Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Het Taalmuseum is van ons allemaal

Interactief, dat moet het Taalmuseum worden. Niet alleen maar zenden. Taal is van ons allemaal en het Taalmuseum dus ook. Op 29 september werden de plannen voor het eerste Leidse museum zonder gebouw gepresenteerd.

Nog niet erg concreet

Plannen en filosofie staan in dit boekje
Plannen en filosofie staan in dit boekje

Wie had verwacht of gehoopt dat de plannen al heel concreet zouden zijn, kwam bedrogen uit. Nog is niet duidelijk op welke plaatsen in de stad het museum zich gaat manifesteren, anders dan ‘waar veel mensen komen.’  Initiatiefnemer Ton van Haaften, hoogleraar taalkunde, gaf al snel het woord aan conceptontwikkelaar  en Leids alumnus Erik Schilp.

Filosofie achter het museum

In juli werd de geboorte van een Taalmuseum in Leiden aangekondigd. Toen al werd duidelijk dat het museum geen eigen gebouw krijgt maar ‘naar u toe komt’, op diverse plaatsen in de stad. Op 29 september schetste Schilp meer de filosofie achter het Taalmuseum, dan dat hij kwam tot een presentatie van het concrete wat, waar en hoe.

Aansluiten bij trends

Conceptontwikkelaar Erik Schilp
Conceptontwikkelaar Erik Schilp

Schilp legde uit dat het museum aansluit bij trends die ook bij reguliere musea gaande zijn, maar dan naast het conventionele tonen van de vaste collectie en het inrichten van tentoonstellingen. Bij het Taalmuseum valt van elke opstelling of tentoonstelling wat te leren maar wordt ook van de bezoeker gevraagd iets te doen. Een vraag beantwoorden, een mening geven of een idee spuien. ‘Een soort ANWB-praatpaal’, aldus Schilp.

Verrassende input

De input van de bezoekers is vaak verrassend en kan weer aanknopingspunten geven voor een nieuwe opstelling, en een andere kijk op taal. Het betrekken van de bezoekers is een van de trends in museumland. Het verhoogt hun betrokkenheid, leidt ertoe dat mensen vaker terugkomen en geeft hun het gevoel ‘mede-eigenaar’ te zijn. ‘Het Taalmuseum is van ons allemaal.’

Langdurige projecten mogelijk

Een flexibele, mobiele opzet vraagt om anders denken en  schept ook ruimte om langdurige projecten te beginnen, aldus Schilp.  Als voorbeeld noemde hij de film Boyhood ( beeldtaal!) die de ontwikkeling van een jongen tot jongeman schetst, gespeeld door een en dezelfde  opgroeiende acteur. Of de TV-series waarin individuen gedurende hun hele leven volgen.

Taal niet uniek

Zelfs niets zeggen kan taal zijn...
Zelfs niets zeggen kan taal zijn...

Schilp hield een sluitend verhaal. ‘Naar een museum’, zei hij, ‘ga je om bijzondere, unieke objecten te zien. Maar taal is niet bijzonder en niet uniek, want we gebruiken allemaal taal, in de een of andere vorm. Taal is niet gebonden aan plaats, en ook niet aan tijd. Dus waar musea zich afvragen waar hun kunst óók tot zijn recht kan komen, anders dan binnen de vier muren van hun gebouw, is het startpunt van het Taalmuseum dat het überhaupt geen eigen onderkomen nodig heeft.'

Boekje

De verder te concretiseren plannen en de uitgangspunten van het Taalmuseum zijn opgeschreven in het boekje Taalmuseum, dat op 29 september werd uitgedeeld. Opmerkelijk is dat een übermodern zo’n conventioneel medium gebruikt. Maar het is door grafisch vormgever Robin Stam voorzien van een fris ontwerp en – met een dubbele rug – van een bijzondere vorm. Dat dan weer wel.

(29 september 2014/CH)