Logo Universiteit Leiden.

nl en

Tuinclub

De Tuinclub is een subvereniging van ProParte.

Naam

ProParte Tuinclub

Doel

Bezoeken van tuinen, kwekerijen, landgoederen en musea inzake tuinhistorie. 
Lezingen over tuinhistorie.
Frequentie: 1x per maand.

Lidmaatschap

ProParte-leden

Contributie

€ 15 per jaar

Contactpersonen

Adri Gittenberg-de Groot
acgitten@gmail.com

Joke Ploem-Zaaijer
jokeploem@hotmail.com

Jaarverslag 2019

Dit jaar waren er talrijke interessante tentoonstellingen over tuinen en bloemen.

Wij bezochten ze allemaal: we waren in het Sieboldhuis voor prachtige Japanse bloemprenten, in Teylers voor de uitzonderlijke botanische tekeningen van de gebroeders Bauer, in het Rijksmuseum van Oudheden voor het bestuderen van middeleeuwse tuinen en tot slot genoten we van de tuinen van Monet in het Kunstmuseum.

Maar natuurlijk bezochten we ook  zeer fraaie tuinen, geschapen en vertroeteld door de meest creatieve tuinvrouwen. We gingen naar de Hubertushof in Leusden, brachten twee dagen door in Bant in de Noordoostpolder en fristen ons geheugen op met een bezoekje aan Emely’s tuin in Oud Ade.

In september gingen we naar Rotterdam om daar het eerste oogstbare dak te bewonderen. We waren onder de indruk van de vele nieuwe ideeën die in Rotterdam leven om de stad groen te maken.

In december besloten wij ons tuinjaar met het maken van talrijke kerststukjes voor de ProParte-kerstlunch.

Onze tuinclub telt momenteel ongeveer 20 (vrouwelijke) leden.

Vervolgens was het heel goed toeven in Hotel De Gouden Karper in Hummelo. Na het diner bekeken wij de documentaire ‘Vijf Seizoenen’  (Piet Oudolf), zodat wij – ondanks enige technische problemen - goed voorbereid waren  voor ons bezoek de volgende ochtend aan de tuin van Oudolf, eveneens in Hummelo. In de loop van de ochtend vertrokken wij vervolgens naar de Opentuindagen in Bingerden, waar veel te zien, en vooral ook veel te koop was! 

De zomerdagen bleven we dichter bij huis:
Op 18 juli brachten wij een bezoek aan de botanische tuin van Delft, die een duidelijk andere plantencollectie bleek te bevatten dan de Leidse Hortus. De collectie in Delft was gericht op toepassingen in bouw en industrie,  waar in Leiden de botanische tuin in oorsprong bestond uit planten, van belang voor de geneeskunde. 

Naar de kwekerij Festina Lente in Katwijk gingen we op 16 augustus, in combinatie met een lunch aan het Valkenburgse Meer.

Onder leiding van paddenstoeldeskundige Hans Adema wandelden we door het park van Duivenvoorde op 20 september. Ook nu genoten we na afloop van een prima lunch op het terras van de Hof van Duivenvoorde.

Op 18 oktober maakten wij een wandeling door het bos van het fraaie Landgoed Leyduin in Vogelenzang, dat op z’n mooist was met het tapijt van bruine bladeren. Langs de bijzondere Belvedere en een historische moestuin voerde het pad naar de Gasterij, waar wij met een thee het jaar afsloten. 

Deze website maakt gebruik van cookies.