Logo Universiteit Leiden.

nl en

Radio Horzelnest

In deze roerige tijden heeft het organiseren en het bezoeken van een publiekslezing veel om het lijf. Daarom presenteert Studium Generale Universiteit Leiden vanaf heden Radio Horzelnest: een podcast waarin wij geleerden, auteurs en kenners uit uiteenlopende vakgebieden uitgebreid interviewen over hun onderzoek en/of nieuwe publicaties. Iedere twee weken verschijnt hier een nieuwe aflevering van een uur tot anderhalf uur. Zo kunt u vanuit het comfort van uw eigen huis toch plaatsnemen in de collegebanken!

Aflevering 1 (YouTube)

Voor de eerste aflevering van Radio Horzelnest verwelkomen Toon van der Ouderaa, gepensioneerd ecoloog en oud-medewerker bij Staatsbosbeheer, vertaler en Darwin-kenner. In 2019 verscheen van zijn hand de Nederlandse vertaling van het laatste boek van de beroemde Britse bioloog Charles Darwin: “Humusvorming door wormen, met observaties over hun levenswijze”, kortweg: Darwins wormenboek. Toon gaf het boek uit in eigen beheer in zijn nieuw opgerichte uitgeverij APM boek. Mocht u interesse hebben in de vertaling dan raden wij u aan deze te bestellen via de boekhandel of via libris. In dit gesprek beantwoordt Toon de vraag waarom Darwin aan het eind van zijn leven een boek wijdt aan een groep ogenschijnlijk, onbeduidende schepsels: regenwormen. Toon vertelt hoe Darwin al vroeg in zijn leven geïntrigeerd raakte door de gedragingen van wormen, welke belangwekkende observaties hij gedurende zijn leven deed en hoe hij proefsgewijs de zintuiglijke en zelfs rationele eigenschappen van de aardworm ontrafelt.

MAN IS BUT A WORM prijkt onder de prent die Toon koos voor zijn vertaling van Darwins wormenboek. Deze spotprent verscheen in het tijdschrift Punch in 1882, na de publicatie van “The Formation of Vegetable Mould, Through the Action of Worms, with Observations on their Habits” (1881). Vlak boven de tekst zie je hoe de staart van een wormachtige schepsel uit de primordiale chaos kruipt. Wat volgt is een evolutionaire polonaise. De volgende worm vertoont korte voorpoten en een kop met primitieve gelaatstrekken. Naar mate we het cirkelvormige tijdspad volgen (“time’s meter”) begint de worm steeds meer een aapachtige aanblik te krijgen. In de laatste stappen zien we de aap veranderen in een mensaap, oermens en als eindstation een besnorde en keurig gekapte Victoriaanse Brit die eerbiedwaardig zijn hoed afneemt voor Charles Darwin gezeteld in een troon. De cartoon onderstreept de dierlijke oorsprong van de mens. Maar tegelijkertijd illustreert het een belangrijke misvatting over evolutie. De tekenaar geeft evolutie weer als een progressief proces van primitieve naar uiterst complexe levensvormen. Vanwege hun vermeende eenvoud zouden wormen aan het begin van de evolutie staan en mensen aan het eindpunt. De worm en de mens zijn echter geen begin- en eindpunt van evolutie, maar twee uiteindes van verschillende takken in de evolutionaire boom van het leven. De mens stamt niet af van een worm, maar deelt er een gemeenschappelijke voorouder mee, die zo’n 590 miljoen jaar geleden leefde.

Bijna zijn hele wetenschappelijke carrière had Darwin belangstelling voor regenwormen. In 1837, na terugkomst van zijn wereldreis met de HMS Beagle, besluit hij een bezoek te brengen aan zijn oom en toekomstige schoonvader Josiah Wedgwood op het landgoed Maer Hall (Staffordshire). Tijdens een wandeling over zijn landgoed wijst Wedgwood hem op een plek waar hij vijftien jaar geleden een hoeveelheid ongebluste kalk, mergel en sintels had laten uitstrooien te verrijking van de grond. Opmerkelijk genoeg bevond het afval zich inmiddels op een centimeter diepte. Volgens Wedgwood was dit het gevolg van de bedrijvigheid van wormen. Darwin verwonderde zich over het feit dat deze bescheiden bodemdiertjes zulke veranderingen tot stand kunnen brengen. Korte tijd later draagt hij een artikel voor bij de Geological Society in Londen waarin hij de activiteiten van regenwormen karakteriseert als een geologische kracht.

De rest van zijn leven bleef Darwin in de ban van de regenworm. In zijn laatste levensjaren besluit hij alle bewijzen van jarenlange proefnemingen met regenwormen te bundelen en te publiceren. Zijn wormenboek, dat zes maanden voor zijn dood werd uitgegeven, was direct een bestseller. Door de studie bekeken mensen regenwormen opeens met een andere blik. Tot dan werden regenwormen en andere “creepy crawlies” voornamelijk beschouwd als ongedierte dat je zo snel mogelijk moest verdelgen. Regenwormen zouden het wortelstelsel van planten aanvreten en zouden het aanzien van grasperken verstoren met hoopjes uitwerpselen. In een handboek voor landbouw uit Darwins tijd worden zelfs methoden aangedragen om regenwormen te bestrijden. Darwin toonde aan dat regenwormen de vruchtbaarheid en structuur van de bodem juist ten goede komen. Vol lof schrijft hij: ‘Men kan betwijfelen of er veel andere dieren zijn die zo’n belangrijk aandeel in de geschiedenis van de wereld gespeeld hebben als deze laag georganiseerde schepsels.’

Aflevering 2 (YouTube)

Voor de tweede aflevering van Radio Horzelnest hebben wij weer een bijzonder gesprek voor u. Ditmaal interviewt beleidshistoricus Pieter Slaman emeritus hoogleraar Universiteitsgeschiedenis Willem Otterspeer over diens laatste boek ‘Het horzelnest: de Leidse Universiteit in oorlogstijd’ (2019, Uitgeverij Prometheus). De achterflap verraadt direct de oorsprong van de titel. De overtuigd nazi en NSB’er Robert van Genechten typeerde de Leidse universiteit als een horzelnest. In de wandelgangen van de rijksuniversiteit zou het gonzen van de verzetsgeluiden. Al brengt Otterspeer in zijn boek wel de nodige historische nuance aan bij deze roerige periode. Zo weerlegt hij de gedachte dat de universiteit zich van meet af aan met hand en tand verzette tegen de Duitse overheersing. Nu waren er veel stafleden en studenten die protesteerden, denk bijvoorbeeld aan de bekende protestrede die professor en decaan van de rechtenfaculteit, Rudolph Pabus Cleveringa (1849-1980), uitspreekt op 26 november 1940. Maar er waren evengoed hoogleraren en docenten die louter handelden uit eigenbelang of zelfs samenwerkten met de bezetter.

Protestrede van Prof. Cleveringa

Meestal wordt het verzet aan de Leidse universiteit in verband gebracht met de naam Cleveringa. Maar in het boek van Otterspeer is een belangrijke rol weggelegd voor hoogleraar volkenrecht, Benjamin Marius Telders (1903-1945). Otterspeer vertelt hoe Ben Telders, in tegenstelling tot anderen, direct koos voor een strategische benadering. Nog voor de uitbraak van de oorlog sprak hij zich uit tegen het oprukkende nationaalsocialisme en pleitte hij voor vluchtelingenopvang voor Joden in Nederland. Na de bezetting probeerde hij waar mogelijk de Duitse bezetter te houden aan het geldende recht, en hun te wijzen op de internationale verdragen, zoals het Landoorlogsregelement van 1907 (dat ook door de Duitsers was ondertekend). Helaas liep het slecht af met Telders. Vanwege zijn verzetsrol werd hij op 18 december 1940 opgepakt. Via de gevangenis van Scheveningen en de concentratiekampen Vught, Buchenwald en Sachsenhausen belandde hij in februari 1945 in Bergen-Belsen om uiteindelijk negen dagen voor de bevrijding te overlijden aan vlektyfus.

Rechts Ben Telders

In de podcast passeren enkele belangrijke personen uit de universiteitsgeschiedenis de revu. Zodoende hebben een korte namenlijst opgesteld: 

  • Jan Drion, jurist en in 1950 benoemd tot hoogleraar burgerlijk recht en internationaal privaatrecht. In de Tweede Wereldoorlog gaf hij met zijn broer Huib het Leidse verzetsblad De Geus onder studenten uit.
  • Willem Nagel, rechtsgeleerde, criminoloog en auteur. Tijdens de oorlog studeerde hij rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1950 trad hij in dienst bij de Rijksuniversiteit Leiden en werd in 1956 benoemd tot hoogleraar penologie en criminele sociologie.
  • Petrus Johannes Idenburg, jurist en secretaris van de Curatoren van de Universiteit Leiden. Vanwege zijn weigering om niet-Arische docenten aan de Universiteit Leiden te ontslaan, trad hij in juni 1942 af als secretaris.
  • Julius Christiaan van Oven, jurist en politicus. Na de arrestatie Cleveringa trad Van Oven (die van 1931 tot 1934 al decaan geweest was) als 'aetate decanus' op; hij gaf tot aan de algehele sluiting van de universiteit leiding aan het principiële verzet van de faculteit tegen de maatregelen van de bezetter. Zijn standvastige houding, die van des te meer moed getuigde omdat hij zelf halfjood was, had tot gevolg dat hij in september 1942 verbannen werd naar Boekelo, waar hij tot het einde van de oorlog bleef.
  • Maria Cornelia van Oven-van Doorn, auteur en echtgenote van Julius Christiaan van Oven. Behalve veel verhalen en kinderverzen in de door haar geredigeerde periodieken publiceerde zij boeken voor kinderen van verschillende leeftijden, waarvan enige onder het pseudoniem Riet van Buren.
  • Siegfried Thomas Bok, neuroloog en hoogleraar histologie en microscopische anatomie. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog trachtte hij misstanden aan de kaak te stellen. In 1943 werd hij op eigen verzoek ontslagen en in 1944 werd hij door de Duitsers gearresteerd als represaille voor een moordaanslag.
  • Sem Dresden, literatuurwetenschapper, romanist en essayist. 
  • Siemens Suermondt, behoorde tot de kern van het Leidse professortenverzet en was fel gekant tegen het nationaalsocialisme. 
  • Roelof Kranenburg, jurist, Eerste kamer lid, hoogleraar staats- en administratief recht. 
  • Jacobus Schrieke, secretaris-generaal van het departement van Justitie tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
  • Robert van Genechten, jurist, econoom, auteur en bestuurder. Zowel in de Eerste als in de Tweede Wereldoorlog collaboreerde hij met de Duitse bezetters van respectievelijk België en Nederland. Vanaf juli 1941 was Van Genechten bijzonder hoogleraar in de economie ('volkshuishoudkunde') aan de Rijksuniversiteit Leiden.
  • Laurens op ten Noort, Nederlandse NSB'er en hoofd afdeling Hoger Onderwijs tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Eduard Meijers, rechtsgeleerde en grondlegger van het huidige (nieuwe) Burgerlijk Wetboek. Zijn gedwongen ontslag was de aanleiding voor de protestrede van Cleveringa. Meijers overleefde de concentratiekampen en keerde al op 25 juni 1945 terug naar Leiden. 
  • David Cohenhoogleraar Oude Geschiedenis en van 1941 tot 1943 voorzitter van de Joodsche Raad.
Deze website maakt gebruik van cookies.