Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Onderzoeksprogramma

Hervorming van sociale regelgeving

Wat zijn de gevolgen van maatschappelijke trends zoals vergrijzing, individualisering en internationalisering voor regelgeving en instituties op het terrein van sociale zekerheid, pensioenen en de arbeidsmarkt?

Contact Olaf van Vliet
Financiering Stichting Instituut Gak
  Netspar Network for Studies on Pension, Aging and Retirement
  Europese Commissie
  European Labour Law Network
  Justice Expertise Center
  International Labour Organization

De inrichting van de samenleving verandert door maatschappelijke trends zoals vergrijzing, individualisering en internationalisering. Deze trends leiden tot aanpassingen van regelgeving en instituties op het terrein van sociale zekerheid, pensioenen en de arbeidsmarkt. Het onderzoeksprogramma Hervorming van sociale regelgeving analyseert de economische en juridische gevolgen van deze ontwikkelingen (ook in internationaal perspectief), en stelt een hoofdvraag en vier deelonderzoeksvragen.

Onderzoeksvragen

  1. welke verschuivingen zijn opgetreden in de (nationale) verantwoordelijkheidsverdeling tussen publieke en private sociale regelingen?
  2. welke veranderingen hebben plaatsgevonden in de (her)verdeling van inkomens via sociale zekerheid en pensioenen (uitkeringen en belasting- en premieheffing)?
  3. in welke mate zijn de doelstellingen van sociale regelgeving (zoals inkomensbescherming,bevordering van de arbeidsparticipatie en evenwichtige arbeidsverhoudingen) gerealiseerd?
  4. in hoeverre is herbezinning op doelstellingen en instrumentkeuze nodig?

Opbouw Onderzoeksprogramma

Het onderzoek is zowel juridisch als economisch van aard. Daarnaast worden ook sociaalwetenschappelijke inzichten betrokken in de analyses. Het grootste deel van het onderzoek heeft derhalve een duidelijk multidisciplinair karakter waarbij gebruik wordt gemaakt van diverse onderzoeksmethoden:

  • traditioneel juridische methoden (waaronder rechtsvergelijking)
  • economische en econometrische methoden (waaronder empirische analyse)
  • sociaalwetenschappelijke methoden (waaronder comparatieve welvaarts-staatanalyse)

Het onderzoeksprogramma bevat diverse projecten die inhoudelijk kunnen worden onderverdeeld in twee clusters. In het eerste cluster worden hervormingen primair vanuit nationaal perspectief geanalyseerd. In het tweede cluster staat de internationale dimensie voorop.

 

  1. Stelselwijzigingen in de sociale zekerheid, pensioenen en op de arbeidsmarkt.
    In dit eerste cluster onderzoeksprojecten worden stelselwijzigingen in de sociale zekerheid, pensioenen en op de arbeidsmarkt geanalyseerd. Daarbij komen sociaaleconomische effecten van verschillende sociale programma’s aan de orde, zoals effecten op de (herverdeling van) inkomens van huishoudens en individuen. Tevens worden de juridische gevolgen van hervormingen geduid, onder meer op het terrein van de arbeidsongeschiktheid. Verder wordt onderzocht wat de implicaties van trends als vergrijzing en individualisering zijn voor de vormgeving van het stelsel van sociale zekerheid. Daarbij wordt onder meer aandacht besteed aan de grote veranderingen in de pensioenen, zowel bij de AOW als bij de aanvullende pensioenen. De nadruk ligt daarbij op financiële effecten en inkomenseffecten van hervormingen. Ook de hervorming van het Nederlandse arbeidsrecht komt in dit verband aan de orde. Het betreft onderzoek naar aanpassingen van het Nederlandse arbeidsrecht aan maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder het ontslagrecht, de ambtelijke arbeidsverhouding (waaronder de discussie over de ambtelijke status en de integratie van de rechtspraak), de kantonrechtspraak en het recht op scholing.
  2. Internationalisering en Europese integratie en sociale regelgeving.
    Het tweede cluster projecten analyseert de invloed van internationalisering en in het bijzonder de Europese integratie op de sociale regelgeving. Er wordt onder meer aandacht besteed aan de vraag of en in hoeverre het verdwijnen van de economische grenzen een bedreiging voor de nationale stelsels van sociale zekerheid vormt. Ook wordt geanalyseerd in hoeverre de sociale stelsels in de lidstaten van de EU naar elkaar toegroeien. Verder wordt onderzocht wat de juridische en economische betekenis is van het Europese instrumentarium op het punt van sociaal beleid. De inrichting van de sociale stelsels is in beginsel een nationale verantwoordelijkheid, maar er vindt steeds meer coördinatie plaats op Europees niveau. In dit verband wordt geanalyseerd hoe effectief deze coördinatie is ten aanzien van armoedebestrijding en bevordering van de werkgelegenheid. Tevens wordt onderzocht in welke mate sociale uitkeringen en belasting- en premieheffing de inkomens in de diverse lidstaten herverdelen. Ten slotte wordt aandacht besteed aan de internationalisering van het arbeidsrecht.

 

Deze twee clusters van onderzoeksprojecten hangen logischerwijze samen. Veranderingen in de sociale regelgeving kunnen niet meer uitsluitend in nationaal perspectief worden bezien. De invloed van Europa neemt toe. Ook vragen rond de inkomens(her)verdeling spelen in toenemende mate op Europees niveau, zoals blijkt uit Europa 2020, waarbij een koppeling wordt gelegd tussen het bevorderen van de kenniseconomie en het beperken van sociale uitsluiting. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot Europese afspraken over armoedebestrijding.

Wetenschappelijke prestaties

In de verslagperiode zijn in totaal 632 publicaties gerealiseerd. Een deel daarvan heeft primair een wetenschappelijk karakter. Zo zijn er 13 proefschriften uitgekomen, 56 artikelen in (internationale) reviewed journals verschenen, kwamen 10 monografieën uit en heeft de onderzoeksgroep 166 wetenschappelijke rapporten, artikelen (non-refereed) en hoofdstukken in boeken uitgebracht. Er zijn 6 oraties gehouden. Een ander deel van de publicaties is vooral gericht op beleidsadvisering (287 vakpublicaties en 91 annotaties). Tenslotte zijn er artikelen en rapporten uitgebracht die gericht zijn op een breder publiek en vooral een bijdrage aan het maatschappelijk debat over sociale regelgeving beogen te leveren. Daarnaast hebben de onderzoekers door middel van een groot aantal lezingen en andere relevante activiteiten (zoals adviescommissies) een bijdrage geleverd aan de beleidsvorming en de spreiding van kennis op het terrein van de sociale zekerheid.

Publicatiestrategie en kwaliteitsindicatoren

De publicatiestrategie van de onderzoeksgroep kent de volgende prioriteiten. Allereerst is het streven gericht op artikelen in (internationale) refereed tijdschriften, vervolgens op artikelen in toonaangevende vakbladen en wetenschappelijke publicaties in de vorm van boekdelen. De onderzoeksleiders hebben met succes een klimaat weten te scheppen waarin onderzoekers steeds proberen de lat iets hoger te leggen, dat wil zeggen mikken op steeds wat meer toonaangevende journals. Zie ook de lijst met journals en hun impact factoren waarin de onderzoekers hebben gepubliceerd.

Wat betreft wetenschappelijke tijdschriften kiezen de onderzoekers van Hervorming van sociale regelgeving voor het publiceren in tijdschriften die een goede reputatie genieten en die naar verwachting toegang geven tot het beoogde lezerspubliek. Dat is in toenemende mate overigens een internationaal publiek. Wij menen dat deze werkwijze goed recht doet aan het beoogde doel, hoewel lastig eenduidig is te onderbouwen waarom een bepaald tijdschrift ‘beter’ is dan een ander journal. In dit verband wordt in onze publicatielijst wel onderscheid gemaakt tussen tijdschriften met blinde externe beoordeling (refereed) en zonder (non-refereed).

In de verslagperiode zijn door de onderzoeksgroep 56 refereed publicaties in 36 journals gepubliceerd. Het onderzoeksprogramma heeft een sterke internationale oriëntatie, hetgeen bijvoorbeeld ook blijkt uit het toenemend aantal artikelen dat in internationale (refereed) tijdschriften wordt gepubliceerd. Er wordt ook nadrukkelijk aandacht geschonken aan publicaties voor een breder publiek (vakpublicaties), mede met het oog op de deelname aan het maatschappelijk debat. Dat past ook bij de thematiek van het programma.

In het kader van publiceren via open access en wetenschapscommunicatie is in de verslagperiode de website van het onderzoeksprogramma up-to-date gehouden, mede met het oog op de wetenschapscommunicatie. Onderzoekers worden gestimuleerd hun output in open access te plaatsen zodat ook andere onderzoekers er gemakkelijk en snel over kunnen beschikken. Uit een meting met Google Scholar blijkt dat de onderzoeksgroep sinds 2011 407 papers online heeft gezet waar 3.226 keer naar is verwezen door (andere) onderzoekers.

Waar we trots op zijn

Ons pensioenproject en de daaruit voortgekomen publicaties hebben ook veel aandacht getrokken bij maatschappelijke partijen: pensioenfondsen, verzekeraars, ministeries, politiek, Sociaal Economische Raad, en zo voorts. In de nationale dialoog over de toekomst van de pensioenen spelen de resultaten van ons onderzoek naar de toekomstige ontwikkeling van pensioeninkomens een belangrijke rol.

Op het terrein van de pensioenen heeft de onderzoeksgroep de afgelopen jaren een sterke wetenschappelijke reputatie opgebouwd. Zowel het wetenschappelijke werk als de maatschappelijke activiteiten van de leden van het onderzoeksteam hebben veel impact gehad. Daarbij kunnen de volgende punten worden genoemd:

  • Vele publicaties nationaal en internationaal van wat is uitgegroeid tot een expertisegroep op dit terrein. Recente artikelen in internationale, hoog aangeschreven journals zijn: International Journal of Social Welfare, CESifo DICE Report, European Journal of Population, Labour Economics, and Journal of Pension Economics and Finance.
  • Het project leidde tot samenwerking met allerlei instellingen (WRR, CPB, Netspar, OECD, AFM) en diverse onderzoekers in binnen- en buitenland.
  • De groep is uitgenodigd om over het onderzoek een preadvies voor de Koninklijke Vereniging voor Staathuishoudkunde, een bijdrage in een boek van de Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid te schrijven en een brief in het kader van de Nationale Pensioendialoog.
  • Onderzoeksubsidies kwamen onder anderen van Netspar, Instituut Gak en de OECD.
  • Ons pensioenproject en de daaruit voortgekomen publicaties hebben ook veel aandacht getrokken bij maatschappelijke partijen: pensioenfondsen , verzekeraars, ministeries, politiek, Sociaal Economische Raad, en zo voorts. In de nationale dialoog over de toekomst van de pensioenen spelen de resultaten van ons onderzoek naar de toekomstige ontwikkeling van pensioeninkomens een belangrijke rol. Op verschillende plekken is er naar verwezen, o.a. in het SER Advies Toekomst Pensioenen. Het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid hee ons recent verzocht om vervolgonderzoek en wil daar ook een nanciële bijdrage aan leveren. Het Ministerie wil onze resultaten gebruiken voor de op te stellen kabinetsnota over de toekomst van de pensioenen.
  • De maatschappelijke partners van Netspar hebben ons pensioenonderzoek in 2014 als beste verkozen en een substantiële subsidie toegekend. Het proefschrift van Been over dit onderzoek heeft de Netspar Award ontvangen voor het beste proefschrift in 2015. Meer in het algemeen is het Leidse onderzoek meerdere keren door Netspar gepresenteerd als één van de toponderzoeken.
  • In de media was veel aandacht voor onze onderzoeksresultaten. Gerelateerd heeft het Leidse onderzoek een rol gespeeld in de maatschappelijke discussie over de scheefheid van de vermogens verdeling, aangezwengeld door Piketty, omdat wij met onze data de vermogensverdeling voor Nederland in kaart konden brengen, en tevens verder aanvullen met de opgebouwde pensioenvermogens. Dit leidde tot een uitnodiging voor een Rondetafelgesprek in de Tweede Kamer tijdens het bezoek van Thomas Piketty aan het parlement. Ook voor dit Leidse onderzoek is veel media aandacht geweest, RTL 4 nieuws, BNR Radio, de Volkskrant, NRC, nu.nl, NOS, Telegraaf, PensioenPro, Elsevier en het Algemeen Dagblad. Dit specifieke onderzoek is ook aangehaald in onder meer de Miljoenennota en de Vermogensbrief van het kabinet.
  • Er is door de onderzoeksgroep de afgelopen jaren veel advieswerk gedaan op het terrein van de pensioenen. Na voorzitterschap door Goudswaard van een het regeringscommissie die zich in 2010 heeft gebogen over de toekomst van de pensioenen, is hij de afgelopen twee jaar voorzitter geweest van de SER-Commissie Toekomst Pensioenen, die het kabinet adviseert over hervorming van het stelsel, mede in het kader van de door het kabinet geïnitieerde brede maatschappelijke dialoog over de pensioenen. Ook is rechtstreeks de verantwoordelijke minister respectievelijk staatssecretaris geadviseerd over het pensioenbeleid. Tevens de Tweede Kamer door middel van meerdere optredens in hoorzittingen. Knoef heeft als deskundige een belangrijke bijdrage geleverd aan het Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar de inkomens- en vermogensontwikkeling van ouderen.
  • De onderzoeksgroep heeft een groot aantal lezingen gehouden voor de pensioensector en beleidsmakers, zowel over ons Leidse onderzoeksproject als meer in het algemeen over pensioenhervorming, zowel in binnen- als in buitenland.