Logo Universiteit Leiden.

nl en

Achtergrondinformatie

Cool Little Kids is een onderzoeksproject ter preventie van angstproblemen bij verlegen en teruggetrokken peuters en kleuters

Doel van het Cool Little Kids project

Het doel van het onderzoeksproject is om de (kosten)effectiviteit van de 'Cool Little Kids' oudertraining te onderzoeken, in vergelijking met het aanbieden van een boek algemene opvoedingstips, op het voorkomen van angstproblemen bij verlegen en teruggetrokken kinderen van 2-6 jaar.

Aanleiding van dit project

Angststoornissen zijn een van de meest voorkomende psychische aandoeningen onder kinderen en ontstaan vaak op relatief jonge leeftijd; ongeveer 20% van alle kinderen krijgt hier voor de leeftijd van 16 mee te maken.1

Ondanks er in Nederland effectieve behandelingen beschikbaar zijn, komen veel mensen nooit, of pas laat bij een behandelaar terecht. Volgens een recente Nederlandse studie is de tijd tussen het ontstaan van een angststoornis en het eerste zorgcontact maar liefst 12 jaar.2

Om deze reden is het belangrijk om in te zetten op vroegtijdige preventie.

Ontvangen zorg bij een angststoornis

  • 39 % Ontvangt geen enkele zorg
  • 43 % Ontvangt zorg >1 jaar na ontstaan klachten
  • 18 % Ontvangt zorg < 1 jaar na ontstaan klachten

Bron: ten Have, M., van Dorsselaer, S., & de Graaf, R. (2012). Tijd tussen ontstaan van een psychische aandoening en eerste zorgcontact: Resultaten van de ‘Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2’ (NEMESIS-2).

Gedragsinhibitie

Eerder onderzoek heeft laten zien dat het mogelijk is om met behulp van indicatoren al op de peuter- en kleuterleeftijd vast te stellen of een kind mogelijk gevoelig is voor het ontwikkelen van angstproblemen op latere leeftijd. Een van deze indicatoren is gedragsinhibitie.

Het is aangetoond dat kinderen die dit kenmerk vertonen een 4 tot 6 keer zo grote kans hebben op het ontwikkelen van (sociale)angststoornissen. Dit maakt gedragsinhibitie een erg geschikte indicator voor preventie.3,4

Definitie gedragsinhibitie

Gedragsinhibitie bij peuters en kleuters wordt gekenmerkt door het vertonen van verlegen en teruggetrokken gedrag bij onbekende en/of spannende situaties en met onbekende personen.

BIQ-SF

Uitvoerend onderzoeker Leonie Vreeke heeft in eerder onderzoek een instrument onderzocht om gedragsinhibitie te kunnen meten.5 Dit is de Behavioral Inhibition Questionnaire Short Form (BIQ-SF); een korte vragenlijst die ingevuld dient te worden door ouders. Indien boven de afkapwaarde gescoord wordt, betekent dit dat het kind een hoge mate van gedragsinhibitie vertoond en dus mogelijk kwetsbaar is voor het ontwikkelen van angstproblemen.

Huidig onderzoek

Ondanks dat er dus een instrument beschikbaar is om kinderen met een verhoogd risico op het ontwikkelen van angstproblemen al op jonge leeftijd te identificeren, zijn er in Nederland nog geen effectieve programma’s beschikbaar om deze kinderen vervolgens te beschermen.

Een mogelijk effectief programma is een oudertraining genaamd 'Cool Little Kids', voor ouders van kinderen van 2-6 jaar die een grote mate gedragsinhibitie vertonen. In Australië is dit programma effectief bevonden het voorkomen van angstproblemen tot wel 11 jaar later.6,7,8 Klik hier voor meer informatie over het programma of download de informatiebrochure.

We weten echter niet of dit programma in Nederland ook daadwerkelijk zou kunnen bijdragen aan de preventie van angstproblemen en of de bewustwording van ouders dat hun kind mogelijk kwetsbaar is voor het ontwikkelen van angstproblemen in combinatie met algemene opvoedtips niet al voldoende is. Ook is het belangrijk om erachter te komen of de kosten van de training opwegen tegen de opgeleverde effecten.
 

Literatuur

1. Polanczyk GV, Salum GA, Sugaya LS, Caye A, Rohde LA. Annual Research Review: A meta-analysis of the worldwide prevalence of mental disorders in children and adolescents. Journal of Child Psychology and Psychiatry. 2015;56(3):345-65.
2. ten Have M, van Dorsselaer S, de Graaf R. Tijd tussen ontstaan van een psychische aandoening en eerste zorgcontact: Resultaten van de ‘Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2’ (NEMESIS-2). Utrecht: Trimbos Instituut; 2012. 
3.  Clauss JA, Blackford JU. Behavioral Inhibition and Risk for Developing Social Anxiety Disorder: A Meta-Analytic Study. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2012;51(10):1066-75.
4. Chronis-Tuscano A, Degnan KA, Pine DS, Perez-Edgar K, Henderson HA, Diaz Y, et al. Stable Early Maternal Report of Behavioral Inhibition Predicts Lifetime Social Anxiety Disorder in Adolescence. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry. 2009;48(9):928-35.
5. Vreeke LJ. Early Screening of an Anxiety-prone Temperament in Young Dutch Children with a Multi-ethnic Background. Erasmus University Rotterdam; 2013.
6. Rapee RM, Kennedy S, Ingram M, Edwards S, Sweeney L. Prevention and early intervention of anxiety disorders in inhibited preschool children. J Consult Clin Psychol. 2005;73(3):488-97.
7.  Rapee RM, Kennedy SJ, Ingram M, Edwards SL, Sweeney L. Altering the Trajectory of Anxiety in At-Risk Young Children. Am J Psychiatry. 2010;167:1518–25.
8. Rapee RM. The preventative effects of a brief, early intervention for preschool-aged children at risk for internalising: follow-up into middle adolescence. J Child Psychol Psychiatry. 2013;54(7):780-8.

 

 

Deze website maakt gebruik van cookies.