Logo Universiteit Leiden.

nl en

Onderzoek bij het Levend Lab

Het Levend Lab bestaat uit 38 sloten, 48 kleine vijvers en 48 bodemtestsystemen. Onderzoekers doen hier onder realistische omstandigheden experimenteel onderzoek naar de effecten van verontreinigingen. Vragen die onderzoekers bestuderen zijn: Wat doen bestrijdingsmiddelen, bemesting of plastics met de waterkwaliteit? Hoe beïnvloeden wind en regen de data gegenereerd met de nieuw ontwikkelde remote sensing observatietechniek? Hoe kunnen we voedselproductie verduurzamen en tegelijkertijd een schone bodem en schoon water hebben?

Een experimentele opstelling bij het Levend Lab om muggen te vangen

EcoWizard: Ecologisch de veiligheid beoordelen van nanomaterialen

Het is de ambitie van Martina Vijver om labexperimenten en veld-realistische experimenten uit het Levend Lab te combineren met ecofysiologische en ecologische modellen. De resultaten van dit project zullen uiteindelijk baanbrekend zijn, omdat ze de eerste fundamentele inzichten geven in de chronische effecten van nanodeeltjes (ENM, engineered nanomaterial) op organismen en de interacties tussen soorten. Hierbij houdt Vijver expliciet rekening met de ‘ecologie’ in ecotoxicologie. De projectresultaten zullen de ruggengraat vormen van nieuwe ecologisch-gebaseerde modellen. Deze modellen maken het mogelijk om de milieu-impact van nieuwe ENM’s te kwantificeren, waarbij de resultaten breed toepasbaar zullen zijn op andere ecosystemen.

Rode rivierkreeft: dader of gepakt op plaats delict?

In Nederland wordt de Amerikaans rode rivierkreeft in verband gebracht met allerlei problemen in zoetwatersystemen, zoals vermesting en destabilisatie van dijken. Het is alleen nooit wetenschappelijk aangetoond of dit terecht is. Dit project, geleid door Krijn Trimbos, wil daar verandering in brengen door de samenstelling van de levensgemeenschappen te bepalen in sloten. Daarvoor nemen de onderzoekers watermonsters in sloten met en zonder kreeften en halen ze daaruit het DNA dat de zoetwaterorganismen hebben achtergelaten – ook wel eDNA genoemd. Vervolgens kijken de onderzoekers of de aanwezigheid van kreeften zorgt voor een verandering in die levensgemeenschappen. Zo kunnen ze bepalen wat het effect is van de Amerikaanse rode rivierkreeft op zoetwatersystemen.

Hoe de mens muggenpopulaties beïnvloedt

Binnen dit project probeert Sam Boerlijst te ontcijferen hoe menselijke invloeden zoals klimaatverandering, landgebruik en watermanagement muggenpopulaties beïnvloeden. De experimenten die hij in het Levend Lab uitvoert dragen bij aan de ontwikkeling van modellen. Met deze modellen kunnen wetenschappers voorspellen of bepaalde gebieden meer risico lopen op overdracht van ziektes door muggen. ‘Vervolgens kun je dat risico bijvoorbeeld vermijden of beperken,’ aldus Boerlijst.
> Lees meer over dit onderzoek

Nano- en microplastics: kleine plastic deeltjes in grotere context

Nog steeds eindigt over de hele wereld een deel van het plastic afval in de natuur. Ondanks de toenemende maatschappelijke bewustwording is het nog onduidelijk of en hoe dit leidt tot gevolgen voor organismen en ecosystemen. Wetenschappers vermoeden dat met name kleine plastic deeltjes – zogenaamde nano- en microplastics – ingeslikt of opgenomen kunnen worden door organismen zoals de libelle. Men denkt ook dat het plastic via deze weg wordt doorgegeven in de voedselketen. Binnen dit project onderzoeken promovendi Martin van der Plas en Tom Nederstigt – onder leiding van Martina Vijver en Krijn Trimbos – hoe nano- en microplastics zich verplaatsen binnen zoetwater-ecosystemen en of dit leidt tot veranderingen in het functioneren en de structuur hiervan. Hiervoor passen de onderzoekers innovatieve methodes toe waarbij de gehele levensgemeenschap van het Levend Lab in kaart wordt gebracht op basis van DNA in watermonsters (ook wel eDNA). Hierbij analyseren ze soorten stuk voor stuk om hun blootstelling aan plastic deeltjes te bepalen. De opgedane kennis draagt bij aan het beter begrijpen van de impact van plasticvervuiling op het milieu.

Ecologische impact op nano-schaal

Of het nu simpelweg gaat om kleurstoffen in cosmetica of geavanceerde toedieningssystemen voor bestrijdingsmiddelen, nanomaterialen nemen langzaam maar zeker de plaats in van traditionele chemicaliën in een breed scala aan doeleinden. Zoals de naam doet vermoeden onderscheiden nanomaterialen zich met name door hun kleine afmetingen, namelijk tussen de 1 en 100 nanometer. Als gevolg van deze afmetingen kan een stof zich op nanoschaal anders gedragen dan het op grotere schaal zou doen. Uit de wetenschap blijkt inmiddels dat een gedeelte van de geproduceerde nanomaterialen na toepassing uiteindelijk in oppervlaktewateren terecht komt. Binnen dit project onderzoekt promovendus Tom Nederstigt hoe veelgebruikte nanomaterialen op basis van titanium op de lange termijn kunnen leiden tot nadelige gevolgen in zoetwaterecosystemen, van het niveau van individuen tot levensgemeenschappen. Omdat het Levend Lab een natuurgetrouwe onderzoeksopstelling heeft, onderscheidt dit onderzoek zich van vele andere onderzoeken in dit veld. Dit project helpt daarom om een breder begrip te krijgen van de mogelijke milieu-impact van deze relatief nieuwe groep stoffen. 

Ziekteverwekkende landschappen

In deze projecten richt universitair docent Maarten Schrama zich op pathogene landschappen: hoe bevorderen wij als mensen – vaak ongewild – ziekten en ziektevectoren in de ecosystemen die ons omringen. Deze projecten worden gecoördineerd door het One Health-team van het CML: Sam Boerlijst, Louie Krol en Martha Dellar. Zij gebruiken een gecombineerde aanpak van laboratoriumstudies, veldstudies en modellering om infectieziekten beter te begrijpen. Uiteindelijk hopen de onderzoekers om tot een betere voorspelling en beheer van infectieziekten te komen.

Deze website maakt gebruik van cookies.