Logo Universiteit Leiden.

nl en

Essay: Het belang van de onbelangrijke man - Nadine Linders

Nadine Linders is student aan de Universiteit Leiden. Met veel plezier heeft ze de Honours Class ‘Recht, Literatuur en Film’ gevolgd, verzorgd door Claudia Bouteligier. Dit gaf Nadine de gelegenheid eens vanuit een totaal andere invalshoek naar het recht te kijken. Naar aanleiding van deze Honours Class schreef ze een essay over het boek ‘Het Voorseizoen’.

Steve Mellors: het belang van de onbelangrijke man

‘Het Voorseizoen’,  geschreven door David Pefko, maakt de lezer kennis met Steve Mellors. Steve is een doodgewone, onbelangrijke man. Hij is 49 en zonder veel passie werkt hij als rechercheur voor de politie. Zijn vrouw is er vandoor gegaan met een siergootspecialist en sindsdien woont hij alleen in een appartementje in het sombere Leicester. Steve is eenzaam, veel te dik, kaal, depressief en heeft een alcoholprobleem. Hij kijkt veel porno, wordt verliefd op een prostituee en zijn grote held is Travis Bickle uit de film Taxi Driver. Bickle werd ook verliefd op een prostituee, die hij uiteindelijk weet te redden. Steve slaagt hier niet in. Hij is een ware antiheld die constant de verkeerde keuzes maakt, tot irritatie van de lezer. In de volgende passage vertelt Steve over zijn leven: “Als ik geen porno kijk, zit ik te eten boven de salontafel. Ik gebruik inmiddels alleen nog maar een vork, want al het voedsel dat mijn huis binnenkomt is al klaar, zit in plastic bakjes die lichter zijn dan het serviesgoed. Op deze manier kan ik mijn eten in mijn ene hand houden en mijn blik bier in de andere zonder echt moe te worden” (p.16-17). Het boek geeft de realiteit weer, zonder het mooier te maken dan het is en biedt een kijkje in een leven dat voor velen onbekend is. Het is geen leven waar je over opschept op Instagram of in de kroeg. Toch is het belangrijk om een onbelangrijke, trieste man als Steve te leren kennen en hem niet op basis van vooroordelen in een hokje te stoppen. Alleen dan kan er voor gezorgd worden dat niet het vooroordeel, maar het recht zegeviert. ‘Het Voorseizoen’  roept verschillende vragen op die betrekking hebben op de plaats van de persoon in het recht, het belang van empathie en de narratieve constructie. Deze onderwerpen zullen in dit essay worden besproken en het belang van literatuur voor het recht illustreren.

De persoon in het recht

Literatuur speelt een belangrijke rol bij het denken over de plaats van de persoon in het recht. De menselijke stem raakt op de achtergrond door de analytische, positivistische aard van de rechtswetenschap. Dit is zorgwekkend. Het individu zou niet moeten worden weg-gecategoriseerd aan de hand van abstracte regels en vooroordelen. Het boek ‘Ik en Jij’ van Buber is een belangrijk werk dat dit onderwerp aansnijdt (Buber, 1923). Buber illustreert dat we, belemmerd door onze vooroordelen, een ander nooit écht leren kennen. Er vindt maar zelden een dialoog plaats. De meeste ontmoetingen zijn Ik-Het ontmoetingen waarbij we de ander afgrenzen doordat we er vanuit ons eigen perspectief naar kijken (Buber, 1923). We leren de ander dan niet echt kennen. Literatuur kan helpen om een ‘echte’ ontmoeting tot stand te brengen, die in de realiteit misschien ondenkbaar is. Als u Steve Mellors op straat had zien strompelen met een fles bier in zijn hand en vetvlekken op zijn te strakke voetbalshirt, zou u automatisch een oordeel vellen en met een boog om hem heen lopen. Als er al een ontmoeting zou plaatsvinden, zou deze beïnvloed worden door het verhaal dat u, al voor hem te hebben leren kennen, om hem heen geconstrueerd hebt. In dit geval biedt de roman een oplossing om iemand als Steve toch te ontmoeten, door 416 pagina’s lang met hem mee te leven. Aan de andere kant voldoet een ontmoeting via een roman alsnog niet aan de eisen van Buber. U ontmoet Steve Mellors namelijk niet echt, maar u ontmoet de Steve zoals hij door de schrijver is geïnterpreteerd toen die hem ontmoette in Griekenland (interview met Pefko, 2015).

‘Het Voorseizoen’  illustreert het belang van de menselijke stem in het recht, wanneer Steve het in een rechtszaak opneemt voor twee prostituees die verkracht zijn door zijn collega’s van de politie. Ten onrechte wordt hij weggezet als onbetrouwbare getuige. “Steve Mellors is een onbetrouwbare getuige, ik ben diep en diep teleurgesteld in hem, (…) wij wisten allemaal niets van zijn alcoholisme, depressies en bordeelbezoeken”  spreekt Steve’s baas zich uit in de media (p. 314). Voorafgaand aan de rechtszaak zei Steve tegen Anca, de prostituee die hij probeert helpen, dat zij nooit het vertrouwen in het recht mag verliezen (p.170). Wanneer ze vervolgens niet serieus genomen worden, komt dat hard aan. Anca’s advocaat vertelt haar over het zwakke menselijke aspect van de Criminal Code: “De Criminal Code houdt nauwelijks rekening met persoonlijke situatie, afkomst of verleden, behalve natuurlijk als het verleden in strijd is met de wet. Het is dé richtlijn waarmee wij het allemaal moeten doen. Gelukkig hebben we in dit prachtige land ook nog een onafhankelijke jury, die – als het goed is – juist naar die persoonlijke situatie kijkt.” (p.204).

Het empathisch vermogen

Volgens de Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum kan het lezen van literatuur het empathisch vermogen versterken (Nussbaum, 1994). Mijn ervaring met ‘Het Voorseizoen’  bevestigt dit. Pefko is er in geslaagd om mij als 21-jarige vrouw empathie te kunnen laten voelen voor een dikke, depressieve, aan porno verslaafde, 49-jarige man. Volgens Nussbaum kun je door empathisch vermogen tot een rechtvaardiger oordeel komen (Nussbaum, 1994). Ons empathisch vermogen heeft echter grenzen, want eigenlijk is empathie ook op begrip brengen, het construeren van een beeld van iemand. Misschien vertelt literatuur ons dan juist dat de ander onkenbaar is en altijd een vreemdeling zal zijn. Steve kan vergeleken worden met de absurdistische, onkenbare mens zoals deze in Albert Camus’ boeken voorkomt. Hij kent eenzelfde onverschilligheid als Meursault in ‘De Vreemdeling’ (Camus, 1942). Steve is zich bewust van de zinloosheid van het bestaan en legt zich daarbij neer. Zoals in Camus’ ‘Mythe van Sisyphus’ (1942), verzoent ook Steve zich met zijn noodlot. “Als iemand nu op mijn deur zou kloppen, naast me op de bedrand zou gaan zitten, en me met een arm om me heen geslagen zou vertellen dat ik (Steve) weinig meer moet verwachten van het leven, zou me dat niet verbazen. Ik zou mijn tranen in bedwang moeten houden, maar ik zou knikken, het absoluut begrijpen” (p. 110).

De narratieve constructie

Literatuur maakt ons bewust van de narratieve drang die de mens heeft en is ook daarom relevant voor het recht. Het bestaan is ordeloos, toevallig en zonder noodzaak, maar wij ordenen het (Sartre, 1938). We interpreteren gebeurtenissen en maken er verhalen van. In rechtszaken komt dit terug. De verhalen die daar geconstrueerd worden, kunnen nooit volledig recht doen aan de mensen of gebeurtenissen die er achter zitten. De verhalen die rondom Steve geconstrueerd worden in een poging zijn gedrag te verklaren, zijn hier een voorbeeld van. Echter, zoals Sartre (1938) schrijft: ‘de wereld van redenen en verklaringen is niet die van het bestaande’. In het boek komt de narratieve drang van de mens sterk naar voren wanneer Steve op internet, anoniem, contact opzoekt met een blogger die schrijft over Steve’s getuigenis. Deze blogger legt vervolgens aan Steve zelf uit hoe Steve in elkaar zit en hoe zijn acties te verklaren zijn. De blogger heeft zijn eigen werkelijkheid geconstrueerd, gebaseerd op berichtgeving uit de media. Ook wanneer Steve’s baas hem inlicht over de zaak van de twee prostituees, zonder dat hij weet dat de meisjes verkracht zijn, zien we een geconstrueerde werkelijkheid. “Ach ja, goed formuleren is alles wat jij kunt Bill, denk ik (Steve), formuleren en verder niets. Je moet eens weten wat er zich gisteravond heeft afgespeeld”.

Het belang van de narratieve constructie komt verder duidelijk terug in de rechtszaak. Er is een jurysysteem en er wordt vaak gesproken over het neerzetten van een goed verhaal om de jury te overtuigen. Zo zegt Steve tegen zijn advocaat ‘je zou een held van me maken’, wat wijst op de maakbaarheid van een gebeurtenis. Iemand als Steve, die getuige was van een verkrachting maar niet durfde in te grijpen, kan door een goed verhaal tot held bestempeld worden, omdat hij uiteindelijk het lef had om te getuigen en kan door een ander verhaal tot onbetrouwbare depressieve alcoholist gemaakt worden. Vooral in het jurysysteem, zoals in ‘Het Voorseizoen’ , wegen narratieve constructies zwaar. Door gebrek aan kennis en ervaring laten juryleden zich sneller beïnvloeden door een goed verhaal dan rechters (Van Esch, 2014).

Conclusie

Wellicht was het een vreemde keuze een boek over een pornoverslaafde, dikke, depressieve 49-jarige man in verband te brengen met de rechtswetenschap. Toch denk ik dat dit boek zeer relevant is. Hoewel Steve Mellors een veel voorkomend type man is, denk ik dat de meeste rechters geen man als Steve in hun naaste omgeving hebben. Voor hen biedt een kijkje in Steve’s leven dan ook nieuwe inzichten. Het vergroot het empathisch vermogen, wat kan helpen bij het vellen van een rechtvaardig oordeel. Daarnaast laat het boek zien hoe belangrijk het is dat de persoon in het recht niet vergeten wordt en hoe we ons gemakkelijk laten leiden door vooroordelen of narratieve constructies. Om een goed oordeel te kunnen vellen is het belangrijk je hiervan bewust te zijn. Het Ik-Jij idee van Buber is misschien een onrealistisch ideaal om na te streven, maar het gaat er om dat de rechter of de politicus of de ‘onbelangrijke mens’ zich bewust is van zijn Ik-Het houding. Alleen dan kun je iemand als Steve Mellors leren kennen en begrijpen. Literatuur kan hier een goed hulpmiddel bij zijn.

Referenties

Buber, M. (1923), Ik en Jij, Utrecht: Erven J. Bijleveld 1998, (Ich und Du 1923, vertaald door M. Storm), p. 7-42.

Camus, A. (1942), De Mythe van Sisyphus, e-book opgevraagd via http://www.openculture.com/free-philosophy-ebooks.

Camus, A. (1942), De Vreemdeling (L’Étranger), e-book opgevraagd via http://www.openculture.com/free-philosophy-ebooks.

Colleges van de Honours class Recht, literatuur en film, 2017, Universiteit Leiden.

Esch, van S. (2014), Verenigde Staten vs. België, de Juryrechtspraak onder de loep genomen. Universiteit van Tilburg.

Interview met David Pefko, opgevraagd via https://www.youtube.com/watch?v=5nWC84KN2ok.

Nussbaum, M. (1994), 1994-95 Sibley lecture and law & literature conference: “literature and legal problem solving”.

Pefko, D. (2011), ‘Het Voorseizoen’ , Amsterdam: uitgeverij Prometheus.

Sartre, J.P. (1938), Walging (La Nausée), opgevraagd via https://www.marxists.org/reference/archive/sartre/works/exist/sartre.htm.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie