Logo Universiteit Leiden.

nl en

Natuurkunde

Natuurkunde in perspectief

Waarom is Natuurkunde belangrijk?

Natuurkunde helpt leerlingen de wereld om hen heen te begrijpen: van de val van een voorwerp tot de werking van een zonnepaneel of een MRI-scanner. Natuurkundige kennis heeft grote maatschappelijke impact, bijvoorbeeld op het gebied van energie, gezondheid en technologie. Hoe zorg je ervoor dat leerlingen niet alleen feiten en formules leren, maar ook leren denken en werken als een fysicus, en zelf natuurkundige vragen leren stellen bij wat ze om zich heen zien?

Wat is het schoolvak Natuurkunde?

Natuurkunde is een diepgaand en breed onderzoeksterrein. Theoretisch, experimenteel en technisch fysici benaderen een natuurkundig verschijnsel elk op hun eigen manier; ook consumenten, journalisten en beleidsmakers hebben inzicht nodig in weer andere aspecten van eenzelfde verschijnsel. Die breedte is terug te zien in de vele leerdoelen van het huidige examenprogramma (NiNa, Nieuwe Natuurkunde), dat naast klassieke onderwerpen als mechanica en elektriciteit ook toepassingsgerichte en multidisciplinaire domeinen omvat, zoals biofysica, geofysica en medische beeldvorming.

Voor leerlingen is het lastig om in al die leerstof overzicht en samenhang te blijven zien. Ze moeten leren om zichzelf natuurkundige vragen te stellen en de wereld vanuit een natuurkundig perspectief te leren zien. Bij het ICLON onderzoeken we hoe perspectieven, docenten en leerlingen kunnen helpen om dat overzicht te krijgen: zowel een algemeen natuurkundig perspectief, dat bij vrijwel elk verschijnsel een vaste set vragen biedt, als domeinperspectieven die de kern van een specifiek onderwerp in kaart brengen.

Verdieping

De natuurwetenschappen hebben hun waarde bewezen bij het aanpakken van complexe vraagstukken op uiteenlopende terreinen: onderzoek naar de ozonlaag, de ontwikkeling van medische apparatuur, en de analyse van eerdere financiële crises om vergelijkbare problemen in de toekomst te voorkomen. Ook vandaag speelt de wereld met talloze complexe, vaak multidisciplinaire vraagstukken, zoals de energietransitie, de implementatie van moderne quantum- en AI-technieken, en het ontwikkelen van een adequate pandemierespons.

Het ICLON heeft, mede op basis van onder andere curriculumonderzoek twintig perspectieven of "brillen" ontwikkeld om leerlingen en docenten te helpen dergelijke complexe vraagstukken te doorgronden. Niet elke bril is voor natuurkunde even relevant: de levensbril, de regelbril en de taalbril liggen bijvoorbeeld verder van het vak af. Wél direct bruikbaar zijn de milieubril, de beweegbril, de tijdreisbril en de ontwerpbril, terwijl de meetbril en de rekenbril de kern van natuurkundig denken raken. De wel direct bruikbare brillen zijn goed in te zetten als context, als algemene insteek voor een les of om mee te differentiëren naar de interesses van de leerlingen.

Om leerlingen en docenten hierbij houvast te bieden, hebben we op basis van deze relevante brillen een algemeen natuurkundig perspectief ontwikkeld: tien vragen die elke theoretisch, experimenteel of technisch fysicus zich bij een nieuw verschijnsel kan stellen. Bewust zijn hierin ook vragen opgenomen die de maatschappelijke en persoonlijke relevantie van het verschijnsel raken, aspecten die in de lespraktijk al snel naar de achtergrond verdwijnen.

De hoofdvragen van dit natuurkundig perspectief zijn:

  • Binnen welke klasse natuurkundige verschijnselen valt dit verschijnsel?
  • Hoe kan het systeem worden beschreven waarbinnen het verschijnsel optreedt?
  • Welke grootheden zijn van belang?
  • Hoe beïnvloeden deze grootheden elkaar?
  • Hoe kunnen de verbanden tussen de grootheden wiskundig worden beschreven?
  • Hoe kun je experimenteel toetsen of de (wiskundige) verbanden kloppen (meetbril)?
  • Hoe zet je het achterliggende principe in voor nuttige toepassingen?
  • Wat is de essentie van mijn boodschap, en hoe breng ik die over (taalbril)?
  • Welke maatschappelijke consequenties heeft dit verschijnsel (ik- en jijbril)?
  • Welke betekenis heeft dit verschijnsel voor jou persoonlijk (goed- en kwaadbril)?

Deze hoofdvragen zijn toepasbaar op sterk uiteenlopende onderwerpen van een veiligheidshelm op vmbo/havo tot quantumdot-televisies op vwo. Ze helpen leerlingen relevante vragen te stellen, ook zonder voorkennis. Ze bieden houvast bij de start van een nieuw onderwerp én wanneer leerlingen vastlopen. De tijdreisbril kan hierbij steevast parallel worden ingezet om de historische ontwikkeling van een concept te belichten. De vragen laten bovendien zien in welke beroepen natuurkundig denken een rol speelt, zodat leerlingen, of ze nu een toekomstig fysicus zijn of een oogarts, timmerman of econoom, kunnen ontdekken welke aspecten van dit denken hen aanspreken. Dit stelt docenten in staat gerichte, relevante contexten voor hun lessen te selecteren.

Naast dit algemene perspectief hanteren we domeinperspectieven: uitwerkingen van kernbegrippen, grootheden en formules binnen een specifiek domein, zoals klassieke mechanica, optica of quantummechanica. Zo'n domeinperspectief werkt als een ‘metabril’ waarmee leerlingen structuur herkennen in een hoofdstuk vol begrippen en formules. Het biedt tevens een natuurlijk aanknopingspunt voor differentiatie: door delen van het domeinperspectief of specifieke formules vooraf al dan niet te verstrekken, kan een docent leerlingen op hun eigen niveau laten werken (Logman & Van Bemmel, 2019).

Praktijkvoorbeeld

We illustreren de werking van het natuurkundig perspectief en de domeinperspectieven aan de hand van twee zeer verschillende voorbeelden: de veiligheidshelm (vmbo/havo) en quantumdot-televisies (vwo). Beide laten zien hoe dezelfde aanpak, van reguliere naar omgebouwde les, werkt bij een heel praktisch onderwerp én bij een geavanceerd, abstract onderwerp (Logman & Van Bemmel, 2019).

Voorbeeld 1: de veiligheidshelm (vmbo/havo)

Reguliere aanpak

Bij een reguliere les over botsingen legt de docent de bijbehorende formule uit en doet mogelijk enkele demonstratieproeven om deze te bewijzen, af te leiden of te illustreren. De leerlingen oefenen vervolgens met opgaven waarin de formule wordt toegepast.

Omgebouwde aanpak

De docent bekijkt deze les vanuit het natuurkundig perspectief en het domeinperspectief mechanica, en draait de volgorde om: de les start met de hoofdvraag waarom het verstandig is om een veiligheidshelm te dragen op de scooter. Aan de hand van ongevallenstatistieken en de vraag hoe helmen nog veiliger gemaakt kunnen worden, gaan leerlingen in groepjes op zoek naar de natuurwetten die een rol spelen bij botsingen.

Elk groepje krijgt een bij hun niveau passende uitwerking van het domeinperspectief mechanica: de ene groep krijgt de formules erbij, bij een andere groep zijn de vakjes met formules juist leeg gelaten. Zo wordt gedifferentieerd zonder dat leerlingen de samenhang van de leerstof kwijtraken (hulp op maat).

Na een korte klassikale inventarisatie van de gevonden formule, onderzoeken leerlingen met een zelf ontworpen experiment welke grootheden een rol spelen bij een botsing en hoe die samenhangen. Zodra ze concluderen dat de formule klopt, buigen ze zich over de vraag hoe een helm verbeterd zou kunnen worden en presenteren ze hun ideeën aan elkaar. Tot slot wijst de docent op de verschillende beroepsrollen, bijvoorbeeld ontwerper, onderzoeker of voorlichter, die achter de verschillende hoofdvragen van het natuurkundig perspectief schuilgaan, zodat leerlingen ook zicht krijgen op waar hun eigen interesse ligt.

Deze aanpak is stap voor stap op te bouwen: docenten kunnen beginnen met één hoofdvraag uit het natuurkundig perspectief, bijvoorbeeld leerlingen zelf de relevante natuurwet laten opzoeken, en gaandeweg meer onderdelen van het perspectief in hun lessen verwerken, afhankelijk van de beschikbare tijd en middelen.

Voorbeeld 2: quantumdot-televisies (vwo)

Botsingen zijn een heel praktisch onderwerp; maar hoe werkt de aanpak bij een abstracter vwo-onderwerp zoals de quantumwereld? Aan quantummechanica zijn tal van toepassingen te koppelen (MRI, transistor, laser, halfgeleiders, quantumcomputers, en ook quantumdot-televisies), genoeg keuze dus voor een context.

Reguliere aanpak

Normaal gesproken legt de docent uit hoe een bepaald quantummechanisch principe in elkaar zit en illustreert dit aan de hand van een of meerdere toepassingen, eventueel ondersteund met een quantumproef.

Omgebouwde aanpak

De les start met de hoofdvraag hoe quantumdot-televisies werken en op welke aspecten ze beter of slechter zijn dan andere televisietypen. Leerlingen gaan in groepjes op zoek naar de quantummechanische principes die hierbij een rol spelen, met behulp van een bij hun niveau passende uitwerking van het quantummechanisch domeinperspectief. Ervaren vwo-leerlingen kunnen eventueel zonder domeinperspectief op zoek gaan, waardoor de context steeds meer leidend wordt voor het achterhalen van natuurkundige kennis.

Na een klassikale bespreking van de gevonden principes en formules, waarbij ook overeenkomsten en verschillen met andere quantummechanische formules aan bod komen, krijgen leerlingen een nieuwe rol: ze vergelijken in groepjes quantumdot-televisies met een ander televisietype op de vraag of de productie en recycling ervan duurzamer is. Ze presenteren hun bevindingen en trekken gezamenlijk een conclusie over duurzaamheid, waarna de docent wijst op de verschillende rollen achter de twee soorten deelvragen (natuurkundig-technisch versus maatschappelijk).

De les kan verder verdiept worden door leerlingen zelf alle tien hoofdvragen van het natuurkundig perspectief te laten invullen en te vergelijken met de invulling van de docent, en door leerlingen een rol te laten kiezen die het beste bij hen past. Zo wordt zichtbaar hoeveel van de tien rollen in een klas vertegenwoordigd zijn.

Beide voorbeelden laten zien dat delen van het natuurkundig perspectief en de domeinperspectieven al in kleine stappen aan reguliere lessen toegevoegd kunnen worden, afhankelijk van de beschikbare tijd en middelen.

Praktische tips voor lessen Natuurkunde

Voor betekenisvol en activerend natuurkundeonderwijs met focus op kern, samenhang en relevantie:

  • Start met een levensechte hoofdvraag (hele taak) die aansluit bij de leefwereld of interesse van leerlingen.
  • Bied het algemeen natuurkundig perspectief aan als denkgereedschap om leerlingen zelf onderzoeksvragen te laten stellen.
  • Gebruik domeinperspectieven (bijvoorbeeld voor mechanica, optica of quantummechanica) om overzicht te bieden in een hoofdstuk vol begrippen en formules.
  • Bied hulp op maat door meer of minder van het (domein)perspectief, of van de formules daarin, vooraf te geven.
  • Laat leerlingen kennismaken met de verschillende beroepsrollen (theoretisch, experimenteel of technisch fysicus, maar ook journalist of beleidsmaker) achter de hoofdvragen, zodat ze zicht krijgen op hun eigen interesses.
  • Combineer uitleg met voorbeelden van experimenten op video en wissel dit af met eigen onderzoek door leerlingen.
  • Gebruik de vragen van het perspectief als je een actueel onderwerp wilt verbinden aan de natuurkundige vakinhoud.

Meer weten?

Voorbeelduitwerkingen en tips voor perspectiefgericht en hele-taak-eerst-natuurkundeonderwijs
  • Logman, P. & Van Bemmel, H. (2019). Natuurkunde. In Janssen, F.J.J.M., Hulshof, H. & Van Veen, K. (2019). Wat is echt de moeite waard om te onderwijzen? Een perspectiefgerichte benadering (pp. 276-300). Leiden: StudioSB.
  • Janssen, F.J.J.M., Hulshof, H. & Van Veen, K. (2016). Uitdagend gedifferentieerd vakonderwijs. Praktisch gereedschap om je onderwijsrepertoire te blijven uitbreiden. Leiden/Groningen: UFB.
  • Janssen, F.J.J.M. (2020). Samenhang? Ja graag. Maar hoe dan? Didactief.
  • Video OCW: ICLON - Gedifferentieerd uitdagen
Zie verder
  • Lijnse, P. Omzien in verwarring, een persoonlijke terugblik op meer dan 40 jaar werken in de natuurkundedidactiek. ISBN 978-90-70786-25-0.
  • Definitieve conceptkerndoelen Natuurkunde (2025). SLO
Deze website maakt gebruik van cookies.