Universiteit Leiden

nl en

Instituut voor Immigratierecht

Onderzoek

Het Instituut voor Immigratierecht houdt zich op verschillende niveaus bezig met onderzoek.

Allereerst is er sprake van fundamenteel onderzoek in de vorm van medewerkers die een proefschrift schrijven op het terrein van immigratierecht. Daarnaast wordt ook toegepast wetenschappelijk onderzoek verricht. Veelal is dit contractonderzoek dat wordt verricht voor nationale of internationale opdrachtgevers. Het Instituut probeert in haar onderzoek actuele rechtsvragen op het terrein van het immigratierecht te onderzoeken en daarin mede te betrekken het spanningsveld tussen theorie en praktijk.

Lopend promotie-onderzoek

Het promotieonderzoek van Christian Mommers dat wordt begeleid door prof. dr. mr. P. Rodrigues richt zich op de vrijwillige terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en andere vreemdelingen die een juridische verplichting hebben hun gastland te verlaten. Uitgangspunt hierbij is dat deze vrijwillige terugkeer vragen oproept met betrekking tot de rechten en plichten van de betrokken partijen: de vreemdeling, het gastland en het land van herkomst. Deze verschillende rechten en plichten kunnen in de praktijk botsen. In het onderzoek wordt bekeken naar de internationale, Europese en nationale juridische basis van deze rechten en plichten, de specifieke conflicten hierin, en hoe deze tegenstelling uiteindelijk zijn te verenigingen in een kader dat de belangen van alle drie de partijen betrokken bij vrijwillige terugkeer voldoende beschermt.  

Mariana Gkliati is momenteel bezig met een promotieonderzoek onder begeleiding van prof. dr. mr. P. Rodrigues en prof. dr. Leonard Besselink. Haar onderzoek richt zich op de juridische bescherming van individuen tegen schendingen van mensenrechten op het gebied van asiel en migratie die toerekenbaar zijn aan de EU- agentschappen Frontex, Europol, LISA en EASO. De activiteiten van de agentschappen kunnen leiden tot schendingen van de mensenrechten, bijvoorbeeld op het gebied van toegang tot de asielprocedure of bescherming van gegevens. Dit onderzoek richt zich erop om de juridische verantwoordingplicht van de agentschappen te onderzoeken en tevens te kijken naar de effectiviteit van de beschikbare nationale en Europese rechtsmiddelen.    

Het onderzoek is vooral gericht op de ontwikkelingen op het gebied van effectieve juridische bescherming op Europees niveau. Pas sinds 2009, wanneer het Verdrag van Lissabon in werking is getreden, heeft het Hof van Justitie namelijk de bevoegdheid gekregen om de legaliteit van handelingen van de EU-agentschappen te beoordelen (art. 263 VWEU). Daarnaast voorziet het Verdrag van Lissabon in de verplichte toetreding van de EU tot het EVRM en is Protocol 14 toegevoegd aan het EVRM om de toetreding te vergemakkelijken. Als  gevolg hiervan, wordt er verwacht dat individuen in de toekomst klachten zullen kunnen indienen tegen handelingen van de EU-agentschappen bij het EHRM.  

Ten slotte zal er een case study worden uitgevoerd met betrekking tot de Frontex operaties in Griekenland, met als doel om te kijken naar de juridische en praktische belemmeringen om in rechte op te komen tegen zulke schendingen.     

Arbeidsmigranten zijn een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt. Dit geldt in sterke mate voor migranten die illegaal in een staat verblijven, maar ook voor migranten van wie het verblijfsrecht afhangt van het hebben van betaald werk, of migranten die door een taal en/ of kennis achterstand minder goed op de hoogte zijn van hun rechten. De uitbuiting van arbeidsmigranten als een bijzondere categorie van kwetsbare werknemers staat zowel op internationaal als op nationaal niveau op de politieke agenda. Met de inwerkingtreding van het VN Palermo Protocol in 2003 wordt de uitbuiting van mensen in een arbeidssituatie beschouwd als een bijzondere vorm van mensenhandel. De benadering van mensenhandel op basis van het Palermo Protocol is een strafrechtelijke benadering gericht op handhaving en bestrijding van het delict mensenhandel. In Nederland is de definitie van mensenhandel uit het Palermo protocol vertaald in artikel 273f Wetboek van Strafrecht.  

Bestrijding van arbeidsuitbuiting van migranten via het strafrecht is slechts een van de mogelijke benaderingen. Andere juridische mogelijkheden zijn via een mensenrechtelijke benadering of via de handhaving van arbeidswetgeving en de Wet arbeid vreemdelingen. Ook het Unierecht biedt handvatten om de positie van migrerende arbeiders te beschermen, zowel als het gaat om unieburgers als en aanzien van derdelanders. Dit onderzoek, onder begeleiding van prof. dr. mr. P. Rodrigues en prof. mr. P.F. van der Heijden richt zich op de vraag welke juridische mogelijkheden er zijn binnen het internationale en nationale recht om de uitbuiting van arbeidsmigranten in Nederland te bestrijden en de vraag of deze juridische mogelijkheden toereikend zijn.  

Afgerond promotie-onderzoek

Mark Klaassen MA LL.M, The meaning of the right to family reunification

In zijn proefschrift onderzoekt Mark Klaassen de betekenis van het recht op gezinshereniging in vier lidstaten van de EU. De lidstaten die zijn vergeleken zijn Denemarken, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Dit  promotieonderzoek werd begeleid door prof. dr. mr. P. Rodrigues. 

Mr. dr. M. Reneman, The Fundamental Right of Fair Asylum Procedures in the European Community

Marcelle Reneman is in 2013 gepromoveerd op haar proefschrift ‘EU Asylum Procedures and the Right to an Effective Remedy.’ Dit promotieonderzoek is begeleid door prof. P. Boeles en prof. T.P. Spijkerboer.  Het onderzoek laat op basis van Europese rechtspraak zien dat het EU recht op een effectief rechtsmiddel belangrijke waarborgen bevat voor asielzoekers.

Dr. Ciara Smyth, Rights of the Child in EC Immigration and Asylum Legislation

This research conducted under the supervision of prof. P. Boeles anticipated the coming together of two areas of law: the child rights in the Charter of Fundamental Rights and the Common European Asylum System. This thesis explores  the meaning of the child-specific rights in the Charter of Fundamental Rights of the EU, in general and abstract terms, and in the specific context of asylum, in order to ascertain whether the rights are respected in the CEAS instruments.

Dr . Suzanne Guevremont, Fomation du Droit Européen de l’Immigration

Het onderwerp van deze dissertatie ressorteert onder het thema Securing the Rule of Law in a World of Multi Level Jurisdiction van het E.M. Meijers Instituut. Het proefschrift van S. Guèvremont dat is begeleid door prof. P. Boeles geeft een uitgebreid overzicht van de juridische en politieke context waarin de EG-richtlijnen inzake gezinshereniging en langdurig ingezetenen werden ontworpen. Het boek beschrijft het totstandkomingproces en de inhoud van de richtlijnen en bevat aanbevelingen voor toekomstige aanpassingen. In het bijzonder stelt het proefschrift de vragen aan de orde in hoeverre de richtlijnen een normatieve rechtvaardiging bieden voor het verschil in behandeling tussen EU burgers en niet-EU burgers, de mate waarin de verplichtingen in de richtlijnen bindende kracht hebben en de zekerheid die de richtlijnen bieden aan belanghebbenden. 

Mr. dr. Kees Wouters, State Responsibility in International Law for the Protection of Individuals against Refoulement

Dit proefschrift dat is geschreven onder supervisie van prof. P. Boeles, prof. B. Vermeulen en Rene Bruin verkent de reikwijdte van het recht van elke gedwongen migrant om beschermd te worden tegen refoulement. Het verbod van refoulement vormt de hoeksteen van het internationale vluchtelingen- en asielrecht en beoogt personen te beschermen tegen vervolging, marteling en andere mensenrechtenschendingen bij terugkeer naar het land van oorsprong. Het onderzoek van Wouters bevat een systematische vergelijking van het verbod van refoulement neergelegd in vier verdragen: het Vluchtelingenverdrag, het EVRM, het IVBPR en het Antifolterverdrag.   

Mr . dr. M. den Heijer, Europe and Extraterritorial Asylum

Het onderzoek van Den Heijer dat is begeleid door prof. P. Boeles en prof. R.A. Lawson betreft een zeer actueel thema: de toenemende teneur bij staten om in te grijpen in de reis van asielzoekers nog voordat zij de landsgrenzen hebben bereikt. Den Heijer  onderzocht  de verdedigbaarheid van de stelling dat Europese staten die zich inspannen om de bewegingen van asielzoekers buiten hun grondgebied onder controle te krijgen, verantwoordelijk blijven onder de gelding van het internationale recht voor mogelijke schade die voortvloeit uit de sfeer van hun activiteit.

Lopend derdegeldstroomonderzoek

Dit betreft een onderzoek naar de werking van de Wet Modern Migratiebeleid. In de wet zijn drie wezenlijke veranderingen aangebracht in het reguliere toelatingsbeleid. Deze veranderingen zien ten eerste op het samenvoegen van de procedures voor toegang en verblijf tot één gecombineerde procedure (TEV procedure), ten tweede op het versterken van de rol van de referent in de toelatingsprocedure en tenslotte op de wijze van toezicht en handhaving waarbij op grond van een vertrouwensrelatie tussen overheid en erkende referent achteraf wordt gecontroleerd.  Doel van deze wetsevaluatie is om kwantitatief en kwalitatief inzicht te krijgen op deze drie terreinen. Dit onderzoek is aangevraagd door de Directie Migratiebeleid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en wordt in opdracht van het WODC uitgevoerd door mr. drs. G.G. Lodder.

Mr. drs. G.G. Lodder en prof. dr. mr. P. Rodrigues zijn in 2012 begonnen met het schrijven van een artikelsgewijze tekst en toelichting bij de Rijkswet op het Nederlanderschap. In 2014 en 2017 hebben zij dit commentaar geactualiseerd. Het commentaar is digitaal bij Sdu Uitgevers op nationaliteitsrecht.nl gepubliceerd.  

Het Commentaar Europees Migratierecht is een artikelsgewijze tekst en toelichting op het migratierechtelijk acquis van het Unierecht.  Verschillende auteurs vanuit de academie en de rechtspraktijk werken hier aan mee. Namens het Instituut voor Immigratierecht wordt het commentaar op de Gezinsherenigingsrichtlijn verzorgd door mr. drs. G.G. Lodder. 

Afgerond derdegeldstroomonderzoek

Het Belang van het Kind in het EU Gezinsherenigingsrecht (2017)

Dit betreft een onderzoek van prof. dr. mr. P. Rodrigues en dr. Mark Klaassen naar de toepassing van het belang van het kind zoals vervat in het Kinderrechtverdrag in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en mondde uit in een publicatie in het tijdschrift ‘European Journal of Migration and Law’ in 2017. Dit onderzoeksproject is mede gefinancierd door het Leids Universiteits Fonds. 

Onderzoeksrapport ´Bij Gebrek aan Bewijs´ (2016)

Voor dit rapport heeft mr. Stefan Kok onderzoek gedaan naar de werkwijze van de IND onder Werkinstructie 2014/10 dat gaat over de beoordeling van de geloofwaardigheid van asielzoekers. Stefan Kok heeft in 2016 dit onderzoek uitgevoerd in opdracht van Vluchtelingen Werk Nederland.

Onderzoeksrapport ´Kind en Mensenhandel in het Vreemdelingenrecht´ (2015)

Mr. Stefan Kok heeft in 2015 een rapport over kind en mensenhandel in het vreemdelingenrecht uitgebracht. In het rapport worden de internationaalrechtelijke, Unierechtelijke en nationale kaders omtrent toelating van de buitenlandse minderjarige slachtoffers beschreven. Ook wordt er ingegaan op uitdagingen in de praktijk. In hoeverre voorzien de regelingen, in hun onderlinge samenhang, in een tijdige duurzame oplossing voor het kind en zijn eventueel aanpassingen van het nationale kader nodig? Aan het onderzoek hebben organisaties zoals de IND, Defence for Children, Nidos, het OM, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en advocaten in heel Nederland hun medewerking gegeven. Op basis van de onderzoeksresultaten worden verschillende aanbevelingen gedaan. Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door het Leids Universiteits Fonds.

Kinderrechtenmonitor (2013-2016)

Tussen 2013 en 2016 heeft het Instituut voor Immigratierecht in samenwerking met de Afdeling Jeugdrecht het Advies Kinderrechtenmonitor in opdracht van de Kinderombudsman uitgebracht. De Kinderrechtenmonitor meet of en hoe kinderrechten, zoals vastgesteld in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, in Nederland worden nageleefd. Namens het Instituut voor Immigratierecht waren prof. dr. mr. P. Rodrigues, dr. mr. Marcelle Reneman en mr. Stefan Kok betrokken en verantwoordelijk voor het hoofdstuk ´Minderjarige Vreemdelingen.´

Belang van het Kind en Misbruik van Recht in het Immigratierecht (2016)

In het immigratierecht is het juridische thema van misbruik van recht onderbelicht en er hier is vrijwel geen onderzoek naar gedaan. Daarentegen wordt in het politieke debat en bij de totstandkoming van het migratiebeleid veelvuldig benoemd dat misbruik van migratierecht dient te worden voorkomen. Het is niet duidelijk wanneer van misbruik of oneigenlijk gebruik gesproken kan worden. Het onderzoek, uitgevoerd door prof. dr. mr. P. Rodrigues is mede mogelijk gemaakt door het Leids Universiteits Fonds.

Juridische Haalbaarheid Zelfstandige Huisvestingseis bij Gezinshereniging (2010)

Expert memo ten behoeve van onderzoek door Significant in opdracht van het WODC, uitgevoerd prof. R.A. Lawson, prof. dr. mr. P. Rodrigues en mr. drs. G.G. Lodder. Dit onderzoek geeft antwoord op de vraag of en zo ja hoe, invoering van een zelfstandige huisvestingseis bij de eerste toelating in het kader van gezinsvorming en -hereniging in het kader van nationaal en internationaal recht mogelijk en wenselijk is.

Thematic National Legal Study on the Rights of Irregular Immigrants in Voluntary and Involuntary Return Procedures (2009)

Thematische studie over de situatie en rechten van irreguliere immigranten in vrijwillige en onvrijwillige terugkeer procedures in Nederland in opdracht van de Fundamental Rights Agency (FRA), uitgevoerd door mr. drs. G.G. Lodder en drs. Ch. Mommers.

Het Gebruik van het Gemeenschapsrecht door Gezinsmigranten uit Derde Landen (2009)

Dit onderzoek geeft antwoord op de vragen die de staatssecretaris aan de orde heeft gesteld over de omvang, samenstelling en toename van de groep gezinsmigranten die in Nederland een verzoek doen tot toelating op grond van het gemeenschapsrecht. Dit onderzoek is uitgevoerd door Regioplan Beleidsonderzoek, het Instituut voor Immigratierecht en het IND Informatie- en analysecentrum in opdracht van het WODC. Mr. drs. G.G. Lodder heeft  namens het Instituut voor Immigratierecht bijgedragen aan dit onderzoek.

Evaluatie Wet Inburgering in het Buitenland: Deelonderzoek Juridische Aspecten (2008–2009)

In de evaluatie van de Wet inburgering buitenland (Wib) worden  het functioneren van de wet en de effecten van de wet onderzocht. Verschillende aspecten van de Wib zijn onder de loep genomen, zoals het niveau van de examens, de wijze waarop de examens worden afgenomen, de gevolgen voor de instroom en enkele juridische kwesties, zoals de verenigbaarheid van de Wet inburgering buitenland met diverse (internationale) rechtsnormen zouden ook onderdeel van de evaluatie uitmaken. Het deelonderzoek ‘Juridische aspecten van de Wet inburgering buitenland’ onderzoekt de gevolgen voor de instroom in samenhang met de vraag naar de juridische houdbaarheid van de wet. Dit onderzoek  is uitgevoerd door Mr. drs. G.G. Lodder in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid Ruimtelijke Ordening en Milieu.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie