De konijn en het kat
Er is niets menselijker dan fouten maken, zelfs in het gebruik van onze eigen taal. Zo gebeurt het vaak dat we fouten maken met het bijbehorende lidwoord, in het Nederlands de woorden ‘de’ en ‘het’.
Afleiding van de hersenen
Om te kiezen tussen ‘de’ en ‘het’ moeten je hersenen bedenken of een woord een vrouwelijk geslacht heeft of een mannelijk geslacht, en dus welk lidwoord erbij hoort. Maar wat nou als je hersenen afgeleid worden, terwijl ze dit proberen te doen? Denk maar aan het klassieke voorbeeld: met een platte hand rondjes op je buik draaien, en met de andere hand tegelijkertijd klopjes op je hoofd geven. Probeer maar eens. Het blijkt nog knap lastig te zijn! Zo hebben hersenen soms ook moeite met het juiste geslacht toekennen aan een woord, als ze een woord van een ander geslacht zien. Dit noem je met een moeilijke term: het hetzelfde-geslacht-effect (‘gender congruency effect’).
Een voorbeeld: wanneer je een plaatje moet benoemen met het bijbehorende lidwoord (zoals ‘de koe’ hiernaast), duurt het langer bij het bovenste plaatje dan bij de onderste, omdat je daarboven wordt afgeleid met een het-woord (het konijn)!
En dat is precies hoe onderzoek naar dit effect werkt. Deelnemers gaan zitten in een studio, waar ze op een scherm plaatjes met woorden erop in hun taal te zien krijgen. Hun opdracht: zeg zo snel mogelijk (met het juiste lidwoord) wat je op de plaatjes ziet en negeer daarbij de woorden in het midden. Onderzoekers meten dan op de milliseconde nauwkeurig hoelang de deelnemers overal over doen. In onder andere Nederlands en Duits is op deze manier het gender congruency effect gevonden.
Spaans
Maar het verwarrende is dat Spaanse mensen dit effect juist niet laten zien: zij doen er niet langer over om een plaatje met het bijbehorende lidwoord te benoemen, terwijl ze een woord met een ander lidwoord zien; de twee koeien zijn voor hen hetzelfde! (Dit komt omdat Spaanse mensen het lidwoord soms ook baseren op de klank van het woord, in plaats van alleen maar op het geslacht ervan, zoals in het Nederlands en Duits). De vraag is dan: laten Nederlanders die Spaans leren, en dus het gender congruency effect kennen in hun moedertaal, dan wel of niet het effect zien?
Twee Leidse onderzoekers kwamen erachter dat Nederlanders die Spaans leren wel degelijk het gender congruency effect laten zien! Als je een tweede taal leert, blijf je dus kennelijk de woorden behandelen als Nederlandse woorden.
Het is hartstikke interessant om zo te zien hoe verschillende talen verschillende manieren hebben om het lidwoord te bedenken, en dat wanneer je afgeleid wordt, het gender congruency effect ontstaat. Dit effect is in sommige talen wel gevonden, bijvoorbeeld in het Nederlands en Duits, en in andere talen niet, bijvoorbeeld in het Spaans. Maar wanneer we een tweede taal leren, behandelen we die vreemde woorden als woorden in onze moedertaal. Als we uiteindelijk meer te weten komen over dit effect, kunnen we het misschien gebruiken bij het leren van talen op school. Hoe handig zou het zijn als je supersnel je Franse woordjes zou kunnen stampen!
Kortom, iedereen maakt wel eens fouten met lidwoorden doordat je bijvoorbeeld twee dingen tegelijk doet. Denk dus een volgende keer dat je twijfelt tussen ‘de’ en ‘het’ maar aan de twee koeien, om je te herinneren dat het vaak niet aan jou, maar aan je hersenen ligt!
