Logo Universiteit Leiden.

nl en

Godsdienst en levensbeschouwing

Perspectieven op religie en zingeving

Mensen zijn ‘zinzoekende’ wezens. We willen graag weten waarom dingen gebeuren zoals ze gebeuren en vooral waarom het ertoe doet wat we doen. De antwoorden die we vinden op deze vragen krijgen vorm in onze wereldbeelden en onze fundamentele waarden (iets wat we onze levensbeschouwingen noemen). Sommige van die levensbeschouwingen verwijzen ook naar werkelijkheden die we niet met onze gewone zintuigen kunnen waarnemen. Die noemen we ‘religies’ of ‘godsdiensten’. Het schoolvak godsdienst/levensbeschouwing leert leerlingen meerdere perspectieven aan om dit menselijke verschijnsel beter te begrijpen, maar ook om te kunnen reflecteren op hun eigen levensbeschouwing. Daarmee speelt het vak een belangrijke rol in zowel de burgerschapsvorming als de persoonsvorming van leerlingen.

Waarover gaat het schoolvak Godsdienst/levensbeschouwing en waartoe dient het?

Het schoolvak Godsdienst/levensbeschouwing draait dus om menselijke zingeving. Allereerst wil het vak leerlingen helpen bestaande zingevende praktijken beter te leren begrijpen. Daarbij spelen vragen als

  • Welke rituelen voeren mensen uit in verschillende tradities?
  • Waarom zijn die rituelen zo belangrijk?
  • Welke teksten zijn belangrijk binnen een traditie? En wat zeggen ze eigenlijk?

Daarvoor zijn naast vakkennis over rituelen en verschillende levensbeschouwelijke tradities ook vakspecifieke vaardigheden nodig zoals het plaatsen van religieuze voorbeelden in hun juiste context, het inleven in religieuze anderen en het analyseren van religieus gedrag. We noemen die kennis en vaardigheden samen ook wel ‘religieuze geletterdheid’.

Een ander belangrijk doel is bijdragen aan de levensbeschouwelijke persoonsvorming van leerlingen. Mede door de bestudering van verschillende religieuze en levensbeschouwelijke tradities, worden leerlingen ook uitgedaagd om zelf na te denken over grotere levensvragen. Het gaat dan om vragen als

  • Hoe vind ik dat ik mijn medemens moet behandelen?
  • Wie is die medemens eigenlijk precies?
  • Hoe bepaal ik hoe ik ethisch handel?

Beide doelen tezamen dragen bij aan wat we ‘religieus burgerschap’ kunnen noemen. Vanuit die burgerschapsrol hebben mensen voldoende kennis van religieuze en levensbeschouwelijke tradities en praktijken in onze diverse samenleving en kunnen zich vanuit die kennis inleven in anderen. Een dergelijke kennis ondersteunt maatschappelijke discussies. Tegelijkertijd zijn dergelijke mensen ook meer in staat om n die discussie ook hun eigen levensbeschouwelijke standpunten niet alleen beter te verwoorden, maar ook kritisch te evalueren wanneer dat nodig is.

Perspectieven op religie en levensbeschouwing

Godsdienst/levensbeschouwing draait om de kernvraag: ‘Welke betekenis heeft het religieuze en levensbeschouwelijke handelen voor mensen?’ Het gaat dan met name ook om herkennen van de religieuze/levensbeschouwelijke dimensie van dat gedrag ook in politiek, sociale en culturele contexten, naast in traditionele godsdienstige.

Om deze vraag te kunnen beantwoorden heeft het Landelijk Expertisecentrum Levensbeschouwing en Religie in het Voortgezet Onderwijs (LERVO) een perspectiefgerichte benadering uitgewerkt. Deze benadering biedt tien verschillende perspectieven op religie en levensbeschouwing. Deze perspectieven zijn een weergave van verschillende wetenschappelijke benaderingen van religie en levensbeschouwing. Ieder perspectief kent een eigen kernvraag en kerninzichten. Samen stellen ze de leerling in staat om religieuze en levensbeschouwelijke praktijken vanuit verschillende invalshoeken te bestuderen.

De tien perspectieven

Historisch perspectief
Hoe ontstaan levensbeschouwingen en religies in de tijd en hoe ontwikkelen ze zich?
Maatschappelijk perspectief
Hoe kan kennis over religie en levensbeschouwing ons helpen omgaan met maatschappelijke vraagstukken?
Zinperspectief
Welke bestaansvragen liggen ten grondslag aan levensbeschouwing en religie?
Demografisch perspectief
Om hoeveel mensen gaat het? Hoe zijn deze mensen verdeeld over de wereld?
Vergelijkend perspectief
Welke verschillen en overeenkomsten vertonen levensbeschouwingen en religies?
Fenomenologisch perspectief
Hoe zitten levensbeschouwingen en religies in elkaar? Uit welke geloofsvoorstellingen, praktijken en leefregels bestaan ze?
Persoonlijk perspectief
Wat is mijn eigen levensbeschouwing? Hoe verhoud ik me vanuit mijn levensbeschouwing tot wat ik leer?
Metaperspectief
Wat is religie? Wat is levensbeschouwing? Waarom categoriseren we zoals we dat doen?
Antropologisch perspectief
Welke rol spelen levensbeschouwing en religie in het leven van mensen en samenlevingen?
Ethisch perspectief
Hoe kun je een zorgvuldige afweging maken om te bepalen wat goed is om te doen of te laten?

De perspectieven, en daarmee het vak Godsdienst/levensbeschouwing, draaien dus niet enkel om het aanleren van feitenkennis over de wereldgodsdiensten. Noch focussen ze zich alleen op de vraag: ‘Wat geloof jij eigenlijk?’. Ze leren leerlingen op basis van een gedegen basiskennis op meerdere manieren, maar ook kritisch, naar religies en levensbeschouwingen kijken, zodat de eigen levensbeschouwelijke identiteit verder ontwikkeld wordt.

Een perspectiefgerichte benadering in de les Godsdienst/levensbeschouwing:

  1. Helpt bij het maken van inhoudelijke keuzes;
  2. Helpt duidelijk maken hoe religie en levensbeschouwing op verschillende plekken in onze samenleving (politiek, culturele en sociale contexten) een rol speelt;
  3. Maakt zichtbaar hoe je vanuit verschillende perspectieven een ander inzicht kunt krijgen in het menselijke religieuze en levensbeschouwelijke gedrag.

Voor welke keuzes staat een docent en hoe helpen perspectieven om tot heldere, haalbare en zinvolle lessen te komen?

Vanwege de grondwettelijke vrijheid van onderwijs en godsdienstvrijheid, stelt de overheid weinig inhoudelijke eisen aan het godsdienstige of levensbeschouwelijke onderwijs. Vanwege het ontbreken van een landelijke kader heeft een docent Godsdienst/levensbeschouwing meer ruimte voor het maken van eigen keuzes dan docenten van veel andere schoolvakken. Welke inhouden je behandelt en hoe je dat doet is grotendeels vrij.

De perspectieven helpen docenten om bewuste keuzes te maken in de selectie van benaderingswijzen en voorbeelden. In iedere les kunnen uiteraard niet alle tien de perspectieven terugkomen. Docenten bepalen welk(e) perspectief(ven) in een les centraal staan en welke kennis daarvoor nodig is. Welke perspectieven je aan bod laat komen als docent hangt af van het onderwerp en de doelen van een les.

Het is een goed idee om de les op te bouwen vanuit een betekenisvolle vraag, bijvoorbeeld: 'Zou de overheid rituele slacht moeten verbieden in verband met dierenrechten?'. Uiteraard kunnen dergelijke vragen ook bedacht worden in dialoog met leerlingen. Bij deze vraag ligt het voor de hand dat je het fenomenologische, het vergelijkende en het zinperspectief gebruikt om hen te laten inzien wat die slacht voor leden van bepaalde tradities betekenen. Door de kwestie vanuit deze perspectieven te bekijken, kan de vraag uiteindelijk op een doordachte en genuanceerde wijze worden beantwoord met aandacht voor de overwegingen van individuele leerlingen.

Toepassing: voorbeeldvragen bij Koranverbrandingen

De laatste jaren zijn er enkele gelegenheden geweest dat tegenstanders van de islam in Europa publiekelijk een Koran verbrandden. Deze acties kunnen ter plekke en in de media op hevige reacties rekenen. Vanuit het vak Godsdienst/levensbeschouwing kun je leerlingen helpen deze acties en met name de reacties in godsdienstige/levensbeschouwelijke zin beter te begrijpen. Je kunt kiezen voor de volgende perspectieven en vragen:

  1. Het fenomenologische perspectief: ‘Welke religieuze dimensies spelen een rol in de beleving van moslims bij een dergelijke verbranding en hoe hangen die samen?’
  2. Het vergelijkende perspectief: ‘Welke vergelijkbare heilige objecten kennen andere religieuze en levensbeschouwelijke tradities? In hoeverre gaan die tradities er op een vergelijkbare manier mee om en op welke wijze verschillen zijn?’
  3. Het zinperspectief: ‘Hoe dragen heilige objecten, zoals de Koran, bij aan de zingeving van mensen?’
  4. Het ethisch perspectief: ‘Hoe gaan we het beste om met zaken die een grote rol spelen in de zingeving van mensen? Moeten die met een grotere mate van respect worden behandeld dan andere zaken?’
  5. Persoonlijk perspectief: ‘Heb ik ook zaken die voor mij "heilig" zijn? Hoe zou ik reageren als mensen daar disrespectvol mee omgaan?’

Belangrijk is dat leerlingen door middel van deze perspectieven het onderwerp van meerdere kanten bekijken. Door deze perspectieven te combineren ontwikkelt de leerling en beter geïnformeerde en genuanceerde blik op de kwestie en wordt ook gevraagd om het eigen persoonlijk perspectief te betrekken.

Samenvattend

Waardevol Godsdienstig/levensbeschouwelijk onderwijs focust zich op religieuze geletterdheid en levensbeschouwelijke persoonsvorming. Beide samen ondersteunen een levensbeschouwelijke burgerschapsvorming en daarmee de bredere burgerschapsopdracht van het onderwijs.

Voor deze ontwikkeling van levensbeschouwelijk burgerschap gebruikt het schoolvak de LERVO-perspectieven, die gezamenlijk een bredere en genuanceerde kennis van en inzicht in religieuze en levensbeschouwelijke tradities mogelijk maakt.

Op basis van grotere, betekenisvolle vragen (samenhangende taak/hele taak eerst) kiezen docenten ervoor relevante perspectieven en bijbehorende kennis in te zetten in de klas.

Meer weten?

Zie ook
  • Davidsen, M.A. (2025) Nieuwe werelden openen. Perspectieven op Levensbeschouwing en Religie. Ten Brink uitgevers.
  • Davidsen, M.A. (2022), 'De perspectiefgerichte benadering: rationale voor het landelijk kerncurriculum levensbeschouwing en religie van het expertisecentrum LERVO', Religie & Samenleving 17(3), 198-226.
  • Van Gaans, G.M. (2025), 'Religieuze geletterdheid als krachtige kennis', Dimensies, 11, 59-91.
Deze website maakt gebruik van cookies.