Universiteit Leiden

nl en

Scaligerhoogleraar Erik Kwakkel vertrekt: “Doen van ontdekkingen is het spannendste van mijn werk”

Na acht jaar ruilt hoogleraar Erik Kwakkel de Universiteit Leiden in voor de University of British Columbia, waar hij per 1 augustus hoogleraar boekgeschiedenis wordt.

In het huis van Kwakkel klinkt al lang niet meer het geluid van omslaande bladzijdes. Voor een boekwetenschapper klinkt dat misschien vreemd, maar zijn spullen – ook alle boeken – zijn al een maand onderweg naar zijn toekomstige woonplaats; Vancouver, Canada. Eind 2016 werd Kwakkel benoemd tot hoogleraar bij het Scaliger Instituut voor een periode van vijf jaar. Na ruim anderhalf daarvan vertrekt hij al; zijn liefde voor boekwetenschap kan hij in Canada nog beter tot zijn recht laten komen, vertelt hij.

Bij de iSchool for Library Archival and Information Studies, die mensen opleidt tot conservatoren in bijzondere collecties, bibliotheken en archieven, gaat hij behalve meer onderzoek doen, studenten leren wat ze beheren en hoe bijzondere collecties gebruikt kunnen worden. Dat was in Leiden, naast onderwijs geven en onderzoek doen, ook één van de doelen van zijn Scaligeropdracht ‘Bijzondere Collecties’. Kwakkel bedacht onder meer pop-up-tentoonstellingen en bracht het boek naar middelbare scholen. Ook hield hij een blog bij en twitterde hij veelvuldig, waarmee hij een groter publiek wist te interesseren voor het boek en de middeleeuwse handschriften, zijn specialisatie. Die kennis – waarvan hij vindt dat medewerkers van bijzondere collecties die moeten hebben - kan hij nu aan professionals overdragen. 

‘Maak alles van bijzondere collecties digitaal beschikbaar’

Dat hij zoveel met digitale media doet, heeft een reden. Zo zou hij nog veel meer wetenschappers willen zien twitteren over hun onderzoek. Maar het belangrijkste, wat hij ook in Canada zal uitdragen, is digitalisering. “Mijn paradepaardje! Alles van bijzondere collecties moet gedigitaliseerd worden.” Op veel plekken in de wereld is dat nog niet zo, over digitale afbeeldingen van oude boeken beschikken kan veel geld kosten. Een belemmering op het vrij beschikbaar maken van dat materiaal, vindt hij. “Als je, zoals ik, een zo groot mogelijk publiek probeert te bereiken, is het evident dat het met de beste licentie moet, in een zo groot mogelijke resolutie en zonder kosten.”

Digitalisering zou daarom in het vaste bibliotheekbudget moeten, in plaats van een inkomstenbron te zijn, vindt hij. Daar is nog een cultuuromslag voor nodig, want nu geldt: “Hoe groter de bibliotheek, hoe groter het bezit, hoe schitterender de handschriften, hoe meer mensen daar plaatjes van willen en hoe meer geld je daarmee kunt verdienen.” 

Het nut van boekonderzoek

Volgens Kwakkel heeft zijn vakgebied veel overeenkomsten met moderne technieken. ‘Oude boeken’ zijn niet alleen het geheugen van de maatschappij, ze vertellen over de herkomst van onze huidige informatieverwerking. “Een iPad is niet wezenlijk anders dan een wastafeltje, waarin je ook kunt schrijven en uitwissen.” Door die parallellen te trekken, probeert hij ook het belang van boekgeschiedenis te benadrukken. “Je telefoon heeft een bepaalde dimensie met een reden, we kijken op een bepaalde manier naar beeldschermen, browsen op internet of maken bookmarks. Je doet bepaalde handelingen om bepaalde informatie te krijgen.”

Meest opmerkelijke handschrift: de middeleeuwse iPad

Kwakkel deed in zijn tijd in Leiden aan de lopende band ontdekkingen. Zo vond hij in 2010, toen hij bij het Instituut voor Culturele Disciplines werkte, het eerste medisch handboek. Hij kan zich nog steeds verbazen over wat hij tegenkomt in de kluizen van de bibliotheken. Een heel bijzonder voorbeeld daarvan is het vouwboekje. Het bestaat uit gevouwen pagina’s die door ze uit te klappen groter worden. Die hingen aan een speciaal bandje aan je riem. “Dan kon je ‘m opendoen en wandel je door het jaar heen, want er zat vaak een kalender in. Eigenlijk is het niet anders dan een middeleeuwse iPad uit circa 1450 die dingen vergroot.”

Universiteitsbibliotheek Leiden, VUL 100 C. Foto: Erik Kwakkel

Dat Leiden er één had, las Kwakkel in een boek over middeleeuwse vouwboeken. “Het is een dynamisch apparaat, dat op je hand ligt en werkt. Ik heb er onmiddellijk over geschreven en getweet.” Het doen van ontdekkingen noemt Kwakkel het spannendste en leukste van zijn aanstelling in Leiden. “Dat zal ik ook gaan missen, want waar ik heen ga zijn een stuk minder handschriften.”

Kwakkel kijkt uit naar zijn nieuwe baan: “Als onderzoeker en door het financieringssysteem werk je altijd in grote blokken waarvan een pad klaar ligt, maar nu ga ik op een pad waarvan ik nu nog niet weet wat het is. Dat vind ik op dit moment wel heel lekker.” Ook wil hij zich breder verdiepen, onder meer in de incunabelen. Dat zijn de vroegste drukken, van vóór 1 januari 1501. “Daar weet ik heel weinig van, maar ik moet er wel les over geven. Dus ik ben me al aan het inlezen.”

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie