Universiteit Leiden

nl en

Strafrecht & Criminologie

Winnende column van Maarten Goes

Maarten Goes heeft met zijn column de wedstrijd gewonnen die in het kader van het congres 25 jaar Verdrag van Maastricht op 30 november 2018 is uitgezet onder de masterstudenten. Hieronder volgt de tekst van de column.

25 jaar Verdrag van Maastricht: Terugblikken en vooruitblikken op politie- en justitiesamenwerking in EU-verband.

Door Maarten Goes

Wie in 2018 het nieuws over de Europese Unie volgt, kan mogelijk de conclusie trekken dat de Europese Unie de controle op eigen continent aan het verliezen is. Op de website van Nu.nl staat dat Italië niet onder de indruk is van dreigende EU-sancties en zijn eigen door de Europese Commissie afgekeurde begrotingsplannen doordrukt. Dezelfde middag uit het NRC de vrees dat Polen de confrontatie met de Europese Commissie verder op de spits zal drijven na de uitspraak van het Hof van Justitie betreffende de gedwongen pensionering van rechters. Rond het avondeten kreeg ik een pushbericht van de NOS op mijn mobiel dat binnen de Conservatieve partij van Theresa May een opstand dreigt tegen haar partijleiderschap en dat Groot-Brittannië met een moordend tempo op een no-deal situatie afstevent met de Europese Unie. 

Deze berichtgeving, met de bijhorende benauwde gevoelens, zijn in contrast met de ervaring die ik afgelopen zomer als stagiaire op het gebied van Europees strafrecht heb opgedaan. Ik mocht op de tweede verdieping in het futuristische doch streng bewaakte Eurojust-gebouw op de Johan de Wittlaan in Den Haag het Nederlandse Eurojust-team bijstaan. Daar heb ik van dichtbij kunnen zien hoe de Europese Unie op het gebied van straf-en strafprocesrecht beheerst en gecontroleerd haar werk deed voor haar lidstaten, de nationale justitiële autoriteiten, de Unieburgers en (natuurlijk) haar eigen budget. De hele zomer lang heb ik aanschouwd hoe Eurojust grensoverschrijdende politionele acties orkestreerde, procesrechtelijke drempels glad streek en communicatie tussen verschillende lidstaten optimaliseerde.

Deze ervaring is mede mogelijk gemaakt doordat 25 jaar geleden bij het Verdrag van Maastricht de toenmalige twaalf lidstaten van de Europese Gemeenschap het in het zuidelijkste puntje van Nederland eens zijn geworden over de toekomst van hun Europese en monetaire unie. In 1993 trad het Verdrag van Maastricht in werking waardoor een nieuwe organisatie die, in tegenstelling tot de Gemeenschap, naast economische en bestuurlijke functie ook meer politieke ambities en verantwoordelijkheden voor de lidstaten organiseerde. Ze deed dat in aparte pijlers: economische samenwerking, buitenland- en veiligheidsbeleid en samenwerking op het gebied van politie en justitie. Met de ondertekening van dit verdrag gaven de verschillende lidstaten een deel van hun soevereiniteit op. Voorzichtig, maar ook zeker overtuigend hebben de leiders op het gebied van straf- en strafprocesrecht gedeeltelijk hun soevereiniteit ingeleverd.

Na het afschaffen van de pijlerstructuur door het Verdrag van Lissabon in 2009 en de intrede van het in Tampere vastgestelde beginsel van wederzijdse erkenning, kon de Europese Unie meer invloed uitoefenen op het gebied van strafrechtelijke samenwerking. De belangstelling van de Europese Unie in de strafrechtelijke samenwerking is de laatste jaren ook flink toegenomen. Op grond van mijn eigen ervaring bij Eurojust kan ik deze ontwikkeling alleen maar toejuichen en in de toekomst steunen.

Daarentegen dien ik als kritische strafrechtstudent rationeel te kijken naar deze Europese trend. Het huidige politieke klimaat is verhard, verschillende lidstaten zijn de afgelopen jaren slachtoffer geweest van een aantal terroristische aanslagen en de vluchtelingencrisis heeft de Unie flink uit balans gebracht. Als gevolg hiervan heeft de Europese Unie zichzelf als bewaker van fort-Europa bestempeld en is het strafrecht een instrument geworden ten behoeve van de bescherming van de lidstaten en haar burgers. Echter, deze gewenste effectieve rechtshandhaving gaat ten koste van het belang van rechtsbescherming van verdachten en veroordeelden. Daar waar de Unie zo bezig is om het doel vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te beschermen, heeft het een averechts gevolg voor de fundamentele rechten van haar burgers.

Het Europees strafrecht moet, zoals elke gebied waar strafrecht functioneert, balanceren tussen de rechtshandhavingsfunctie en rechtsbeschermende functie. In de Europese realiteit telt de rechtshandhavingsfunctie op dit moment zwaarder. Echter, de Europese Unie is een dynamisch concept, een concept dat ontworpen en gerealiseerd is door het Verdrag van Maastricht waarvan de invulling steeds zal moeten worden geactualiseerd. Daarom staat mijn generatie voor een uitdaging waarin we ons niet moeten laten leiden door benauwde berichtgeving over EU-crisissen maar door ambitieuze en gewaagde projecten zoals Eurojust.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie