Logo Universiteit Leiden.

nl en

Grondwetten & Het visioen van Constantijn de Grote

Twee reeksen georganiseerd in samenwerking met Home Academy

U kunt het college hieronder nog beluisteren tot 1 november

Waar komen toch al die grondwetten vandaan?

We leven in de eeuw van de grondwet. Bijna alle landen ter wereld hebben er tegenwoordig wel een. Een betrekkelijk recent fenomeen, trouwens, want driekwart van al die grondwetten is van na 1975. En dat terwijl de wortels ervan net na de landbouwrevolutie liggen, meer dan tienduizend jaar geleden, toen nieuwe sociale organisatie- en leiderschapsvormen opkwamen en ook het recht ontstond als manier om grootschalig samen te kunnen werken met vreemden. 
In zijn college over ‘Het verhaal van de grondwet’ (naar zijn gelijknamige boek uit 2018) probeert Wim Voermans historisch, biologisch, sociaalpsychologisch, economisch, politiek en juridisch te begrijpen waar dit fenomeen vandaan komt en waarom het juist nu in korte tijd ‘viral’ is gegaan.
Waarom is zo’n oeroud verschijnsel de laatste jaren ineens zo populair en ook nog eens in een tijd waarin we juist een democratische terugval meemaken? Waarom leven wereldwijd meer mensen onder een grondwet dan onder een eigen dak? Waarom hebben meer mensen grondwettelijke rechten dan een dagelijkse warme maaltijd, een smartphone of onderwijs? Wat voor soort rage is dat? Is het een blijvertje? En waarom is onze tweehonderd jaar oude grondwet in Nederland juist geeuwnieuws? Is dat erg? Of juist niet?
Voermans verkent deze en andere vragen die samenhangen met de lange geschiedenis en diepe wortels van het verschijnsel grondwet.

Spreker

Prof.dr. Wim Voermans, Hoogleraar Staats- en Bestuursrecht, Universiteit Leiden

Crisis in de Romeinse wereld

In de derde eeuw n.Chr. kreeg het Romeinse Rijk het hard te verduren. Agressieve buitenlandse vijanden dwongen tot de inzet van meer troepen, die meer geld kostten terwijl de staatsinkomsten niet stegen. Generaals streden om de macht, keizers sneuvelden in de strijd tegen buitenlandse of binnenlandse vijanden. Een enorme epidemie beroofde honderdduizenden mensen van het leven. De eed van trouw die keizer Decius van zijn onderdanen vroeg, werd in elk geval door sommige christenen uitgelegd als vervolging. Het rijk viel uiteen in deelrijken en toen die weer werden herenigd, bleek de oplossing nog erger dan de kwaal.

Pas rond het jaar 300 stabiliseerde de situatie toen keizer Diocletianus een systeem invoerde met vier keizers, die elk een eigen hof hadden, een eigen leger hadden en een eigen grenszone verdedigden. Nieuwe munten temperden de inflatie en de staatscultus werd hervormd: voortaan golden Jupiter en Hercules als beschermgoden van het Romeinse Rijk. Christenen die weigerden te offeren aan deze goden, werden vervolgd.

Dit was de situatie toen in York in 306 n.Chr. een van de vier keizers, Constantius, overleed. Zijn troepen riepen zijn zoon Constantijn uit tot opvolger, wat indruiste tegen het bestaande vier-keizer-systeem.

De kerstening van het Romeinse Rijk

In zijn eerste jaren bewees de nieuwe keizer Constantijn zich als competent. Hij versloeg bijvoorbeeld de Franken en reorganiseerde de Rijngrens. Van de andere keizers kreeg hij echter niet de erkenning die hij wilde en kort na de zoveelste afwijzing claimde hij in Gallië een visioen te hebben gehad van de zonnegod.

Zulke claims waren destijds niet ongebruikelijk en Constantijn was ook niet de eerste die zoiets beweerde. Het was echter een openlijke breuk met het systeem van de vier keizers dat een heerser niet Jupiter en Hercules maar de zonnegod als beschermgod aanvaardde.

Niet veel later kwam – niet door Constantijns toedoen – een einde aan de christenvervolgingen en brak oorlog uit tussen de diverse keizers. Constantijn en zijn bondgenoot Licinius versloegen hun tegenstanders en toen laatstgenoemde de christenen teruggave van hun bezittingen toestond, stemde Constantijn ermee in. Sindsdien kreeg hij steeds vaker met het christendom te maken en het werd zelfs een belangrijk thema voor hem toen hij Licinius had uitgeschakeld.

Aan het einde van zijn leven was Constantijn er zeker van dat zijn visioen hem door Christus gezonden was geweest. Op dat moment circuleerden vermoedelijk vijf verschillende versies van het verhaal van het visioen, zoals de bewijsbaar onware legende dat hij het vlak voor een veldslag in Italië zou hebben aanschouwd en het vreemde verhaal dat zowel hij als Licinius een droom hadden gehad. Evengoed is er geen twijfel aan dat Constantijns uiteindelijke bekering tot het christendom niet alleen oprecht is geweest maar ook de religieuze geschiedenis een andere loop heeft gegeven.

Spreker:

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org, blogt dagelijks over de Oudheid (MainzerBeobachter.com) en is
de auteur van diverse boeken over de Oudheid.

Constantijns visioen, Piero della Francesca, fresco, 1452-1466, San Francesco, Arezzo
Deze website maakt gebruik van cookies.