Logo Universiteit Leiden.

nl en

Charles Baudelaire

Dit jaar is het precies twee eeuwen geleden dat Charles Baudelaire werd geboren.

Een dichter die in Frankrijk maar ook elders onverminderd gelezen wordt en die blijft intrigeren: was hij nu een Romanticus of een Modernist? Een vormvaste dichter of een vernieuwer ? En wat betekent het precies dat hij al snel gezien werd als een “poète maudit” (‘gedoemde dichter’)? Dat aura kleeft nog steeds aan Baudelaire en de populaire cultuur (songwriters en stripverhalen) heeft van hem een soort cultheld gemaakt. Vast staat in elk geval dat Baudelaire gezien kan worden als de vader van de moderne poëzie: zijn invloed is groot geweest, in Frankrijk alsook in de rest van Europa. In deze lezingenreeks worden de verschillende facetten van zijn dichterschap belicht: we duiken diep in zijn poëzie, tevens zal onze aandacht uitgaan naar de doorwerking van zijn werk in het Franse fin-de-siècle maar ook in het moderne Franse denken van onder meer Jean-Paul Sartre en Georges Bataille. Ten slotte buigen we ons over de vele manieren waarop Baudelaire in het Nederlands vertaald is.

De bloemen van het kwaad. Baudelaire in Nederland

Deze lezingenserie zal gepaard gaan met een (digitale) tentoonstelling die ter ere van dit Baudelaire ‘bicentenaire’ wordt ingericht: “De bloemen van het kwaad. Baudelaire in Nederland”. Universitaire Bibliotheken Leiden toont hier stukken uit haar Bijzondere Collecties, met name bibliofiele en geïllustreerde uitgaven. Deze geven een beeld van de vele manieren waarop Baudelaire in Nederland gelezen en verwerkt is, vanaf de jaren 1880 tot nu, door kunstenaars, vertalers, essayisten en uitgevers/drukkers. Baudelaire is niet alleen door collegadichters gelezen en vertaald (van de Tachtigers tot Martinus Nijhoff en J. Slauerhoff) maar ook in het Frans uitgegeven. Daarnaast hebben de Fleurs du mal kunstenaars en illustrators geïnspireerd en hun sporen achtergelaten in de Nederlandse muziek (Alphons Diepenbrock).

Samenstelling: Annelies Schulte Nordholt

  • Wij vertrouwen erop dat u zichzelf test voor de bijeenkomsten om vast te stellen dat u niet bent besmet. Uiteraard blijft u bij een positieve test thuis.
  • Om fysiek onderwijs mogelijk te maken is de afstand van 1.5 meter wanneer u in de collegezaal zit losgelaten. De universiteit heeft de collegelokalen voorzien van een goede ventilatie, ook wanneer deuren en ramen gesloten zijn.
  • Wanneer u zich verplaatst in de gebouwen wordt u verzocht afstand te bewaren. Er zijn looproutes aangegeven.
  • Het dragen van een mondkapje is niet verplicht. Voel u echter vrij er wel een te dragen wanneer u daar behoefte toe voelt.
  • Er gelden nog steeds hygiënemaatregelen, zoals het wassen van de handen en het hoesten en niezen in de elleboog.

Hier vindt u het complete campusprotocol

Er geldt geen maximum aantal personen per zaal meer, maar voorlopig blijven wij met aanmeldformulieren werken.
Hieronder kunt u zich per lezing inschrijven. Een dag voor de lezing zult u een herinneringsmail ontvangen. Kunt u zich niet meer aanmelden, omdat de lezing is volgeboekt, stuur dan een mail naar Studium Generale. Wij zetten u dan op een wachtlijst. 

DO|21|10: Ennui en herhaling bij Baudelaire

DO|28|10: « Je t’aime, ô capitale infâme ! » Baudelaire en Parijs

DO|4|11: Baudelaire en het fin de siècle

DO|11|11: Baudelaire tussen Sartre en Bataille: filosofie en poëzie

DO|18|11: “Een albatros en een voorbijgangster”

Donderdagen 21, 28 oktober, 4, 11, 18 november
19.30-21.00

Zaal 011
28 oktober in zaal 003
Lipsiusgebouw
Cleveringaplaats 1
Leiden

In zijn dichtbundel Les Fleurs du mal (1861) maakt Baudelaire veelvuldig gebruik van herhaling. Deze herhaling in zowel vorm als inhoud is op allerlei niveaus terug te vinden. Zo staat, op het microniveau van de versificatie, klank- en woordherhaling aan de basis van de muzikaliteit die zo kenmerkend is voor de poëzie van Baudelaire. Obsessieve herhaling op het macroniveau van zinnen, versregels en thema’s, is voor de dichter nu eens een middel om een sfeer van magie, bezwering of litanie te scheppen, dan weer om uiting te geven aan de aanvallen van “ennui” (existentiële verveling) en melancholie, waaronder hij gebukt gaat, en waaruit hij zich tracht te bevrijden. In deze lezing zullen we al deze vormen van herhaling bespreken aan de hand van gedichten van Baudelaire. Ook zullen we nader ingaan op de begrippen melancholie, “spleen” en “ennui” in de bredere context van de Franse en internationale romantiek.      

Spreker:
Paul J. Smith is emeritus hoogleraar Franse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Hij publiceert op het gebied van de Franse letterkunde van de zestiende en zeventiende eeuw, en de receptie daarvan in Frankrijk en Nederland. Verder interesseert hij zich voor woord-beeldrelaties, literaire retorica en vroegmoderne natuurlijke historie.

Op deze eerste avond tevens opening van de digitale tentoonstelling “De bloemen van het kwaad. Baudelaire in Nederland”.

De tweede editie van Les fleurs du mal (1861) bevatte een compleet nieuw gedeelte, de ‘Tableaux parisiens’, bestaande uit zo’n twintig gedichten. Deze toevoeging maakt van Baudelaire de dichter van het grotestadsleven. Onder leiding van Haussmann werd de oude stad in die jaren op veel plaatsen gesloopt om plaats te maken voor het moderne Parijs. Die moderne stad riep bij Baudelaire ambivalente gevoelens op van afkeer en fascinatie. Aan de ene kant is Parijs bij hem de hoofdstad van het kwaad: misdaad, losbandigheid en armoe maken het tot een ‘helse’ stad;  aan de andere kant is deze moderne stad, waar het individu opgaat in de menigte en alles voortdurend in beweging is, van een overrompelende schoonheid. Hoe verhoudt deze paradox zich tot Baudelaires wereldbeeld van “spleen” en “idéal”? Hoe vertaalt zij zich in de thematiek en – soms vernieuwende vorm – van de gedichten uit dit gedeelte?

Spreker:
Annelies Schulte Nordholt doceert Moderne Franse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Haar onderzoek gaat over Modernisme (met name Proust), over Frans-joodse literatuur van na de oorlog en over literaire beelden van de stad van Baudelaire tot nu.
Te verschijnen: Les lieux de mémoire de Georges Perec. Le projet de Lieux, Brill, Leiden, 2022.

Wanneer op 31 augustus 1867 Charles Baudelaire overlijdt, geniet hij vooral bekendheid in een relatief kleine kring van collega-dichters en critici. Maar daar lijkt vrij snel verandering in te komen wanneer in 1868 Théophile Gautier zijn voorwoord op de postume (derde) editie van Les Fleurs du Mal publiceert, waarin hij Baudelaire neerzet als een vertegenwoordiger van een zogenaamde ‘style de décadence’. Een hele generatie jonge schrijvers voedt zich met (Gautiers lezing van) het werk van Baudelaire en ziet de dichter als dé voorloper van wat in de jaren 1880 ‘décadence’ of ‘décadentisme’ genoemd zal worden. In mijn lezing ga ik in op de manier waarop schrijvers als bijvoorbeeld Paul Bourget, Joris-Karl Huysmans en Maurice Barrès Baudelaires werk gebruiken om hun fin de siècle gevoelens onder woorden te brengen.

Spreker:
Marc Smeets is universitair docent Franse Taal & Cultuur aan de Radboud Universiteit en gespecialiseerd in de 19e-eeuwse Franse letterkunde. Zijn nieuwste publicatie, Een Franse Hollander. Joris-Karl Huysmans, verschijnt eind september bij de historische uitgeverij Verloren.

Op het hoogtepunt van zijn roem als existentialist publiceerde Jean-Paul Sartre een studie over Baudelaire (1947). De dichter zou de existentiële keus hebben gemaakt zichzelf in alle helderheid te vervloeken. Hij had, zo suggereerde Sartre, ook een andere keus kunnen maken. Het boek lokte nogal wat kritische reacties uit. Georges Bataille bijvoorbeeld wees erop dat Baudelaires poëzie niets met een persoonlijke keuze te maken heeft. Filosofen debatteerden over poëzie. Dit roept tegelijkertijd de vraag op wat de relatie tussen filosofie en poëzie is. Herbergt het werk van Baudelaire, die niets van filosofie moest hebben, niettemin een filosofie?

Spreker:
Ruud Welten is hoogleraar filosofie aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam en universitair hoofddocent filosofie aan Tilburg University. Hij publiceert met name over Franstalige filosofie en koestert een warme belangstelling voor negentiende-eeuwse Franstalige poëzie en literatuur.

In de lezing ‘Een albatros en een voorbijgangster’ zal Kiki Coumans de bestaande Nederlandse Baudelaire-vertalingen onder de loep nemen, van Slauerhoff en Wigman tot Verstegen en Hoosemans. Baudelaires sonnetten behoren tot de moeilijkste te vertalen teksten uit de Franse literatuur. Hoe zijn de Bloemen van het kwaad door de jaren heen vertaald, en wat zijn de verschillen in aanpak? Vertalen dichters beter (of juist slechter) dan beroepsvertalers? Dit alles wordt geïllustreerd aan de hand van twee gedichten, “L’Albatros” en  “À une passante”, zodat men zelf kan meekijken en -denken over de verschillende keuzes die vertalers hebben gemaakt.

Spreker:
Kiki Coumans studeerde Nederlandse en Franse Taal-en Letterkunde in Amsterdam en Parijs. Ze vertaalt sinds twintig jaar Franse literatuur, waaronder werk van Colette, Guillaume Apollinaire, Jean Genet en Marguerite Duras. In 2021 stelde ze een Privé domein samen uit de correspondentie van Baudelaire. Daarnaast is ze redacteur van tijdschrift Awater en publiceert ze regelmatig over poëzie en vertalingen.

Deze website maakt gebruik van cookies.