Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Publicatie

Medicijngebruik door adoptiekinderen

Internationaal geadopteerde kinderen gebruiken niet meer medicijnen dan hun niet-geadopteerde leeftijdgenoten. Dit concluderen Joost van Ginkel, Femmie Juffer, Marian Bakermans-Kranenburg en Rien van IJzendoorn - onderzoekers aan het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden - in het European Journal of Pediatrics met een onderzoek naar meer dan 10.000 in Nederland geadopteerde kinderen en jongeren. Dit onderzoek is gesitueerd binnen het universitaire profileringsgebied Health, prevention and the human life cycle.

Auteur Joost van Ginkel, Femmie Juffer, Marian Bakermans-Kranenburg, Marinus van IJzendoorn
Datum
Links Do internationally adopted children in the Netherlands use more medication than their non-adopted peers?

Adoptiekinderen hebben voor hun komst naar Nederland vaak te maken gehad met ondervoeding, mishandeling en verwaarlozing in tehuizen. In eerder onderzoek lieten Leidse onderzoekers zien dat internationaal geadopteerde kinderen na hun adoptie kampen met groeiachterstanden en gedragsproblemen en dat ze wat vaker worden aangemeld bij de klinische hulpverlening en hulp op school.1-3 Het was echter niet bekend of deze problemen zo ernstig zijn, dat ze ook gepaard gaan met een verhoogd medicijngebruik door adoptiekinderen. 

De onderzoekers gingen na of er relatief vaak medicijnen aan adoptiekinderen worden voorgeschreven, waarbij ze keken naar antidepressiva, medicatie voor ADHD en medicijnen om de lichamelijke groei te stimuleren of te remmen (het laatste om vervroegde puberteit te voorkomen). Gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek waren beschikbaar voor 2.360.450 Nederlandse kinderen, van wie 10.602 internationaal geadopteerden  met gegevens over voorgeschreven medicijnen in de jaren 2006 tot 2011. Alle kinderen waren in die periode tussen 1 en 17 jaar oud. Omdat in Nederland het grootste aantal adoptiekinderen uit China afkomstig is (4.447 geadopteerden), werd deze groep onderscheiden van de andere adoptiekinderen (uit onder andere Colombia en Ethiopië).

Geen aanwijzingen verhoogd medicijngebruik

In het algemeen zijn er geen aanwijzingen gevonden voor verhoogd medicijngebruik door adoptiekinderen. Adoptiekinderen uit andere landen dan China kregen iets meer medicijnen voor ADHD voorgeschreven dan hun niet-geadopteerde leeftijdgenoten, maar het verschil was erg klein. Geadopteerde meisjes uit China bleken juist minder groeiremmers te gebruiken dan niet-geadopteerde meisjes. Alleen de kleine groep geadopteerde jongens uit China (slechts 10% van de adoptiekinderen uit China) gebruikte vrij veel medicijnen. Dat is begrijpelijk omdat jongetjes uit China vaak geadopteerd worden omdat ze speciale gezondheidsproblemen (‘special needs’) hebben. Adoptiekinderen met ‘special needs’ kampen met  medische problemen en handicaps, en verhoogd medicijngebruik ligt dan voor de hand.

Dit grootschalige onderzoek met bevolkingsgegevens laat dus zien dat internationaal geadopteerde kinderen in Nederland niet meer medicijnen gebruiken dan hun niet-geadopteerde leeftijdgenoten. Dit sluit aan bij eerder Leids onderzoek waarin de enorme inhaalslag van adoptiekinderen na de komst in een ondersteunend adoptiegezin werd gedocumenteerd.4 Adoptie biedt kinderen volop kansen om te herstellen van vroege negatieve ervaringen en daarbij blijkt extra medicijngebruik doorgaans niet nodig te zijn. 

  1. Van IJzendoorn, M.H., Bakermans-Kranenburg, M.J., & Juffer, F. (2007). Plasticity of growth in height, weight and head circumference: Meta-analytic evidence of massive catch-up after international adoption. Journal of Developmental and Behavioral Pediatrics, 28, 334-343.
  2. Juffer, F., & Van IJzendoorn, M.H. (2005). Behavior problems and mental health referrals of international adoptees: A meta-analysis. JAMA - Journal of the American Medical Association, 293, 2501-2515.
  3. Van IJzendoorn, M.H., Juffer, F., & Klein Poelhuis, C.W. (2005). Adoption and cognitive development: A meta-analytic comparison of adopted and non-adopted children’s IQ and school performance. Psychological Bulletin, 131, 301 – 316.
  4. Van IJzendoorn, M.H., & Juffer, F. (2006). Adoption as intervention: Meta-analytic evidence for massive catch-up and plasticity in physical, socio-emotional and cognitive development. The Emanuel Miller Memorial Lecture 2006. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 47, 1128 – 1245.