Universiteit Leiden

nl en
Tauno Tõhk

Hoe ‘Mao’s kleine generaals’ huishielden in China

Hoe hard de Chinese communisten de economie ook probeerden te controleren, de vrije markt kwam onvermijdelijk weer tot bloei. Dat zei historicus Frank Dikötter op 7 februari tijdens een lezing over de Culturele Revolutie. Op 8 februari ontvangt hij een eredoctoraat.

Toen propagandisten van de Chinese overheid in 1974 een bezoek brachten aan Yan’an, wisten zij niet wat ze zagen. In deze stad, waar partijleider Mao Zedong in de Tweede Wereldoorlog nota bene zijn hoofdkwartier had, tierde de zwarte handel welig. Veel boeren probeerden niet langer om collectief graan te verbouwen op de schrale landbouwgrond, maar fokten varkens op hun eigen lapjes grond.

Planeconomie

‘Het was een teken aan de wand dat de communistische planeconomie had gefaald,’ zegt Frank Dikötter, hoogleraar Geesteswetenschappen aan de universiteit in Hongkong. Hij ontvangt op 8 februari – tijdens de dies natalis – een eredoctoraat. ‘Nog voordat Mao in september 1976 stierf, hadden grote delen van het platteland de planeconomie opgegeven.’

Grote Sprong Voorwaarts

Mao gebruikte al sinds 1958 drastische maatregelen om de Chinese economie te moderniseren. Tijdens de Grote Sprong Voorwaarts voegde hij mannen en vrouwen op het platteland samen tot één gigantisch leger dat dag en nacht werkte om de economie te hervormen. Zijn ondoordachte plan eindigde in een ramp, waarbij meer dan 45 miljoen mensen stierven aan dwangarbeid en kelderende landbouwopbrengsten.

Rode Boekje

Vanaf 1966 gooide Mao het roer om, zegt Dikötter. ‘Hij riep zijn landgenoten op om vertegenwoordigers van de bourgeoisie te veroordelen, omdat het verraders zouden zijn die het land wilden terugvoeren naar het kapitalisme. En alle overblijfselen van de oude cultuur – of het nu gaat om vrije handel of een vrije geest – moesten met wortel en al worden uitgetrokken.’ Dus dompelde hij het land onder in een Culturele Revolutie. Studenten lazen verplicht zijn Rode Boekje, en kregen les in klassenhaat tegen de veronderstelde vijanden van het communisme. Al op de basisschool schoten kinderen hun luchtbuksen leeg op portretten van voormalig president Chiang Kai-shek en ‘Amerikaanse imperialisten’.

Klassenvijanden

‘Je verzetten is gerechtigd’, was vanaf 1966 Mao’s strijdkreet. Na jaren van indoctrinatie verenigden veel studenten zich in de Rode Garde, die plechtig beloofden de Culturele Revolutie uit te dragen. Alleen al in Shanghai voerden ‘Mao’s kleine generaals’ een kwart miljoen huiszoekingen uit, waarbij ze alles confisqueerden wat deed denken aan het verleden: van bronzen antiquiteiten tot zeldzame boekrollen. En in Beijing kwamen dat jaar meer dan 1700 mensen om het leven. Tijdens de ‘zwarte jaren’ vanaf 1968 werden nog eens miljoenen klassenvijanden verbannen naar het platteland, waar ze ‘heropgevoed’ werden door de boeren. Ironisch genoeg zaten daar veel studenten bij die in 1966 nog trouw zwoeren aan Mao.

Nalatenschap

Deze Culturele Revolutie was volgens Dikötter niet alleen een inhoudelijke strijd tegen veronderstelde revisionistische en antirevolutionaire elementen in de maatschappij. ‘Het was ook de strijd van een oude man die zijn nalatenschap wil veiligstellen. Vanaf 1956 zorgde Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov voor enige dooi in de Sovjet-Unie, nadat Stalin de communistische heilstaat jarenlang met harde hand geregeerd had. Mao, die zichzelf gemodelleerd had naar het voorbeeld van Stalin, voelde zich bedreigd door deze destalinisatie. Met de Culturele Revolutie wilde hij zijn eigen positie versterken, en ervoor zorgen dat er geen ‘Chinese Chroesjtsjov’ kon opstaan.’

Uitgeput

Tegen het eind van 1971 raakte het land uitgeput van de revolutionaire razernij. Toen zij zich realiseerden dat zowel de Communistische Partij als het leger verzwakt was, verdeelden miljoenen dorpelingen de collectieve goederen, dreven ze handel op de zwarte markt en openden ze ondergrondse fabriekjes. Dat deden ze uit pure noodzaak, om de voedseltekorten van de planeconomie af te wenden. Het plaatste een bom onder de collectivisatie, één van de belangrijkste pijlers van de communistische partij. Dikötter: ‘Maar ze betaalden er een hoge prijs voor. Het ondermijnen van de planeconomie zorgde er niet alleen voor dat het regime zich moest aanpassen, het stelde het regime ook in staat om te overleven. Al lukt het de burgers om enige economische vrijheden te bemachtigen, de Partij bleef hun politieke aspiraties onderdrukken.’

Leiden Asia Year

Leiden staat in 2017 in het teken van het Leiden Asia Year. De Universiteit Leiden is wereldwijd een vooraanstaande speler op het gebied van Aziëonderzoek. Dat zullen we dit jaar laten zien met lezingen, tentoonstellingen en tal van andere activiteiten. In september 2017 opent de universiteit bovendien de nieuwe Asian Library op het dak van de Universiteitsbibliotheek.