélf (deel)lessen geeft. Voor de schoolvakken die zowel in onderbouw als bovenbouw worden gegeven worden in het eerste praktijkdeel minimaal 40 van de 60 lessen in de onderbouw van havo, vwo en vmbo-t gegeven. De laatste weken van deze eerste periode (d.w.z. in januari, respectievelijk juni) zijn bestemd voor de afronding.

Praktijk 2 

Het tweede praktijkdeel omvat minimaal 130 klascontacturen waarvan de student ten minste 65 uren zelfstandig les geeft waarvan 45 in de bovenbouw van havo en vwo. Het tweede praktijkdeel begint na afsluiting van het eerste (in januari/februari, respectievelijk augustus/september). 

Voor het praktijkdeel geldt een aantal regelingen en bepalingen. De begeleiders van de studenten en de studenten dienen op de hoogte zijn van deze praktijkvoorwaarden

De school krijgt twee keer per jaar (in oktober en in maart) van het ICLON een overzicht van alle studenten die op dat moment hun praktijkdeel op de school uitvoeren met daarbij het verzoek dit overzicht en de bijbehorende regelingen en bepalingen te accorderen.