Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Promoveren

Promovendi-opleiding

De eindtermen van de promovendi-opleiding zijn gedefinieerd in het universitaire promotiereglement.

Het omvat elementen als methodologie, onderzoeksopzet, wetenschappelijke verantwoording en wetenschappelijke integriteit. De opleiding bestaat primair uit de begeleiding door promotor en andere begeleiders. Daarnaast omvat de opleiding een verplicht cursorisch gedeelte van 30 ects. Uitgangspunt is dat de aanstelling van een promovendus alleen wordt verlengd als aan de opleidingseisen is voldaan.

Het cursorische gedeelte bestaat uit drie onderdelen:

  1. Generieke academische vaardigheden
    Het cursorisch gedeelte omvat verschillende modules die deels door de universiteit, deels door de Graduate School for Law worden aangeboden. De generieke academische vaardigheden (zoals cursussen basis kwalificatie onderwijs, social media, datamanagement en scientific integrity) worden door de universiteit aangeboden  (zie Generic skills courses).
     
  2. Modules voor de (juridische) onderzoeker
    De Graduate School of Law verzorgt modules die opleiden tot (juridisch) onderzoeker: Philosophy of Science, Qualitative Research Methods, Empirical Research Methods in Law, and Writing Clinic. De eerste drie vakken dienen het eerste jaar gevolgd en afgerond te zijn. Participatie in een (landelijke) onderzoeksschool kan eveneens onderdeel van het cursorisch deel van de promovendiopleiding zijn.
     
  3. Bijzonder deel opleiding
    Ten slotte kan de promovendus in overleg met de begeleiders besluiten om ten behoeve van het onderzoek specifieke cursussen (intern of extern) te volgen (zoals b.v. een cursus interviewtechnieken). Ook deelname aan een conferentie of een onderzoeksverblijf aan een buitenlandse universiteit (zie SARFaL en LERU) kan onderdeel van de opleiding zijn.

Afspraken over opleiding

De promovendus stelt met de begeleiders en promovendidecaan het individuele opleidingsplan vast. Dit vormt onderdeel van het Opleidings- en Begeleidsplan dat uiterlijk drie maanden na aanstelling wordt vastgesteld en dat een van de onderliggende stukken vormt voor het evaluatiegesprek. Uiteraard kan in de loop van het onderzoek besloten worden om het opleidingsplan te wijzigen, bijvoorbeeld omdat de vraagstelling is uitgebreid met een rechtsvergelijkende component en een cursus rechtsvergelijking aan de opleiding thans relevant is geworden.

Opleidings- en Begeleidingsplan

Conform art. 6.8 van de cao Nederlandse Universiteiten wordt een Opleidings- en Begeleidingsplan (OBP) opgesteld dat de afspraken tussen promovendi en promotoren bevat over het onderzoek, de begeleiding, de opleiding en de eventuele onderwijstaken van de promovendus. Het OBP is onderdeel van de arbeidsovereenkomst en dient uiterlijk drie maanden na de aanstelling te worden ondertekend door promovendus, promotor en promovendidecaan. Het OBP kan zo nodig worden bijgesteld. De bijstellingen kunnen worden vastgelegd in een bijlage.

Datamanagement

Datamanagement omvat alle handelingen die ertoe leiden dat digitale onderzoeksgegevens vindbaar, toegankelijk en begrijpelijk blijven op de lange termijn: organisatie, documentatie, opslag, delen en archivering van onderzoeksgegevens. Datamanagement werkt verreweg het beste als het in het begin van het onderzoeksproces wordt ingepland. Datamanagementplannen, of Data Sharing Plannen, zijn hiervoor een uitstekend hulpmiddel.

Voor meer informatie over data management, zie ook de Engelstalige website.

Promovendi-enquêtes

Om de drie jaar worden promovendi geënquêteerd over onderwerpen als begeleiding, opleiding en de verhouding onderzoek en onderwijs.
Samenvatting van de resultaten van de promovendi-enquête 2010-2012.
De cijfermatige onderbouwing.

In 2015 is ervoor gekozen om rechtstreeks met de promovendi van de verschillende instituten in contact te treden over hun werkzaamheden en begeleiding.
Verslag promovendi-bijeenkomsten 2014-2015.