Logo Universiteit Leiden.

nl en

Onderzoeksopzet

Het onderzoeksproject wordt gecoördineerd vanuit de universiteit Leiden en ziet er als volgt uit:

Studiedesign

Er wordt gebruik gemaakt van een randomized controlled trial (RCT). Ouders die aan de inclusiecriteria voldoen worden worden willekeurig ingedeeld in 2 groepen: een groep die de oudertraining (programma A) en een groep die het boek met algemene opvoedingstips (programma B) krijgt.

Het doel is om in totaal 170 ouders te includeren in 24 groepen. Hiervan zal ongeveer de helft (85 ouders, 12 groepen) programma A ontvangen en de andere helft programma B.

 

Meetinstrumenten

Om de korte- en langetermijneffecten van de programma's te meten, zullen er op 4 momenten metingen uitgevoerd worden: voorafgaand, direct na, 6 maanden en 12 maanden na het programma. Op deze momenten zullen de deelnemende ouders uitgenodigd worden voor een interview en gevraagd worden om een vragenlijst in te vullen. De vragenlijst en het interview zullen verschillende factoren meten:

Gedragsinhibitie
Voorafgaand aan eventuele deelname zal eerst de mate van gedragsinhibitie van het kind worden bepaald met behulp van de BIQ-SF. Indien blijkt dat het kind inderdaad een grote mate van gedragsinhibitie vertoond kan de ouder meedoen aan het onderzoeksproject.

 

Angst bij het kind
Om te bepalen of de programma's angst bij het kind kunnen voorkomen zal dit op alle 4 de meetmomenten gemeten worden met behulp van een vragenlijst en een klinisch interview. Deze vragen zijn bedoeld voor de ouder, het kind zelf en indien de ouder hier toestemming voor geeft de leerkracht of medewerker van de opvang/peuterspeelzaal van het kind. Het interview is alleen bedoeld voor de ouder.

Kosteneffectiviteit
Om de kosteneffectiviteit van de programma's te bepalen zullen de ouders gevraagd worden om hun gemaakte (zorg gerelateerde)kosten voor het kind op te geven. Ook zullen ze in de vragenlijst vragen krijgen over de kwaliteit van leven van hun kind. Op deze manier kan er worden bepaald hoeveel de opgeleverde effecten (verbetering in kwaliteit van leven, vermindering van angstklachten) daadwerkelijk kosten, of welke kosten met behulp van het programma er juist voorkomen kunnen worden.

Overige factoren
Om rekening te houden met factoren de effectiviteit van de programma's zouden kunnen beïnvloeden, worden er ook verschillende van deze mogelijke factoren meegenomen in de vragenlijst. Dit zijn onder andere 'demografische factoren', 'angst bij de ouder zelf' en 'over beschermend opvoedgedrag'.

Tijdsplanning

Het onderzoek wordt uitgevoerd tussen november 2020 en november 2024. Om alle resultaten op tijd te kunnen analyseren is het van belang dat alle groepen ouders die deelnemen aan de programma's bij voorkeur uiterlijk eind 2022 zijn gestart.

Deze website maakt gebruik van cookies.